Ze zijn al bijna 800 miljoen jaar op aarde te vinden: parasieten. En hoewel we er – heel logisch – liever niet mee te maken hebben, zijn ze – op een afstandje – toch heel interessant.

Ver voordat er dinosaurussen op aarde rondliepen, zelfs nog ver voor de eerste planten het land veroverden, gebeurde er iets fantastisch gemeens in de natuur. Het ontstaan van de eerste wezens die gebruik maakten van een ander levend wezen om aan voedingsstoffen te komen. De leeftijd van de allereerste bewijzen voor parasitisme of predatie worden sinds de vondst van Susannah Porter geschat op iets minder dan 800 miljoen jaar. Porter ontdekte gaatjes in de celwanden van eencelligen, die volgens haar zijn veroorzaakt door andere eencelligen. Zoals ook vandaag de dag nog voorkomt bij bijvoorbeeld vampyrellide-amoebes, kunnen deze eencelligen met een soort boortjes binnendringen in de cel van hun slachtoffer om ze vervolgens leeg te zuigen. Het ontstaan van predatie verhoogde de selectiedruk en heeft waarschijnlijk een rol gespeeld in de diversificatie van het leven op aarde.

Vandaag de dag is er nog steeds plaats voor parasitisme. Sterker nog: parasitisme is een belangrijk onderdeel van elk ecosysteem. De co-evolutie van deze onsympathieke schepselen met hun gastheren fascineert menig mens. Het lijkt er zelfs op dat de liefde van het publiek samenhangt met de gruwelijkheid van de uitwerkingen van het parasitaire verbond. Ik stelde een lijst op van mijn top 15 van meest wonderbaarlijke parasieten. Omdat ons medeleven met schimmels, bacteriën en planten doorgaans minder sterk is dan met dieren, heb ik mij beperkt tot parasitisme bij mensen en dieren.

Wolbachia in de cel van een insect. Afbeelding: Scott O'Neill (via Wikimedia Commons).

Wolbachia in de cel van een insect. Afbeelding: Scott O’Neill (via Wikimedia Commons).

15. Wolbachia spp.
De grote schrik in de ongewervelde wereld, met name onder geleedpotigen en rondwormen, zijn de bacteriën van het geslacht Wolbachia. Deze bacterie heeft voor zijn voortplanting het cytoplasma (de stroperige vloeistof aan de binnenkant van elke cel) nodig en is er zeer bij gebaat dat alleen vrouwtjes zich voortplanten en dan wel via parthenogenese, ofwel ongeslachtelijke voortplanting. Als extremistische feministen roeien de Wolbachia alle mannetjes in een populatie uit, vernietigen de chromosomen in mannelijke geslachtscellen of vormen mannetjes om tot vrouwtjes door de hormonale huishouding van het ongelukkige slachtoffer in de war te schoppen. Omdat de bacteriën ook tussen verschillende soorten kunnen worden overgedragen, vormen deze bacteriën een serieuze bedreiging voor de ongewervelden. Naar schatting is 15 procent van alle insecten en wel 50 procent van alle Europese miersoorten met Wolbachia besmet.

14. Paragordius varius
In zijn volwassen stadium is Paragordius varius, of paardenhaarworm, tussen de 12-31 cm. Ik zou hem niet in mijn lijf willen hebben. Kun je nagaan hoe het moet zijn voor een krekel. Maar zo ver zijn we nog niet, we beginnen bij het begin. In het ondiepe water bezegelen twee vrij levende paardenhaarwormen hun liefde door om elkaar heen te wriemelen waarbij het mannetje zijn sperma over haar heen spuit. De zaadcellen die daarbij op haar juiste plekje belanden bevruchten haar eicellen, zodat er na enige tijd wel 6 miljoen eitjes gelegd kunnen worden. Uit deze eitjes kruipen na een week of drie kleine larfjes die vrijelijk door het water kunnen zwemmen tot ze door een dorstig insect worden opgeslobberd. Eenmaal binnen boren de larven zich een weg door het zachte weefsel van het insect om zich ergens achterin met haakjes vast te zetten, een cyste te vormen en in slaapstand te wachten tot het insect waar ze inzitten klaar is met zijn metamorfose. Maar om uit te groeien tot een volwassen paardenhaarworm, hebben de larven een volgende gastheer nodig. Die vinden ze als de huidige gastheer door een krekel of ander roofinsect wordt gegeten. De larven vinden al snel hun weg in de nieuwe gastheer en voltooien hun ontwikkeling in de lichaamsholte van de krekel. Vervolgens besturen ze het gedrag van de krekel. Tegen de natuur van de krekel in, zoekt het insect het water op, springt erin en verdrinkt. De paardenhaarwormen kruipen de krekel uit en het verhaal begint weer opnieuw (zie het filmpje hieronder).

