Het genetisch materiaal onthult dat de inmiddels uitgestorven reuzenwolven – tegen alle verwachtingen in – slechts heel in de verte verwant zijn aan de ‘gewone’ wolf.

Tot die conclusie komt een internationaal team van onderzoekers in het blad Nature. De wetenschappers bogen zich over genetisch materiaal van de reuzenwolf, die zo’n 13.000 jaar geleden uitstierf en een stuk recenter bekendheid verwierf dankzij de hitserie Game of Thrones.

Neven
Afgaand op teruggevonden resten van de reuzenwolf (Canis dirus) concludeerden onderzoekers eerder dat deze qua uiterlijk behoorlijk op de ‘gewone’ wolf leek. En aangenomen werd dan ook dat de twee soorten nauw aan elkaar verwant waren. Maar het genetisch materiaal van vijf reuzenwolven – teruggevonden in Wyoming, Idaho, Ohio en Tennessee – vertelt dus een heel ander verhaal. “Ondanks de anatomische overeenkomsten tussen wolven en reuzenwolven – die suggereerden dat ze wellicht net zo aan elkaar verwant waren als moderne mensen en Neanderthalers zijn – wijst genetisch onderzoek nu uit dat de twee wolvensoorten eerder verre neven waren,” stelt onderzoeker Kieren Mitchell. “Een beetje zoals mensen en chimpansees.”


Afgaand op het genetisch materiaal kunnen de onderzoekers concluderen dat de afstammingslijn van de reuzenwolven zich 6 miljoen jaar geleden al afscheidde van die van andere hondachtigen. Het resulteerde uiteindelijk in zulke grote genetische verschillen tussen reuzenwolven, wolven en andere hondachtigen (waaronder de coyote) dat deze zich ook niet langer met die andere hondachtigen kon kruisen. “Onze genetische data levert geen enkel bewijs dat reuzenwolven zich kruisten met ook maar één van de nog bestaande hondachtigen,” aldus Mitchell. “Alle data wijzen erop dat de reuzenwolf het laatste overlevende lid van een oude afstammingslijn was die los stond van alle andere, nog op aarde voorkomende hondachtigen.” De nieuwe bevindingen veranderen onze kijk op de reuzenwolf radicaal, aldus onderzoeker Angela Perri. “Met deze DNA-analyse van reuzenwolven hebben we onthuld dat de geschiedenis van reuzenwolven (…) veel gecompliceerder is dan we dachten.”

Lastig en tijdrovend
Het herschrijven van die geschiedenis heeft enige tijd en moeite gekost, zo vertelt Mitchell aan Scientias.nl. “Omdat de reuzenwolf voornamelijk leefde in gebieden met een gematigd en tropisch klimaat, is het heel lastig om goed bewaard gebleven DNA uit hun oude resten te halen.” Dat DNA vergaat in warme omgevingen namelijk veel sneller. “Er waren dan ook maar weinig resten van reuzenwolven die zich leenden voor genetisch onderzoek en vervolgens was het ook nog tijdrovend en duur om dat DNA te verkrijgen. We moesten wachten tot de prijs van DNA-sequencing zodanig daalde dat het betaalbaar werd en vervolgens waren meerdere onderzoeksgroepen en een team van bijna 50 wetenschappers nog enkele jaren bezig om het voor elkaar te krijgen.”

Belangrijke resultaten
Maar het is gelukt. En daar is Mitchell blij om. “Velen van ons (wetenschappers, red.) willen graag eerder opgetreden veranderingen in de biodiversiteit en structuur van ecosystemen begrijpen. Want dat kan helpen om de de impact die toekomstige veranderingen in het klimaat en milieu op moderne ecosystemen gaan hebben, te voorspellen. Een beter begrip van de oorsprong en identiteit van oude soorten is dan heel belangrijk.”


Uitsterven
De resultaten werpen bovendien een nieuw licht op het uitsterven van de reuzenwolf, die miljoenen jaren op rij in Noord-Amerika gedijde, maar zo’n 13.000 jaar geleden van het toneel verdween. “De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat de reuzenwolf waarschijnlijk uitstierf, omdat de grote planteneters waar deze op joeg – bisons, paarden en kamelen – of uitstierven of drastisch afnamen in de gebieden waar de reuzenwolf zo’n 13.000 jaar geleden leefde.” Het nieuwe onderzoek onderschrijft dat idee. “Onze studie laat zien dat reuzenwolven waarschijnlijk miljoenen jaren de tijd hadden om middels evolutie hun gespecialiseerde gedrag en biologie – die zo heel anders was dan die van wolven en coyotes – te verkrijgen. Waarschijnlijk waren de reuzenwolven vervolgens niet in staat om zich succesvol aan te passen en op kleinere dieren – herten, konijnen of zelfs muizen – te gaan jagen en slaagden ze er ook niet in om naar andere gebieden waar grotere prooien overvloediger voorkwamen, te migreren.” Wat bovendien ook niet hielp, is dat de reuzenwolven zich niet konden kruisen met andere hondachtigen. “We weten dat kruisingen er zo af en toe in kunnen resulteren dat voordelige kenmerken van de ene soort aan de andere worden doorgegeven. Zo beschikken sommige mensen die in het hedendaagse Tibet wonen over genetische varianten die hun voorouders verkregen toen ze zich kruisten met de Denisovamensen en door die varianten kunnen ze beter op grote hoogte leven. Onze resultaten suggereren dat de reuzenwolf te sterk van andere soorten verschilde om zich daarmee te kunnen kruisen en hoewel dat er wellicht niet direct toe leidde dat deze uitstierf, werd de reuzenwolf zo wel een kans om zich aan veranderingen in de omgeving aan te passen, ontnomen.”

Andere naam?
De reuzenwolf draagt op dit moment de naam Canis dirus, maar afgaand op de grote grote evolutionaire verschillen die er zijn tussen de reuzenwolf en andere hondachtigen hoort deze volgens onderzoekers eigenlijk niet thuis in het Canis-geslacht. “Wij suggereren in ons onderzoek dat een andere geslachtsnaam geschikter is,” bevestigt Mitchell. De onderzoekers denken dan bijvoorbeeld aan Aenocyon, wat zoveel betekent als ‘vreselijke wolf’. “De naam Aenocyon dirus werd oorspronkelijk eigenlijk honderd jaar geleden al voorgesteld, maar de consensus was toen dat de reuzenwolf nauw aan de wolf verwant was en dat beide soorten tot het geslacht Canis gerekend moesten worden.”

De ontdekking dat de reuzenwolf niet nauw aan de wolf verwant is, levert onderzoekers een berg extra werk op. Het heeft namelijk enorme implicaties voor ons begrip van de evolutie van andere wolf-achtige soorten die in het verleden leefden. “We weten nu dat de meest recente gemeenschappelijke voorouder van de reuzenwolf en de wolf miljoenen jaren geleden leefde,” legt Mitchell uit. “Maar er zijn veel wolf-achtige fossielen die jonger zijn en waarvan we dachten dat ze gerekend konden worden tot een gemeenschappelijke voorouder van de twee soorten. Onze genetische resultaten suggereren dat dat onmogelijk is, dus nu moeten we opnieuw gaan nadenken over hoe deze fossielen in de evolutie van wolf-achtige soorten passen.”