De weg is op sommige plekken wel zes meter breed en sloot waarschijnlijk aan op een Romeinse ‘hoofdweg’.

Archeologen ontdekten de weg toen ze het gebied in opdracht van een waterbedrijf – dat hier een waterleiding wilde aanleggen – uitkamden. De weg stamt uit de Romeinse tijd en bevindt zich in Bet Shemesh, een stad die tussen Jeruzalem en Tel Aviv ligt.

Hoofdweg

De hoofdweg waarop de nieuw ontdekte weg waarschijnlijk aansloot, zou rond 130 na Christus zijn aangelegd, toen keizer Hadrianus Israël bezocht en de Bar Kochba-opstand – een Joodse opstand tegen het Romeinse Rijk en keizer Hadrianus – werd neergeslagen. Dat wordt onderschreven door een mijlpaal die eerder dicht bij de hoofdweg is ontdekt en waarop de naam van keizer Hadrianus geschreven staat.

De weg
De ontdekte weg is tot wel zes meter breed en zo’n 1,5 kilometer lang. Waarschijnlijk verbond de weg de Romeinse nederzetting nabij Beit Natif met de Romeinse hoofdweg (zie kader) die weer de grote nederzettingen van Eleutheropolis (gelegen zo’n 53 km ten zuidwesten van Jeruzalem) en Jeruzalem met elkaar verbond.

Muntjes
Tussen de stenen van de nieuw ontdekte weg zijn diverse muntjes teruggevonden. Het gaat onder meer om een muntje dat stamt uit de tijd van de Joodse Opstand (67 na Christus) en een muntje met daarop de prefect van Judea, Pontius Pilatus (29 na Christus).

Paadjes
Tot zo’n 2000 jaar geleden waren de meeste wegen in Israël eigenlijk niet meer dan paadjes. Maar de Romeinen brachten daar verandering in. Zij zagen wegen als een noodzakelijkheid: alleen met behulp van een goede infrastructuur konden zij hun enorme rijk controleren.

De weg die archeologen nu hebben ontdekt, getuigt van die Romeinse ambities. De ambities van het waterbedrijf zijn daaraan ondergeschikt: besloten is om de weg netjes te laten liggen zodat deze door het publiek bewonderd kan worden.