13. Leucochloridium paradoxum
Wee de barnsteenslak die tijdens zijn dagelijkse zwemrondje in het moeras de vrijlevende larven van de parasitaire platworm Leucochloridium paradoxum op zich krijgt. De larfjes kruipen de slak binnen en ontwikkelen zich door klonen tot honderden wezentjes, die samen een langwerpige zak vormen die de volledige tentakels van de slak opvullen. Het gedrag van de slak wordt beïnvloed zodat hij zich vaker laat zien op plekken die hij doorgaans schuwt uit angst om door vogels te worden opgegeten. Hij gaat net iets verder, net iets hoger, net iets meer in de het zicht zitten dan zijn soortgenoten. En doordat de slak zijn tentakels niet meer kan intrekken en de platwormen met opvallende kleuren de tentakels met vrolijke pulseringen laten dansen, valt de slak al snel ten prooi aan een vogel, waar voor de platwormen het volgende stadium van de levenscyclus plaatsvindt. Zij planten zich in de vogel voort en houden zich schuil bij de cloaca, waar ze hun eitjes met de uitwerpselen van de vogel over de aarde kunnen verspreiden. Wordt de slak overigens niet op tijd door een vogel opgegeten, barsten de tentakels open en zoeken de platwormpjes een nieuw slachtoffer. Had –ie maar beter zijn best moeten doen.

Leucochloridium paradoxum in een barnsteenslak. Afbeelding: Dick Belgers / waarneming.nl (via Wikimedia Commons).

Leucochloridium paradoxum in een barnsteenslak. Afbeelding: Dick Belgers / waarneming.nl (via Wikimedia Commons).

12. Ophiocordyceps unilateralis
Stel je voor: je bent een schimmel en je kunt alleen maar groeien onder heel constante omstandigheden. De temperatuur moet precies goed zijn, de vochtigheid mag niet te veel fluctueren en je moet precies op de juiste plek, op de juiste afstand van de grond verblijven. Bij gebrek aan benen om die plek op te zoeken, is het misschien verstandig uit te wijken naar het binnenste van het lichaam van een mier om daarbinnen welig te tieren. Dit is de tactiek van Ophiocordyceps unilateralis, een schimmel die specifiek schubmieren aanvalt. Klevend aan de bladeren waar de schubmier van eet, komen de sporen van de schimmel het lichaam van de mier binnen. Vanaf nu heeft de schimmel de mier in zijn macht. Omdat het niet handig is om de mier midden tussen zijn kolonie te laten sterven, aangezien mieren altijd erg netjes hun dode soortgenoten opruimen, zorgt hij ervoor dat de stervende mier op zoek gaat naar een plek waar de groeiomstandigheden voor de schimmel ideaal zijn om een vruchtlichaam te vormen en sporen vrij te laten. In dit geval bijt de mier zich ondersteboven hangend met zijn onderkaak vast aan de hoofdnerf van een blaadje en sterft. Vervolgens treedt er een donkergekleurde, pezige, maar buigzame stengel uit het achterhoofd van de mier, met net aan het eind het sporendoosje waar het de schimmel al die tijd om te doen was.

Hier zie je zo'n onfortuinlijke mier die de schimmel Ophiocordyceps unilateralis aan boord heeft. Uit zijn kop groeit de hierboven beschreven stengel. Afbeelding: David Hughes / Penn State University.

Hier zie je zo’n onfortuinlijke mier die de schimmel Ophiocordyceps unilateralis aan boord heeft. Uit zijn kop groeit de hierboven beschreven stengel. Afbeelding: David Hughes / Penn State University.

Heel af en toe krijgt de schimmel problemen met zijn eigen karma: er is een schimmel die de schimmel kan parasiteren. Deze zogeheten hyperparasiet valt de stengel van O. unilateralis aan op het moment dat de stengel uit de kop van de mier groeit en zorgt ervoor dat het vruchtlichaam van O. unilateralis geen sporen meer kan vrijgeven. Boontje komt om zijn loontje.

