De opmerkelijk goed bewaard gebleven eieren onthullen de overeenkomsten tussen de uitgestorven oviraptoriden en moderne vogels.

Tijdens het late Krijt zwierven dinosaurussen behorend tot de zogenaamde oviraptoriden door Centraal-Azië. Een vrij interessante dinosaurus die zichzelf op twee poten verplaatste. Onderzoekers vragen zich al enige tijd af of de kuikens van oviraptoriden tegelijkertijd uit hun eieren kropen – zoals bijvoorbeeld bij krokodillen en schildpadden het geval is – of dat de eieren op verschillende tijdstippen – zoals bij vogels – uitkomen. Een manier om daar achter te komen is door een kijkje te nemen binnenin de eieren. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Integrative Organismal Biology.

Eieren
In de provincie Jiangxi in China stuitten wetenschappers op drie 67 miljoen jaar oude eieren van de oviraptoride. In Centraal-Azië worden relatief vaak oviraptoride eieren gevonden,” vertelt onderzoeker Thomas Engler. “Vaak is het echter niet meer duidelijk welke eieren tegelijkertijd door dezelfde dino zijn gelegd.” Dat was anders met de bestudeerde dinosauruseieren uit de huidige studie. Onderzoekers troffen die namelijk allemaal op dezelfde plek, ingebed in een rotsblok, aan.


Reconstructie van een nest met eieren van een oviraptoride dinosaurus. Afbeelding: Chien-Hsing Lee/Tzu-Ruei Yang/Thomas Engler

In de studie besloten de onderzoekers zich over de 18 centimeter grote eieren te buigen. Want door de lengte en de botten van het embryo binnenin de eieren te analyseren, kunnen onderzoekers meer te weten komen over de ontwikkeling. Maar ja, hoe kijk je nou ín dinosauruseieren? In eerste instantie probeerden de onderzoekers dat door middel van computertomografie. Maar dat liep op niets uit. “Helaas was het niet mogelijk om de botten te onderscheiden van rots,” legt Engler uit. De onderzoekers besloten daarom de dinosauruseieren over te brengen naar de Technische Universiteit in München om daar gebruik te maken van een neutronenbron. Dit maakte het vervolgens mogelijk om de interne structuren bloot te leggen.

Botten
De onderzoekers probeerden te schatten of de babydinosaurussen op hetzelfde tijdstip, of op verschillende momenten uit het ei zouden zijn gekropen. Dit deden ze door het ontwikkelingsstadium van de embryo’s in de drie eieren te bestuderen. De lengte van de botten speelt hierbij een belangrijke rol. “Een embryo met relatief langere botten is meer ontwikkeld,” legt onderzoeker Tzu-Ruei Yang uit. Een andere factor die een rol speelt is de mate waarin de botten met elkaar zijn verbonden. Een sterker gehecht skelet suggereert namelijk ook een verder ontwikkeld stadium van het embryo.

Conclusie
De lengte en positie van de embryo-botten brachten de onderzoekers tot de conclusie dat de eieren zich allemaal in verschillende ontwikkelingsstadia bevonden. En dat terwijl ze wel allemaal tegelijkertijd door een vrouwelijke oviraptoride zijn gelegd. Wat dat betreft komt dit overeen met moderne vogels die ook op verschillende tijdstippen uit hun ei kruipen.


De studie onthult belangrijke informatie over de al lang uitgestorven oviraptoriden en hun eieren. En op die manier komen we steeds meer over deze bijzondere dieren te weten. Onderzoekers zijn bovendien al langer geïnteresseerd in dinosauruseieren. Zo kwamen wetenschappers er eerder al achter dat een dinosaurus zo’n drie tot zes maanden in een ei doorbracht.