Bijna tien jaar geleden opperde een Britse filosoof dat het universum waarin we leven wellicht één grote computersimulatie is, die gerund wordt door onze nakomelingen. Maar ja, hoe kunt u achterhalen of dat klopt? Wetenschappers hebben nu een manier gevonden.

Het is even ingewikkeld als fascinerend: het idee dat filosoof Nick Bostrom in een paper in 2003 naar voren bracht. Hij bedacht in het paper dat zeker één van de drie volgende mogelijkheden waar is:

1. De menselijke soort sterft waarschijnlijk uit voordat we de fase van posthumans bereiken. (Posthumans zijn een soort verbeterde versies van de huidige mensen: het zijn – volgens één van de definities van het begrip – mensen met ongeëvenaarde intellectuele, lichamelijke en psychische mogelijkheden, zelf-programmerende, zelfstandig en onafhankelijk handelende, potentieel onsterfelijke, ongelimiteerde individuen).
2. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een posthuman-beschaving een significant aantal simulaties van haar evolutionaire geschiedenis uitvoert.
3. Het is bijna zeker dat we in een computersimulatie leven.

Ook stelde Bostrom dat het idee dat er een significante kans is dat we op een dag posthumans worden die simulaties omtrent hun voorouders uit laten voeren, niet klopt, tenzij we op dit moment in een simulatie leven.

Simulatie
Maar hoe kunnen we toetsen of het wilde idee dat we wellicht in een computersimulatie leven, klopt? Daarvoor moeten we zelf een simulatie uitvoeren, zo schrijven onderzoekers van de universiteit van Washington. En wel een simulatie van een groot deel van ons universum. En tijdens zo’n simulatie, kunnen we op eigenschappen stuiten die erop wijzen dat we inderdaad in een computersimulatie leven.

Computerkracht
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan: het zal waarschijnlijk nog decennia duren voordat we in staat zijn om een simulatie van ons universum uit te voeren en dan zal die simulatie nog bijzonder primitief zijn. Supercomputers van vandaag de dag gebruiken een techniek die ook wel lattice quantum chromodynamics wordt genoemd en gebruiken fundamentele wetten uit de fysica om het universum te simuleren. Maar zij kunnen maar een piepklein stukje van het universum simuleren: een stukje kleiner dan de kern van een atoom. In andere woorden: we missen de computerkracht om zulke simulaties uit te voeren en dus kunnen we het idee van Bostrom op deze manier niet toetsen.

Kleine schaal
Maar daarmee is de kous niet af. Wetenschappers van de universiteit van Washington suggereren namelijk dat het wel mogelijk is om – nu of in de nabije toekomst – tests uit te voeren die sporen van de computersimulatie waarin we wellicht leven, kunnen blootleggen. Zo kunnen er in huidige simulaties sporen van zo’n computersimulatie worden aangetroffen die we in de verre toekomst waarschijnlijk ook op grotere schaal, in grotere simulaties gaan aantreffen.

De afbeelding
Wat is er op de afbeelding hierboven te zien? De rode kegel laat zien wat we zouden zien als ons universum geen simulatie is. Als er wel sprake is van een simulatie, zien we het blauwe oppervlak.

Raster
De supercomputers van vandaag de dag die de techniek lattice quantum chromodynamics toepassen, verdelen de ruimtetijd in een vierdimensionaal raster en stellen onderzoekers zo in staat om de sterke kernkracht – één van de vier fundamentele natuurkrachten, en de kracht die subatomische deeltjes samenbindt en er neutronen en protonen van maakt – te bestuderen. “Als je de simulaties groot genoeg maakt, zou er zoiets als een universum moeten ontstaan,” stelt onderzoeker Martin Savage. Dan zou het een kwestie zijn van zoeken naar sporen die erop wijzen dat we in een computersimulatie leven. Hoe zo’n spoor er uit zou kunnen zien? Nou, bijvoorbeeld als een beperking van de energie van kosmische straling. In het paper stellen de onderzoekers voor dat de kosmische straling met de meeste energie zich in deze simulaties – wanneer we werkelijk in een computersimulatie leven – heel anders zou gedragen dan verwacht. Deze straling zou bij voorkeur langs de assen van het rooster glijden en dus niet in alle richtingen even sterk de interactie met elkaar aan gaan, zoals onderzoekers verwachten. Sterker nog: we zouden zo de oriëntatie van het rooster waarop ons universum gesimuleerd wordt, kunnen achterhalen.

Het is voor het eerst dat onderzoekers met een manier komen om te toetsen of het idee van Bostrom klopt. Of hun aanpak gaat werken? Dat is nog even twijfelachtig. Aan deze aanpak gaan namelijk een aantal aannames vooraf. Wie zegt bijvoorbeeld dat het rooster er werkelijk zo uitziet als deze onderzoekers in hun paper stellen? Mochten de onderzoekers het wel bij het juiste einde hebben, dan zouden we op korte termijn in staat moeten zijn om vast te stellen of we in een computersimulatie leven. En als dat het geval blijkt te zijn, gaat er een wereld aan mogelijkheden open. Want wellicht is de computersimulatie waarin wij leven niet de enige: misschien worden er op dit moment nog wel meer uitgevoerd. In dat geval zouden er dus parallelle universa gecreëerd worden. Onderzoeker Zohreh Davoudi: “Dan is de vraag: kunnen we met deze andere universa communiceren, wanneer deze op hetzelfde platform worden uitgevoerd?”