Dicrocoelium dendriticum. Afbeelding: Alan R Walker (via Wikimedia Commons).

Dicrocoelium dendriticum. Afbeelding: Alan R Walker (via Wikimedia Commons).

11. Dicrocoelium dendriticum
In de vroege ochtend, tussen de miljoenen glinsterende dauwdruppels, baant een slak zijn weg richting een verse, welriekende koeienvlaai. Nietsvermoedend van het kwaad dat zich daarin herbergt, trakteert de slak zich op een feestmaal. Een heel leger kleine eitjes, met daarin de sinistere embryo’s van de kleine leverbot (Dicrocoelium dendriticum), een platworm die de kunst van de gedachtecontrole beheerst. Alleen is de leverbotslak waar we net over spraken niet de het beoogde slachtoffer, maar slechts een tussenstop in de eeuwigdurende cyclus van gastheren: slak-mier-zoogdier. Zodra de eitjes het maagdarmkanaal van de slak zijn binnengetreden, verlaat elke leverbot zijn eitje om als trilhaarlarfje zijn weg te vinden richting de spijsverteringsklier, waar hij zich vermenigvuldigt tot wel 150 nieuwe staartlarven. Het immens in aantal toegenomen leger, verplaatst zich vervolgens naar het ademhalingsorgaan van de slak. Daar irriteren ze de gastheer, zodat deze slijmballetjes om de leverbotjes heen produceert en ze vervolgens naar buiten hoest. Weer buiten, wachten de in slijmballetjes verpakte monstertjes tot een door de traktatie aan slakkenslijmferomonen aangetrokken mier de slijmballetjes meeneemt naar zijn kolonie en samen met zijn vriendjes begint te knabbelen. De meeste leverbotjes vinden hun weg naar het maagdarmkanaal, terwijl enkelen zich een weg banen richting het centrale zenuwstelsel van de mier. Uiteindelijk weet één van de leverbotjes de mier zo te besturen, dat hij overdag vooral eet, zich wat traag rond beweegt en als de avond valt, in een grasspriet klimt en zich daar vastklemt met zijn kaken stijf op elkaar. Als het weer ochtend wordt, keert de mier weer terug naar zijn kolonie om het zelfde kunstje ’s avonds nog eens uit te voeren. Net zo lang tot de mier met grasspriet en al door een grazend zoogdier wordt opgegeten. Na een vermenigvuldigingsfase in de lever van het dier, valt er op een vroege ochtend weer een dampend slakkenmaal in het gras, gevuld met miljoenen nieuwe eitjes.

10. Ampulex compressa
Over het algemeen kunnen kakkerlakken op weinig sympathie rekenen. Maar je zou het verhaal van de kakkerlak die in het bereik kwam van de juweelwesp (Ampulex compressa) waarschijnlijk wel als tamelijk zielig kunnen beoordelen. De juweelwesp steekt de kakkerlak eerst en spuit een gif in het lijf. Het gif zorgt ervoor dat de kakkerlak een tijdje zijn voorpoten niet kan gebruiken en dus niet kan vluchten. Vervolgens steekt de wesp nogmaals, nu precies in dat deel van het zenuwstelsel dat zich bezig houdt met vluchtreacties, om dit gedeelte permanent lam te leggen. De kakkerlak dènkt dus al niet eens meer aan ontsnappen. Vervolgens knabbelt de wesp een deel van de voelsprieten van de kakkerlakken af en trekt de kakkerlak aan de restanten van de voelsprieten met zich mee richting haar hol. Daar legt ze een groot ei op het achterlijf van de kakkerlak en vertrekt uit het hol. De kakkerlak blijft in het hol rustig wachten tot het ei na een dag of drie uitkomt. De larf die uit het ei kruipt, knaagt zich een weg naar het binnenste van de kakkerlak, waar ze een tijdje leeft van zijn ingewanden. Met chirurgische precisie vreet de larf acht dagen lang aan de organen van de kakkerlak zonder daarbij de kakkerlak te doden. Pas als de larf zich binnenin de kakkerlak verpopt, mag de kakkerlak sterven.

