Dat blijkt uit een ontdekt fossiel van een nieuw diersoort bestaande uit moeder en jong.

Onderzoekers hebben in een boomstronk in het Canadese Nova Scotia een bijzonder fossiel gevonden daterend uit het geologische tijdperk Carboon. Het fossiel omvat een voorheen onbekende soort synapside (de groep waar zoogdieren deel van uitmaken). Maar dat is nog niet eens het bijzonderste. De ontdekking leidt namelijk tot een heel nieuw inzicht in wanneer de eerste diersoorten zich over hun nakomelingen begonnen te ontfermen.

Het fossiel
De fossiele synapside is tot Dendromaia unamakiensis gedoopt en bestaat uit een volwassen reptiel dat doet denken aan hedendaagse varanen. Onderzoekers ontdekten opvallend genoeg dat er achter de achterpoot van het dier nóg een diertje schuilging. Het gaat om een pasgeboren jong dat door de staart van de moeder wordt omsloten. De onderzoekers denken dat de moeder in de stronk een hol had gemaakt, waar ze het jong beschermde en het opvoedde. Na datering blijkt het fossiel zo’n slordige 309 miljoen jaar oud te zijn. Een bijzondere vondst. Want volgens de onderzoekers suggereert het dat ouders 40 miljoen jaar eerder dan gedacht al de zorg voor hun nakomelingen op zich namen.


Stamboom
Waar varanopidae zoals Dendromaia unamakiensis binnen de evolutionaire stamboom precies geplaatst moeten worden, is onderwerp van discussie. De groep is traditioneel gecategoriseerd als synapsiden; de voorouders van zoogdieren. Maar sommige wetenschappers suggereren dat varanopidae niet gerelateerd waren aan zoogdieren, maar deel uitmaakten van een groep reptielen; de diapsida. Uit deze groep zijn uiteindelijk onder andere krokodillen, hagedissen, slangen, schildpadden en vogels voort gekomen.

Ouderlijke zorg
Niet alle dieren vertroetelen hun jongen na de geboorte. We weten dat gewervelde dieren vaak wel de zorg voor hun jongen – nadat deze het levenslicht hebben gezien – op zich nemen. Denk bijvoorbeeld aan vogels, reptielen, zoogdieren, vissen en amfibieën. Maar dieren uit andere groepen laten dit vaak achterwege. Zeeschildpadden vertrekken bijvoorbeeld zo gauw ze de eitjes hebben gelegd. Als de jongen uit het ei komen, zijn ze dus helemaal op zichzelf aangewezen.

Tekening van Dendromaia unamakiensis. Afbeelding: uit artikel

Vroegste bewijs
Het vroegste bewijs voor een intensievere ouderlijke zorg werd tot nu toe aan de synapside Heleosaurus scholtzi toegeschreven. Dat bleek uit een gevonden fossiel in Zuid-Afrika, stammend uit het Perm dat duurde van ongeveer 298 miljoen tot 251 miljoen jaar geleden. Hoe en wanneer ouders zich echter meer over hun jongen zijn gaan ontfermen, is lastig te achterhalen. Er worden namelijk niet vaak fossielen resten gevonden van ouders met hun jongen. En daarom is de evolutie hiervan nog een groot raadsel.

Wat dat betreft is de huidige vondst erg bijzonder. Want het zet het moment waarop ouders de zorg voor hun nageslacht op zich begonnen te nemen verder op de tijdlijn terug. Ondertussen weten we ook dat de evolutie van water naar land een vinger in de pap had. Onderzoekers zijn er namelijk in een eerdere studie achtergekomen dat de kikkers die zich op het land voortplanten, veel meer aandacht voor hun kroost blijken te hebben dan de kikkers die hetzelfde in het water doen.