brief

Wat hield een Egyptische soldaat die 1800 jaar geleden in een Romeins legioen in Europa vocht, bezig? Een nieuw onderzoek schept duidelijkheid. Wetenschappers zijn erin geslaagd om een 1800 jaar oude brief die een Egyptische soldaat aan het thuisfront stuurde, te ontcijferen.

De brief – geschreven door de Egyptische soldaat Aurelius Polion – werd in 1899 ontdekt. Maar mede doordat de brief in zeer slechte staat is, deden onderzoekers geen moeite om deze te ontcijferen. Tot nu. Onderzoeker Grant Adamson boog zich over de – in het Grieks geschreven – brief en slaagde erin om deze grotendeels te vertalen.

De brief. Afbeelding: Rice University.

De brief. Afbeelding: Rice University.

Wanhopig
Het resultaat is indrukwekkend. Aurelius is wanhopig. Dit is al de zevende brief die hij aan zijn broer, zus en moeder schrijft. De eerdere zes exemplaren bleven onbeantwoord. “Ik stop niet met jullie te schrijven, maar jullie denken niet aan mij. Maar ik doe mijn taak door jullie altijd te schrijven en in gedachten en in mijn hart te hebben. Maar jullie schrijven me nooit over jullie gezondheid, hoe het met jullie gaat. Ik maak me zorgen over jullie, omdat jullie al zo vaak brieven van mij ontvangen hebben, maar jullie me nooit terugschrijven.”

Boedapest
Waarschijnlijk schreef Aurelius de brief toen hij gestationeerd was in de omgeving van het huidige Boedapest. Maar zeker is dat niet: het legioen waartoe Aurelius behoorde, reisde veel, tot aan het moderne Istanboel aan toe.

Bijzonder
Dat Aurelius kon lezen en schrijven, was best bijzonder. Maar Adamson merkt op dat het schrift, de spelling en grammatica van de soldaat nogal grillig is. “Waarschijnlijk was hij meertalig, hij communiceerde thuis voor hij in dienst ging in het Egyptisch of Grieks en communiceerde in het leger in het Latijn.”

Leeftijd
Om te bepalen wanneer Aurelius deze brief precies schreef, ging Adamson op verschillende dingen af. Hij keek naar de schrijfstijl. Maar bijvoorbeeld ook naar de inhoud. Zo spreekt Aurelius in zijn brief over een ‘consulaire commandant’. Dat suggereert dat de brief na het jaar 214 – het jaar waarin het gebied rondom het moderne Boedapest onder een consulaire overheid viel – geschreven moet zijn.

Wat de brief zo bijzonder maakt, is dat deze – ondanks dat deze 1800 jaar oud is – zo actueel is. De emoties die Aurelius beschrijft zijn vergelijkbaar met de emoties die moderne soldaten wanneer ze uitgezonden zijn, kunnen ervaren.