A. compressa. Afbeelding: Sharadpunita (via Wikimedia Commons).

A. compressa. Afbeelding: Sharadpunita (via Wikimedia Commons).

9. Sacculina carcii
Als je tot de familie van de zwemkrabben behoort, heb je te vrezen van het krabbenzakje (Sacculina carcii), een aan zeepokken verwante parasiet. In het vrij zwemmende, larvale stadium, wordt het krabbenzakje aangetrokken door de geur van de zwemkrab. De larve kruipt over de schaal van de krab, op zoek naar een scharnierpunt in het harde pantser, waar het zich als injectienaald naar binnen weet te werken. Daar vormt de larve zich om tot worm, die zich door het lijf van de krab beweegt, op weg naar de geslachtsorganen. Met behulp van chemische oorlogsvoering schopt het de hormoonhuishouding van de zwemkrab zo door de war, dat een mannelijke zwemkrab vrouwelijke kenmerken en gedragingen gaat vertonen. Door deze chemische castratie laat de zwemkrab alle hoop op voortplanting varen en concentreert zich enkel nog op het foerageren, dit tot eer en meerdere glorie van zijn parasitaire verstekeling. Deze heeft zich overigens weer omgevormd, ditmaal als vertakte structuur in het binnenste van de krab, met een geel zakje aan de buitenkant, precies op de plaats waar normaal de geslachtsorganen van de zwemkrab zich bevonden. Als in dit stadium een krabbenzakje van het andere geslacht langs zwemt, heeft de zwemkrab voor de laatste keer seks, al is het niet met een welgevormde vrouwtjeszwemkrab, maar met het vrouwelijke krabbenzakje. De twee parasieten versmelten samen, waarna de zwemkrab voor de rest van zijn leven eens in de zoveel tijd een wolkje parasietenlarfjes de zee in spuit.

Sacculina carcini op het lichaam van een krab. Afbeelding: Hans Hillewaert (via Wikimedia Commons).

Sacculina carcini op het lichaam van een krab. Afbeelding: Hans Hillewaert (via Wikimedia Commons).

8. Ribeiroia spp.
Word je in India geboren met 6 of meer ledematen, heb je grote kans dat je wordt aanbeden als een hindoegod. Hoe onfortuinlijk dat kikkers doorgaans geen goden aanbidden. Want het aangroeien van extra ledematen komt in 1 tot 90% van enkele Amerikaanse populaties voor. Niet door een mutatie als gevolg van kernrampen, gifschandalen of het broeikaseffect, maar door de infectie van een platworm uit de klasse Ribeiroia. In de plassen en meren waar deze arme amfibieën in opgroeien, komen verdacht veel posthorenslakken voor, de eerste gastheer in de levenscyclus van de Ribeiroia. Uit de in het water gedumpte eitjes van de Ribeiroia kruipen kleine trilhaarwormpjes die als er een posthorenslak voorbij zwemt deze slak vastgrijpen. Vervolgens kruipen ze naar de geslachtsorganen van de slak, waar ze zichzelf klonen en als wormpjes langzaam het volledige geslacht van de slak verorberen. Als de tijd rijp is en de slak is volledig gecastreerd, verlaat Ribeiroia het lichaam als een heel leger van kleine larfjes met een grote kop, een lange staart en een verschrikkelijke bek, waarmee ze zichzelf een kikkervisje binnen kunnen rammen op de plek waar zich normaal de achterpoten zich zouden ontwikkelen. Door invloed uit te oefenen op de daar aanwezige stamcellen, vormen zich meer of minder ledematen dan normaal en zal de kikker in kwestie uitgroeien tot een mismaakt monster dat minder goed kan vluchten wanneer er een hongerige reiger nadert. En laat dat nu net het laatste stadium in de levenscyclus van de Ribeiroia zijn: een lang en gelukkig leven in de voormaag van de reiger, waar de platwormpjes zich ongestoord kunnen vermenigvuldigen om vervolgens de reiger weer een nieuwe lading eitjes in de vijver te laten lozen.

Een kikkertje met meer ledematen dan normaal dankzij de parasiet Ribeiroia ondatrae. Afbeelding: Brett A. Goodman / Pieter T. J. Johnson (via Wikimedia Commons).

Een kikkertje met meer ledematen dan normaal dankzij de parasiet Ribeiroia ondatrae. Afbeelding: Brett A. Goodman / Pieter T. J. Johnson (via Wikimedia Commons).

