Superaardes blijken niet zo gemakkelijk in staat te zijn om leven in hun zonnestelsel te verspreiden.

Dat concluderen onderzoekers nadat ze het planetaire systeem Gliese 581 bestudeerd hebben. Dit systeem bestaat uit een ster en zeker vier en mogelijk zes planeten die daaromheen draaien. Eén planeet – Gliese 581d – is een superaarde en bevindt zich ook nog eens in de leefbare zone. Dat wil zeggen dat de planeet niet te ver, maar ook niet te dicht bij de ster staat en dat er dankzij die ‘perfecte’ afstand vloeibaar water kan bestaan. Onderzoekers Laci Brock en Jay Melosh vroegen zich af of het in theorie mogelijk was dat Gliese 581d levende microben op andere planeten zou brengen.

Verspreiding
“Eén van de grote wetenschappelijke vraagstukken is hoe het leven begon en hoe het zich door het universum verspreidde,” stelt Melosh. Dat speelt ook in ons eigen zonnestelsel. Zo is het best mogelijk dat het leven niet op aarde, maar op Mars begon en dat meteorieten vervolgens microben naar de aarde brachten.

WIST U DAT…
…Kepler onlangs de eerste aardachtige exoplaneet heeft ontdekt?

Gliese 581
Maar zou zo’n zelfde proces ook in Gliese 581 mogelijk zijn? Het lijkt er niet op. De onderzoekers ontdekten namelijk dat het heel moeilijk is voor materialen om zich vanaf Gliese 581d door het zonnestelsel te verspreiden. Het lijkt zelfs nog moeilijker dan dat het in ons zonnestelsel is. De vier planeten rondom de ster Gliese 581 draaien met flinke snelheid om de ster heen. Het materiaal dat van Gliese 581d afkomt, heeft te weinig snelheid en kan dus heel moeilijk op de andere planeten belanden. In plaats daarvan komt het materiaal tijdens simulaties voornamelijk buiten het planetaire systeem terecht.

Planeet d ligt welbeschouwd dan ook tamelijk geïsoleerd. Veel geïsoleerder dan de binnenste planeten in ons zonnestelsel. Voor de verspreiding van materialen tussen planeten is een uitgestrekter zonnestelsel nodig. “Geen van de zonnestelsels die we tot op heden gevonden hebben, hebben zoals ons zonnestelsel de mogelijkheid om leven tussen verschillende planeten te verspreiden,” concludeert Melosh. “Het laat ons zien hoe uniek ons zonnestelsel is,” voegt Brock toe.