In de eerste tien maanden van dit jaar lag de temperatuur bijna 1 graad hoger dan gemiddeld tussen 1850 en 1900 het geval was.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van de World Meteorological Organization. Het rapport onthult dat de opwarming van de aarde onverminderd doorgaat en we niet op koers liggen om de Parijse klimaatdoelen te halen. “De concentratie broeikasgassen hebben opnieuw een record bereikt en als de huidige trend doorzet, zullen we de temperatuur tegen het eind van deze eeuw met 3 tot 5 graden Celsius zien stijgen,” zo waarschuwt Petteri Taalas, secretaris-generaal van de WMO. “Als we alle ons bekende bronnen van fossiele brandstoffen uitputten kan de temperatuurstijging nog aanzienlijk hoger uitpakken.” Het rapport van de WMO is in lijn met een rapport dat de VN eerder deze week vrijgaf en dat ook concludeerde dat de Parijse klimaatdoelen ons door de vingers glippen. “Het is de moeite waard om nog eens te herhalen dat wij de eerste generatie zijn die klimaatverandering volledig begrijpt en de laatste generatie zijn die er ook nog iets aan kan doen,” aldus Taalas.

Temperatuur
De WMO voorspelt dat 2018 de boeken ingaat als het op drie na warmste jaar ooit gemeten. Kijken we naar de twintig warmste jaren sinds de metingen begonnen, dan zien we dat deze allemaal in de laatste 22 jaar thuishoren. En de top vier bestaat uit de vier laatste jaren.

“Dit zijn niet slechts getallen. Elke fractie van een graad opwarming maakt een verschil”

IPCC
Het is opnieuw in lijn met wat het Intergovernmental Panel on Climate Change in een recent verschenen speciaal rapport schreef. Het rapport meldt dat de gemiddelde wereldwijde temperatuur tussen 2006 en 2015 0,86 graden Celsius hoger lag dan gemiddeld in de periode tussen 1850 en 1900 het geval was. En tussen 2009 en 2018 lag de gemiddelde wereldwijde temperatuur zelfs 0,93 graden Celsius boven die zogenoemde pre-industriële basislijn (1850-1900). En in de afgelopen vijf jaar lag de gemiddelde wereldwijde temperatuur 1,04 graden Celsius boven die basislijn.

Gevolgen
De gevolgen van die hogere temperaturen kunnen ons ook niet ontgaan, aldus de WMO. “Dit zijn niet slechts getallen,” aldus Elena Manaenkova, verbonden aan de WMO. “Elke fractie van een graad opwarming maakt een verschil als het gaat om de menselijke gezondheid, toegang tot voedsel en drinkwater, het uitsterven van dieren en planten, de overlevingskansen van koraalriffen en zeeleven (…) Het maakt een verschil voor de snelheid waarmee gletsjers smelten en voor onze watervoorraden en de toekomst van laagliggende eilanden en kustgemeenschappen. Elk beetje doet ertoe.” Dat zagen we ook in 2018. Zo was de omvang van het Arctische zee-ijs veel kleiner dan gemiddeld. En in de eerste twee maanden van het jaar lag er zelfs recordbrekend weinig zee-ijs in het Noordpoolgebied. En ook op Antarctica was veel minder zee-ijs te vinden dan gemiddeld. Verder wijst de WMO ook op extreme weersomstandigheden, zoals het opvallend hoge aantal orkanen die veel doden eisten. Maar ook de extreme warmte en droogte die onder meer Europa deze zomer te verduren kreeg, wordt genoemd. “Het was een jaar van extremen,” aldus Blair Trewin, betrokken bij het opstellen van het WMO-rapport. “Het noordelijk halfrond maakte één van de meest actieve orkaanseizoenen mee, het noorden van Europa had een uitzonderlijk warme en droge zomer, er waren vernietigende overstromingen in Japan en zuidwest-India en een groot deel van oost-Australië werd hard getroffen door droogte.” “In veel opzichten is wat we in 2018 gezien hebben een voorbode van wat we mogen verwachten in een wereld die door toedoen van mensen opwarmt,” voegt klimaatonderzoeker Andrew King, niet betrokken bij het WMO-rapport, toe.

2019
Volgens een eerder deze week door de WMO uitgegeven update is er 75 tot 80 procent kans dat El Niño in de komende drie maanden acte de présence geeft. Het zal naar alle waarschijnlijkheid niet zo’n krachtige El Niño worden als in 2015 en 2016, maar kan wel bijdragen aan hogere temperaturen. Als El Niño zich daadwerkelijk ontwikkelt, zal 2019 waarschijnlijk warmer zijn dan 2018, aldus de WMO.

De cijfers van de WMO kunnen worden toegevoegd aan de nog altijd groeiende stapel met sterke aanwijzingen dat landen wereldwijd te weinig doen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. De studies leveren ongetwijfeld genoeg gespreksstof op voor de volgende klimaattop die tussen 2 en 14 december in Polen plaatsvindt. Tijdens die klimaattop moet het Parijse klimaatakkoord dat al in 2015 werd gesloten eindelijk handen en voeten krijgen.