7. Dinocampus coccinella
Het lieveheersbeestje staat bekend als een geduchte vijand van bladluis en een schoolvoorbeeld van kleurencodes in de natuur. Zijn rode schild waarschuwt roofdieren dat het lieveheersbeestje een afschuwelijk vieze prut kan produceren, zodat je zou verwachten dat het een rustig en veilig leven leidt. Hoe onjuist is deze hypothese als het lieveheersbeestje bezoek krijgt van de wesp Dinocampus coccinella en zij het lieveheersbeestje trakteert op een steek met haar angel in zijn onderbuik waarbij zij een eitje en een cocktail van stoffen achterlaat. Als het eitje uitkomt, wordt het lieveheersbeestje van binnen uit door de larve geleidelijk leeggezogen, terwijl er aan de buitenkant niets vreemds te zien is. Het lieveheersbeestje gaat rustig door met het jagen op bladluizen, al was het alleen maar om de larf in zijn binnenste te voeden. Zodra de larf volgroeit is, baant deze zich een weg naar buiten door zich door een zwakke schakel in het pantser aan de onderkant van het lieveheersbeestje te wringen. Eenmaal lichamelijk bevrijd van de larf is het lieveheersbeestje echter slachtoffer van het omgekeerde Stockholm-syndroom. Het kijkt gezapig toe terwijl de wespenlarf een cocon spint in zijn eigen beschermende armen. Niemand durft een lieveheersbeestje aan te vallen, dus kan de wespenlarf zich veilig wanen. Komt er toch een idiote vlieg net iets te dichtbij, schopt en slaat het halfdode lieveheersbeestje wild om zich heen. Pas als de metamorfose van de wesp volledig is voltooid, mag het lieveheersbeestje dan eindelijk echt sterven.

Een jonge Dinocampus coccinellae verlaat het lijfje van dit lieveheersbeestje. Afbeelding: Neeld Tanksley  (via Wikimedia Commons).

Een jonge Dinocampus coccinellae verlaat het lijfje van dit lieveheersbeestje. Afbeelding: Neeld Tanksley (via Wikimedia Commons).

6. Dracunculus medinensis
Ik heb ooit een filmpje gezien van een baby bij wie er een sliert spaghetti uit de neus komt. Nadat moeder lachend doch liefkozend de sliert uit de neus had verwijderd, diende zich de volgende al aan. Tamelijk onschuldig en vermakelijk. Er bestaan echter levende slierten spaghetti in de wondere wereld van de parasieten en die komen niet door je neus naar buiten. De langste parasitaire rondworm die zoogdieren kan infecteren is de Guineaworm (Dracunculus medinensis), waarvan het vrouwtje een lengte kan bereiken wel 80 cm. In hun vrij levende stadium zwemmen de minuscule larfjes van de Gunieaworm in het water rond en worden opgeslokt door bijvoorbeeld een watervlo. Binnen in de watervlo ontwikkelen de larfjes zich tot kleine wormpjes die klaar zijn om de volgende gastheer te betreden. Op de één of andere manier moet het watervlooitje terechtkomen in de maag van een zoogdier. Aangezien onze waterzuiveringsinstallaties geen doorgang verlenen aan watervlooien, is het risico op infectie in de Westerse landen vrijwel nihil, ook omdat de larfjes zich bij een temperatuur van minder dan 19 graden niet kunnen ontwikkelen. Het zijn vooral de boeren in ontwikkelingslanden, die ongefilterd water drinken en op die manier de ziekte dracontiasis kunnen oplopen.

Een guineaworm wordt uit de voet van een patiënt verwijderd. Afbeelding: The Carter Center / Louise Gubb.

Een guineaworm wordt uit de voet van een patiënt verwijderd. Afbeelding: The Carter Center / Louise Gubb.

Eenmaal in de maag namelijk, sterven de watervlooien door het maagzuur en boren de vrijgekomen wormpjes zich door de maagwand en worden ergens in een andere lichaamsholte volwassen. Mannetjes en vrouwtjes paren ongemerkt en een jaar na infectie besluit een bevrucht vrouwtje een blaar op de huid te veroorzaken, waar ze haar achtereind door naar buiten kan steken om haar eitjes in het water vrij te laten. De oplettende boer ziet dus een taaie spaghettisliert uit een blaar steken, die enig doorzettingsvermogen en minstens 4 dagen vereist om uit de open wond te verwijderen. De boer loopt kans op infectie en allergische reacties, helemaal als de worm beschadigd is tijdens het verwijderen en zal nog maanden pijn voelen in het aangetaste weefsel.

