Wanneer atheïsten iemand helpen dan doen ze dat vaak uit medeleven. Voor strenggelovigen is medeleven niet zo’n drijfveer, zo blijkt.

Dat hebben wetenschappers van de universiteit van Californië ontdekt. Ze baseren hun conclusie op drie studies. In de studies werd gezocht naar redenen om anderen te helpen en de onderzoekers waren vooral geinteresseerd in medeleven. Medeleven werd in de studie gedefinieerd als een emotie die mensen voelen wanneer ze anderen zien lijden en zich door die emotie gemotiveerd voelen om de ander te helpen. Die hulp heeft vaak wel een prijs: mensen moeten er geld of tijd voor vrijmaken.

Experiment 1
In de eerste studie bestudeerden de onderzoekers de resultaten van een onderzoek onder 1300 Amerikanen. De mensen moesten reageren op zinnen als ‘Wanneer ik zie dat er van iemand misbruik wordt gemaakt, dan heb ik het gevoel dat ik diegene moet beschermen’. Mensen die op stellingen zoals deze vaker instemmend reageerden, bleken anderen ook veel vaker te helpen. Zo stonden ze bijvoorbeeld vaker op in een overvolle bus om hun plekje af te staan. Ook werd er gekeken naar de drijfveren van mensen: waarom hielpen ze anderen? Mensen die anderen hielpen uit medeleven, bleken opvallend vaak ongelovig of minder gelovig te zijn.

WIST U DAT…
…de dood atheisten ontvankelijker maakt voor religie?

Filmpje
Een tweede experiment onderschrijft die resultaten. De onderzoekers lieten 101 Amerikanen een filmpje over kinderen die in armoede leven, zien. De helft kreeg een neutraal filmpje te zien, de andere helft een filmpje dat op de emotie speelde. Daarna kregen de proefpersonen tien dollar en de opdracht om geld aan een vreemde te geven. Ze mochten zelf bepalen hoeveel ze van die 10 dollar wilden weggeven. De mensen die het minst religieus waren, bleken het sterkst beïnvloed te worden door het emotionele filmpje. Zij gaven na het zien van dat filmpje het meeste geld weg. “Het filmpje had een groot effect op hun gulheid,” stelt onderzoeker Robb Willer. “Maar het veranderde de gulheid van de religieuzere proefpersonen niet.”

Spel
In een derde experiment werd eerst vastgesteld hoe meelevend 200 proefpersonen waren. Daarna speelden de proefpersonen een spel waarin ze geld konden delen met anderen. In een van de spelronden kregen de proefpersonen te horen dat een ander een deel van zijn geld aan hen had geschonken en dat ze de ander mochten belonen door een deel van dat geld (dat inmiddels in waarde was gestegen) terug te geven. De mensen die minder religieus waren, maar sterker met anderen meeleefden, bleken sterker geneigd om wat geld aan de ander terug te geven.

“We hebben ontdekt dat voor minder religieuze mensen de emotionele verbinding met een ander van cruciaal belang is wanneer het gaat om de vraag of hij de ander wil helpen of niet. De gelovigen lijken hun gulheid minder te baseren op emotie, maar meer op andere factoren, zoals doctrine, de gemeenschappelijke identiteit of zorgen om hun reputatie.”