Met behulp van dennenhars plakten ze in het westen van Italië stenen gereedschap aan van hout of botten gemaakte handvaten of stelen.

Dat concluderen onderzoekers in het blad PLoS ONE op basis van vondsten in twee grotten aan de westkust van Italië. Beide grotten werden tussen 55.000 en 40.000 jaar geleden door Neanderthalers bewoond. En in de twee grotten zijn in de loop der jaren meer dan 1000 stenen gereedschappen ontdekt. Op een handvol van deze stenen gereedschappen hebben onderzoekers nu ‘lijmresten’ aangetroffen.

Hier zie je de stenen gereedschappen die de onderzoekers analyseerden. De letters ‘R’ duiden plekken aan waar zichtbaar hars aanwezig is. De pijltjes geven aan waar men op de steen monsters verzameld heeft. Afbeelding: Degano et al. 2019, PLOS ONE.

Dennenhars en bijenwas
Het gaat om hars van dennenbomen. En op één van de stenen gereedschappen werd een mengsel van dennenhars en bijenwas aangetroffen. Het wijst er volgens de onderzoekers op dat de Neanderthalers de stenen gereedschappen soms voorzagen van een uit hout of van botten gemaakt handvat. Dat maakte het in sommige gevallen waarschijnlijk gemakkelijker om de stenen gereedschappen te gebruiken.


Hier zie je de ingang van de Grotta di Sant’Agostino, één van de grotten waarin stenen gereedschappen met daarop lijmresten zijn aangetroffen. Afbeelding: Paola Villa.

Wijdverspreid
Dit is niet het oudste bewijs voor het gebruik van lijm door Neanderthalers. Eerder zijn in een grot in het midden van Italië ook al stenen gereedschappen met daarop lijmresten aangetroffen. Deze stenen gereedschappen waren nog net iets ouder. Toch is de ontdekking van met lijm bedekte stenen gereedschappen in het westen van Italië heel waardevol, zo benadrukken de onderzoekers. Het wijst er namelijk op dat deze techniek om samengestelde gereedschappen te maken vrij wijdverspreid was.

Vuur
Daarnaast onderschrijft het nieuwe onderzoek eerdere studies die suggereerden dat Neanderthalers vuur konden maken. Wanneer dennenhars wordt blootgesteld aan lucht, droogt het op. Om het vervolgens als lijm te kunnen gebruiken, moet je het verwarmen boven een klein vuur. “Dit is één van de aanwijzingen die er sterk op wijzen dat Neanderthalers in staat waren om vuur te maken wanneer zij dat nodig hadden,” aldus onderzoeker Paola Villa.

De studie onderschrijft tevens het idee dat Neanderthalers – in tegenstelling tot wat lang werd gedacht – geen domme mensachtigen waren. “We blijven aanwijzingen vinden dat de Neanderthalers geen minderwaardige primitievelingen waren, maar prima in staat waren om dingen te doen die traditioneel gezien alleen aan moderne mensen werden toegeschreven.” Naast het gebruik van lijm en het maken van vuur zijn er aanwijzingen gevonden dat Neanderthalers sieraden – gemaakt van adelaarsklauwen – droegen, hun doden begroeven en zelfs rotstekeningen achterlieten. “We hebben geen bewijzen gevonden dat Neanderthalers technologisch, cognitief of sociaal ondergeschikt waren aan de anatomische moderne mens,” zo concludeerde Villa in 2014 al in een veelbesproken paper, waar ook de Nederlandse hoogleraar Wil Roebroeks, verbonden aan de Universiteit Leiden, aan meewerkte. Grote vraag blijft: als de Neanderthalers zich met ons konden meten, waarom zijn wij er dan nog en zijn de Neanderthalers inmiddels uitgestorven? Dat wordt nog altijd onderzocht.