Vandellia cirrhosa. Afbeelding: Jarrod Wood (1973, Urology, 1: 265-267).

Vandellia cirrhosa. Afbeelding: Jarrod Wood (1973, Urology, 1: 265-267).

5. Vandellia cirrhosa
Om meerdere redenen kan ik je afraden om in de Amazone te plassen. Maar het verhaal van de Candiru (Vandellia cirrhosa), die je plasbuis binnenzwemt, lijkt me verreweg de meest overtuigende. De Candiru, ofwel de vampiervis of penisvis, is de enige gewervelde parasiet die het lichaam van de mens binnendringt. Vanwege zijn agressieve karakter wordt deze vis door de lokale bevolking meer gevreesd dan de piranha. Onder normale omstandigheden leeft het dier van het bloed van grotere vissen, waarbij het wordt aangetrokken door de ammoniak die voorkomt in de afscheiding bij de kieuwen van de vissen. Echter, de urine van de mens bevat ook een redelijke dosis ammoniak en je kunt het het visje moeilijk kwalijk nemen dat hij niet het verschil ziet tussen jouw geslacht en een grote paling. Candiru heeft zelf ook de vorm van een paling, waardoor deze zich met zijn 15 cm lengte via de urinebuis naar binnen kan wurmen. Als het een plekje in het lichaam heeft ontdekt waar het makkelijk met zijn scherpe tandjes een bloedvat door kan bijten, zet het de stekels op zijn rug op, waardoor het zeer onverstandig wordt om het beestje weer naar buiten te trekken langs de weg waarlangs hij is binnengekomen. Eigenlijk is de enige bewezen effectieve manier om weer van het beestje af te komen te wachten tot het beestje zich vol heeft gegeten en op zoek gaat naar het volgende slachtoffer. Maar een lokaal brouwseltje dat de stekels van het visje zachter maakt behoort gelukkig ook tot de mogelijkheden. Of, volgens J.L. Breault (1991) misschien wel de beste remedie: strakke zwemkleding aan als je de Amazone in duikt.

Hier zie je de parasiet Cymothoa exigua in de mond van een vis zitten. Afbeelding: Frank Schulenburg / Louisiana State University, Museum of Natural Science (via Wikimedia Commons).

Hier zie je de parasiet Cymothoa exigua in de mond van een vis zitten. Afbeelding: Frank Schulenburg / Louisiana State University, Museum of Natural Science (via Wikimedia Commons).

4. Cymothoa exigua
Als in een slechte horrorfilm, werkt de parasiet Cymothoa exigua zich via de kieuwen van een vis naar binnen, op zoek naar de tong. Deze kleine verre verwante van de kreeften, krabben en pissebedden grijpt zich daar aan de tong vast en zuigt met haar voorpoten het bloed uit de tong. De tong sterft af en C. exigua klemt zich opnieuw vast aan het stompje van de tong. Daar vormt ze voor de vis een vervanging van de tong, waar de vis gek genoeg nauwelijks onder lijdt. De mannetjes, die zich overigens niet aan de tong wagen, maar zich vastklampen aan de kieuwen, hebben seks met het vrouwtje (in mond van de vis dus), waarop het vrouwtje wel 500 eitjes kan produceren. Omdat de vrouwtjes doorgaans niet bijzonder monogaam zijn en de mannetjes daar kennelijk weinig problemen mee hebben, worden er meestal niet maar één, twee of drie parasieten in de bek van een vis aangetroffen, maar vaak wel vier tot zes.

Wuchereria bancrofti. Afbeelding: CDC.

Wuchereria bancrofti. Afbeelding: CDC.

3. Wuchereria bancrofti
In Afrika lijden zo’n 40 miljoen mensen aan filariasis, een ziekte die wordt veroorzaakt door rondwormen die zich ophouden in de lymfevaten van de mens. Het specifieke geval van besmetting met Wuchereria bancrofti verdient speciale aandacht. De nakomelingen van deze worm, in dit stadium microfiliariae genoemd, worden via een steek van een mug overgedragen van mens op mens. Als namelijk de steekmug het bloed zuigt van een geïnfecteerde persoon, verplaatsen deze kleine pre-larfjes zich via het spijsverteringskanaal van de mug naar de borstspieren om in enkele weken uit te groeien tot infectueuze larven. Deze migreren vervolgens naar de kop en de zuigsnuit en worden bij de volgende steekpartij in het weefsel van een mens geïnjecteerd. De wormen zoeken in het lichaam van de mens de lymfevaten op en worden daar volwassen. Doordat de lymfevaten op deze manier verstopt raken en weefselvloeistof niet meer voldoende kan worden afgevoerd, ontstaan er zwellingen, sommigen zo ernstig dat ze onder de noemer ‘elefantiasis’ vallen. Deze enorme zwellingen veroorzaken weefselschade en in veel gevallen sociale uitsluiting van de patiënt.

