Wetenschappers hebben in mensen die 17 dagen eerder overleden waren nog levende stamcellen aangetroffen. Wellicht kunnen doden dus ook nog als stamceldonor dienst doen.

Dat schrijven Franse onderzoekers in het blad Nature Communications. De onderzoekers bestudeerden de lichamen van overleden mensen en muizen. Tot hun grote verbazing bleken sommige soorten spierstamcellen zelfs zeventien dagen nadat mensen waren overleden nog ‘in leven te zijn’. Bij muizen werden na zestien dagen nog werkende stamcellen aangetroffen. En dat is zeer verrassend: wetenschappers dachten namelijk dat stamcellen slechts tot twee dagen na de dood konden overleven.

Stofwisseling
Maar hoe kunnen deze stamcellen zo lang in een verder dood lichaam overleven? De onderzoekers zochten dat natuurlijk uit. Ze ontdekten dat de cellen in een soort winterslaap lijken te gaan: de stofwisseling komt op een extreem laag pitje te staan en zo weten de cellen het met heel weinig energie toch nog lang vol te houden.

Beenmerg
En dat geldt niet alleen voor spierstamcellen, zo ontdekten de onderzoekers. Ook stamcellen in beenmerg bleken nog enkele dagen na de dood van muizen in leven te blijven. Sterker nog: deze stamcellen konden na de dood van de muizen nog getransplanteerd worden en nieuw weefsel vormen.

Het verbazingwekkende onderzoek heeft nogal wat implicaties. Zo kunnen onderzoekers zomaar een nieuwe bron van stamcellen hebben gevonden. Patiënten die voorafgaand aan hun dood een donorformulier hebben ingevuld zouden na hun dood nog stamcellen kunnen leveren. En daarmee zou het nijpende tekort aan stamcellen wellicht kunnen worden aangepakt. Zover is het echter nog niet: meer onderzoek is hard nodig. Zo willen de onderzoekers graag achterhalen of er nog meer soorten stamcellen zijn die na de dood van mensen kunnen worden gebruikt om nieuwe weefsels te vormen.