De aanname dat kinderen zowel een vader als een moeder zouden moeten hebben, wordt in diverse debatten gretig uit de kast gehaald. Bijvoorbeeld als het gaat om homoseksuele stellen die graag een kindje willen. Maar klopt die aanname wel? Wetenschappers stortten zich op die vraag en concluderen: “Nee!”

Timothy Biblarz en Judith Stacey analyseerden de onderzoeken die reeds gedaan zijn naar ouderschap en trokken daaruit hun eigen conclusies. Ze bekeken onder meer het ouderschap van de alleenstaande moeder en vader en homoseksuele stellen. “Dat een kind een vader en een moeder nodig heeft, wordt zo voor waar aangenomen dat mensen niet meer kritisch zijn,” meent Stacey. De onderzoekers vonden in hun analyse echter geen bewijs voor de aanname dat het geslacht van de ouder invloed heeft op de opvoeding. Met uitzondering van borstvoeding dan. Voor de psychologische en sociale ontwikkeling van een kind maakt het niet uit of het nu door twee mannen, twee vrouwen, een man en een vrouw of alleen een man of alleen een vrouw wordt opgevoed.

Verkeerd onderzoek
Hoe kan die aanname dan toch zolang in leven zijn gebleven? Doordat er verkeerd onderzoek is gedaan. Stacey en Biblarz concluderen dat in de meeste onderzoeken helemaal niet gekeken wordt naar de vraag of een kind een vader en een moeder nodig heeft. Toch wordt deze vraag wel beantwoord. Maar om tot een resultaat te komen, worden dan heteroseksuele stellen met single ouders vergeleken. En dat is wetenschappelijk gezien onjuist, zo concluderen Stacey en Biblarz. In een dergelijk onderzoek kunnen eigenlijk geen conclusies getrokken worden als het gaat om de vraag of een kind een moeder en vader nodig heeft, omdat het onderzoek meer draait om het aantal ouders dat een kind heeft in plaats van het geslacht dat de ouders hebben.

Hetero vs. homo
Natuurlijk zijn er veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen kinderen die hetero- of homoseksuele ouders hebben, zo concluderen Stacey en Biblarz. Twee moeders spelen meer met hun kinderen, zullen ze niet zo snel lichamelijk straffen en voeden hun kinderen minder chauvinistisch op.
Net als bij heteroseksuele stellen is er ook bij homoseksuele stellen kort na de komst van het kindje wel wat meer wrijving. Bij homoseksuele stellen heeft dat echter alles te maken met het feit dat zij een juridische strijd aan moeten gaan om als ouders erkend te worden. Bovendien zijn biologische homoseksuele moeders vaak degene die meer voor het kindje zorgen en meer verantwoordelijkheid dragen, waardoor ongelijkheid binnen de relatie kan ontstaan.

“De conclusie is dat de wetenschap laat zien dat kinderen die door twee ouders van hetzelfde geslacht worden opgevoed het gemiddeld net zo goed doen als kinderen die door een vader en moeder worden opgevoed,” vertelt Biblarz. “Dat is duidelijk inconsistent met de wijdverspreide aanname dat kinderen door een vader en moeder moeten worden opgevoed om goed terecht te komen.”
“Het gezinstype dat het beste voor kinderen is, is een type waarin verantwoordelijkheid, toewijding en stabiliteit is,” voegt Stacey toe. “Twee ouders zijn gemiddeld gezien beter dan één, maar één hele goede ouder is beter dan twee niet zulke goede ouders. Het geslacht van de ouders doet er niet toe.”