Nieuw onderzoek wijst erop dat vulkanen de oorzaak waren van de Kleine IJstijd die tot in de negentiende eeuw aanhield.

Dat schrijven wetenschappers van de universiteit van Colorado. Ze baseren hun conclusies op dateringen van planten die bij aanvang en tijdens de Kleine IJstijd het loodje legden. Ook bestudeerden ze sedimenten uit die tijd.

Onduidelijk
De Kleine IJstijd begon ergens in of kort na de Middeleeuwen en hield tot in de de negentiende eeuw aan. Net name het noorden van Europa had onder de Kleine IJstijd te lijden, maar ook China en Zuid-Amerika zouden de gevolgen ervan ondervonden hebben. Hoewel er genoeg bewijzen zijn voor het plaatsvinden van de Kleine IJstijd is nog altijd onduidelijk waardoor deze veroorzaakt werd.

…wetenschappers onlangs voor het eerst met succes de eruptie van een onderzeese vulkaan hebben voorspeld?

Vegetatie
De onderzoekers proberen dat vraagstuk nu op te lossen, zo meldt het blad Geophysical Research Letters. Ze concluderen allereerst dat de Kleine IJstijd al tussen 1275 en 1300 inzette. Dat concluderen ze op basis van de dode planten die ze op Baffineiland (een Canadees Arctisch eiland) vonden. Opvallend veel vegetatie legde tussen 1275 en 1300 het loodje door extreme kou. De Kleine IJstijd moet dan ook zeer abrupt zijn ingevallen en dus ook een vrij abrupte oorzaak hebben gehad. Sedimenten uit IJsland onderschreven dat: ook hier bleek de kou heel abrupt te zijn ingevallen. Het bewijs dat op Baffineiland was aangetroffen was daarmee klaarblijkelijk representatief voor heel het noorden van Europa.

Modellen
Maar daarmee was nog niet duidelijk waardoor de Kleine IJstijd nu precies veroorzaakt werd. Met modellen probeerden de onderzoekers dat te achterhalen. Zo zochten ze onder meer uit welk effect vulkaanuitbarstingen konden hebben. En dat effect lijkt sterk op de effecten die de onderzoekers ook daadwerkelijk hebben aangetroffen. Maar hoe hebben de vulkaanuitbarstingen zo’n enorme invloed op de temperatuur kunnen krijgen? Vulkaanuitbarstingen brengen allerlei deeltjes in de lucht waardoor zonlicht wordt weerkaatst en het aardoppervlak niet meer bereikt. Het gevolg: de aarde (of een deel daarvan) koelt af. In dit geval werd het aanzienlijk kouder op het noordelijk halfrond. Hierdoor groeide het zeeijs op de noordpool. Een deel van de ijs smolt in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Dit water verstoorde de aanvoer van warm water richting de noordpool, waardoor het ijs nog verder kon groeien. Hierdoor bleef de kou ook lang nadat de vulkanen waren uitgebarsten nog voelbaar. “De erupties kunnen een kettingreactie hebben veroorzaakt waarmee ze het zeeijs en de stromingen in de oceaan zodanig aantastten dat de temperaturen gedurende eeuwen lager bleven,” vertelt onderzoeker Bette Otto-Bliesner.

Het onderzoek naar de Kleine IJstijd is heel belangrijk voor wetenschappers. Ze hopen zo een beter beeld te krijgen van de temperatuursveranderingen die onze planeet nu doormaakt. Grote vraag blijft tenslotte hoe ongewoon deze veranderingen zijn.