Loa loa in het oog. Afbeelding: CDC.

Loa loa in het oog. Afbeelding: CDC.

2. Loa Loa
Steekmuggen en vliegen zijn niet alleen vervelende zoemers die je ’s nachts wakker houden, ze zijn ook bekende overdragers van infectieziekten. Extra reden om een klamboe aan te schaffen, met name als je je in tropische gebieden begeeft. Sommige dazen hebben namelijk het bloed gedronken van iemand bij wie de rondworm Loa Loa in het lichaam huishoudt. Deze rondworm ontwikkelt zich tot een lengte van zo’n 4 tot 7 cm en leeft onder de huid waar het grote aantallen nakomelingen produceert die in het bloed en in andere lichaamssappen circuleren. Deze pre-larfjes kunnen zich in de daas verder ontwikkelen tot infectueuze wormpjes die bij een volgende steekbeurt in jouw lichaam kunnen worden ingebracht. Loa loa veroorzaakt zwellingen, cystevormingen, spierpijn, netelroos en veel jeuk. Bovendien mag je eens in de zoveel tijd de migratie van een wormpje van zeer dichtbij bekijken. De worm staat er namelijk om bekend dat hij zich dwars door het bindvlies van je oog manoeuvreert. Zo’n vijftien minuten lang kun je in de spiegel via je eigen kijker de trek van Loa loa observeren.

Verschillende verschijningsvormen van Naegleria fowleri. Helemaal rechts de cyste, daarnaast de verschijningsvorm die hoort bij het trophozoïete stadium. Afbeelding: Josh Grosse / CDC.

Verschillende verschijningsvormen van Naegleria fowleri. Helemaal rechts de cyste, daarnaast de verschijningsvorm die hoort bij het trophozoïete stadium. Afbeelding: Josh Grosse / CDC.

1. Naegleria fowleri
Wat is er heerlijker op een warme zonnige zomerdag dan om verfrissing te zoeken in of bij het water? Vooral kinderen en jongvolwassenen plonzen, zwemmen en duiken en lopen dan ook het grootste risico op infectie met de amoebe Naegleria fowleri. En het is een tamelijk agressief monstertje, deze N. fowleri. Het is een thermofiel, vrijlevend micro-organisme dat leeft in meren, plassen, rivieren en warme bronnen en dat in aantallen toeneemt wanneer de temperatuur stijgt. De amoebe kan voorkomen in twee stadia: het cystestadium, waarin het beestje bolvormig is en goed bestand is tegen wisselende omgevingsfactoren, en het trophozoïete stadium, waarin het beestje bacteriën eet, zich voortbeweegt door pseudo-pootjes te maken en zich voortplant door deling. In dit stadium kan de amoebe gevaarlijk zijn voor de mens. Het komt het menselijk lichaam binnen via de neus, waar het via de zenuwen van het reukzintuig het centraal zenuwstelsel binnentreedt. Het eet zich door middel van fagocytose (letterlijk: het eten van cellen) een weg het centraal zenuwstelsel en smult van jouw enorme hoeveelheid hersencellen. Na een dag of 15 beginnen hoofdpijn, misselijkheid, koorts en duizeligheid op te spelen, om niet veel later over te gaan in ernstigere symptomen als warrigheid, concentratieproblemen, evenwichtsstoornissen, beroertes en hallucinaties en vervolgens de dood. Overlevingskans na besmetting: minder dan 1%.

Pascal van der Aa (1981) heeft na zijn studie Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen de master Communicatie in de Bètawetenschappen afgerond. Naast zijn werk als docent op het voortgezet onderwijs, schrijft hij over natuurwetenschappen in brede zin. Hij heeft zich tot doel heeft gesteld zijn fascinatie voor de natuur over te brengen op een breed publiek.