Want na deze pandemie opent het nieuwe coronavirus wellicht nogmaals de aanval.

We zitten midden in een pandemie, met alle gevolgen van dien. Ziekenhuizen zijn de afgelopen weken en maanden volgestroomd, landen zijn op slot gegaan, we blijven en masse thuis en houden – als we toch de deur uitgaan – minimaal 1,5 meter afstand van elkaar. Vorige week waarschuwde premier Mark Rutte al dat we maar beter gewend konden raken aan deze ‘1,5 meter-samenleving’. En een nieuw onderzoek, gepubliceerd door wetenschappers van de gezaghebbende Harvard University, lijkt dat te onderschrijven. In het blad Science schetsen ze de nabije toekomst van SARS-CoV-2 en wat die van ons mensen tot pak ‘m beet 2025 vraagt. Het resulteert in een vrij somber scenario waarin we mogelijk nog tot in 2022 (periodiek) afstand van elkaar moeten houden om te voorkomen dat het virus de wereld opnieuw in zijn greep krijgt.

Circuleren
Het zou kunnen dat SARS-CoV-2 in de voetsporen treedt van dat andere virus, dat er zo nauw aan verwant is: SARS-CoV-1. Dat virus, de veroorzaker van Severe Acute Respiratory Syndrome (kortweg SARS) werd na een korte, maar hevige epidemie met behulp van strikte gezondheidsmaatregelen de kop ingedrukt. Maar het lijkt steeds onaannemelijker te worden dat we SARS-CoV-2 er op vergelijkbare manier onder gaan krijgen. Sterker nog: het lijkt heel goed mogelijk te zijn dat dit virus na de pandemie blijft rondwaren en zo af en toe – zoals ook het griepvirus dat doet – de kop opsteekt.


En als het virus blijft circuleren, zo blijkt nu uit modellen, dan mogen we de komende vier tot vijf jaar nog enorme uitbraken verwachten, waarbij het virus ons zorgstelsel keer op keer overweldigt. In afwezigheid van een vaccin of effectieve behandeling van het virus kunnen we dergelijke uitbraken eigenlijk maar op één manier voorkomen: door (periodiek) afstand van elkaar te houden en het virus zo de kans te ontnemen om zich te verspreiden.

Immuniteit
Het virus kan dus herhaaldelijk de kop opsteken. De frequentie waarmee we een nieuwe aanval mogen verwachten, blijkt daarbij sterk afhankelijk te zijn van onze immuniteit voor het virus, zo schrijven de onderzoekers. Aangenomen wordt dat mensen nadat ze het virus hebben opgelopen, er in ieder geval tijdelijk immuun voor zijn. Deze mensen kunnen niet meer door het virus geïnfecteerd worden en het ook niet meer op anderen overdragen. Hoe meer mensen het virus gehad hebben, hoe lastiger het virus zich verspreidt en hoe kleiner de kans op een virusuitbraak. Maar stel je nu voor dat mensen die het virus gehad hebben, er daarna slechts kortdurend immuun voor zijn. Bijvoorbeeld rond de 40 weken – iets wat we ook zien bij twee andere coronavirussen, te weten HCoV-OC43 en HCoV-HKU1 – dan zouden virusuitbraken jaarlijks kunnen optreden. En bij een wat langere immuniteit – van bijvoorbeeld twee jaar – zou je om het jaar uitbraken kunnen verwachten.

Seizoensgebonden?
De frequentie waarmee SARS-CoV-2 uitbreekt, wordt ook sterk bepaald door de vraag in hoeverre het een seizoensgebonden virus is. Van het griepvirus weten we dat het zich veel gemakkelijker verspreidt in de winter en herfst, als het wat kouder is. In de zomer doet het virus het aanzienlijk minder goed. Ergens wordt gehoopt dat het nieuwe coronavirus eenzelfde trend kent en in de zomer verdwijnt. Maar, zo waarschuwen de onderzoekers, daarmee hebben we de strijd nog niet gewonnen. Want dat betekent dus dat de kans bestaat dat het virus in de herfst weer volop terugkomt en onze zorgstelsels opnieuw overweldigt. Of het nu een seizoensgebonden virus is of niet; SARS-CoV-2 blijft een uitdaging.


Periodiek
Hoofdzaak blijft dat we een overbelasting van zorgstelsels voorkomen. Maar dat komt – zolang het virus blijft circuleren en er geen vaccin, noch een effectieve behandeling is – met een hoge prijs. We moeten dan namelijk de maatregelen die nu getroffen worden om verspreiding van het virus te voorkomen, zeker tot in 2022 blijven toepassen. Dat hoeft in principe niet het jaarrond, zo stellen de onderzoekers. Je kunt er namelijk ook voor kiezen om de maatregelen periodiek toe te passen. In welke periodes dat nodig is, zal onder meer afhangen van de vraag of er seizoenen zijn waarin het virus zich gemakkelijker verspreidt. Periodieke toepassing van social distancing-maatregelen is echter alleen mogelijk als je in staat bent om de verspreiding van het virus nauwgezet te monitoren. Het is tenslotte zaak dat je de maatregelen vroeg genoeg inzet. Anders loop je alsnog het risico op een overbelasting van het zorgstelsel. Daarnaast zouden landen ervoor kunnen kiezen om de IC-capaciteit op te schroeven, waardoor ze meer mensen zorg kunnen bieden en er versneld groepsimmuniteit kan worden opgebouwd. Dan kan zowel de duur van de epidemie als de periode waarin social distancing-maatregelen nodig zijn, wat worden verkort.

Schets
“Samengevat zal de totale verspreiding van COVID-19 in de komende vijf jaar sterk afhangen van de vraag of het virus na deze pandemie blijft circuleren, wat weer afhankelijk is van de duur van de immuniteit die een infectie door SARS-CoV-2 met zich meebrengt,” aldus de onderzoekers. “Social distancing-strategieën kunnen de druk die SARS-CoV-2 uitoefent op de zorgstelsels beperken (…) Periodieke social distancing-maatregelen zijn mogelijk tot in 2022 nodig, tenzij de IC-capaciteit enorm wordt vergroot of er een behandeling of vaccin beschikbaar komt.” De onderzoekers zijn de eersten om te erkennen dat zo’n lange periode waarin we – hetzij periodiek – afstand van elkaar moeten houden een negatieve impact heeft op ons sociale welzijn en de economie. Hun studie moet dan ook niet gezien worden als een dringend advies aan overheden om hun landen de komende jaren (periodiek) op slot te doen. Het is slechts een ruwe schets – die door meer onderzoek naar het virus en de verspreiding ervan verder uitgewerkt moet worden – van hoe de nabije toekomst van het virus eruit zou kunnen zien. En hoe wij in de komende jaren uiteindelijk aan het langste eind kunnen trekken.

Het onderzoek laat bovendien zien dat het als we ons oude leven weer willen oppakken, van cruciaal belang is dat er een vaccin of effectieve behandeling komt. Maar de ontwikkeling daarvan kost maanden tot jaren, zo benadrukken de onderzoekers. En tot die tijd zijn we toegewezen op wat zij NPI’s noemen: non-farmaceutische interventies, zoals bijvoorbeeld afstand houden en thuisblijven bij verkoudheidsverschijnselen. En hoe zwaar die ons ook vallen; het lijkt verstandig ons erop in te stellen dat ze nog geruime tijd nodig zijn.