Wetenschappers waarschuwen er al jaren voor. En in 2020 was het dan zover: een gevaarlijk virus verspreidde zich in sneltreinvaart over de wereld.

Maar weinigen zullen een jaar geleden hebben kunnen vermoeden wat ons boven het hoofd hing. In China werd weliswaar mondjesmaat melding gemaakt van een gevaarlijk – en soms zelfs dodelijk – longvirus, maar dat leek zo ver weg en in dat stadium misschien ook nog wel beheersbaar. Een paar maanden later was echter alles anders; halverwege maart was het coronavirus SARS-CoV-2 in 114 landen te vinden en werd officieel gesproken van een pandemie. In de periode die volgde, greep het virus – ondanks vergaande coronamaatregelen die het alledaagse leven zwaar ontwrichtten – nietsontziend om zich heen; tientallen miljoenen mensen raakten besmet en meer dan anderhalf miljoen mensen kwamen te overlijden.

Geen verrassing
Terwijl velen verbijsterd toekeken hoe dit virus de wereld tot stilstand bracht en zelfs in landen die de gezondheidszorg altijd zo goed op de rit hadden, voor totale chaos zorgde, kwam de pandemie en daarmee gepaard gaande consternatie voor sommige wetenschappers niet als een verrassing. Deze onderzoekers predikten namelijk al jaren dat het een kwestie van tijd was voor een levensgevaarlijk virus wereldwijd om zich heen zou grijpen. Én dat we ons daar maar alvast op voor moesten gaan bereiden.

Dr. Amesh Adalja is één van hen. Hij publiceerde – samen met enkele collega’s van het Johns Hopkins Center for Health Security – in 2018 een rapport waarin hij niet alleen de perfecte veroorzaker van een pandemie beschrijft (die overigens verdacht veel op SARS-CoV-2 lijkt!). Maar ook uit de doeken doet hoe we zo’n ziekteverwekker met een gedegen voorbereiding de pas af kunnen snijden. Terugkijkend op 2020 kun je je afvragen hoe goed dat rapport gelezen is. Want waren we überhaupt enigszins voorbereid op wat dit jaar ons bracht?

Van paniek naar verwaarlozing
“Ik denk dat we beter voorbereid waren dan tien jaar geleden,” zo stelt Adalja desgevraagd. “Maar deze staat van paraatheid doorloopt een cyclus gekenmerkt door paniek en verwaarlozing,” zo voegt hij er direct aan toe. Waarbij de paniek zich meestal aandient als een (nieuwe) ziekteverwekker zich meldt en verwaarlozing volgt op een periode waarin de ziekteverwekkers met pandemie-achtige ambities zich koest houden. “We waren in een hogere staat van paraatheid na de antrax-aanvallen, de H1N1-pandemie in 2000, de vogelgriep, Zika en Ebola, maar daarna gaan we ook altijd weer terug naar een lager niveau van paraatheid waardoor we vatbaar zijn voor een nieuwe dreiging.”

De menselijke factor
Dat zo’n nieuwe dreiging zich vroeg of laat toch weer aandient, staat vast. Reden voor Adalja en collega’s om in 2018 een rapport te publiceren waarin ze – met input van meer dan 120 deskundigen – uit de doeken doen hoe we ons op toekomstige uitbraken kunnen voorbereiden en deze snel kunnen beteugelen. En wie nu door het rapport bladert, moet wel tot de conclusie komen dat de onderzoekers een vooruitziende blik hebben gehad. Treffend is vooral het deel van het rapport waarin de onderzoekers aandacht besteden aan wat zij de ‘menselijke factor’ noemen. En waarbij ze erop wijzen dat het antwoord op de vraag of een micro-organisme zich snel over de wereld kan verspreiden, een pandemie kan veroorzaken en grote schade aan kan richten, grotendeels ook bepaald wordt door hoe wij op dat micro-organisme voorbereid zijn en reageren. Zijn zorgstelsels robuust genoeg om bijvoorbeeld met een plotselinge toename van (IC-)patienten om te gaan? Kunnen er snel en op grote schaal medische apparaten – zoals beademingsapparatuur – worden geproduceerd als dat nodig is? En treffen overheden de – op wetenschappelijke feiten gebaseerde – maatregelen die nodig zijn om de ziekteverwekker in te dammen? De menselijke factor kan de carrière van een ziekteverwekker maken of breken, zo stelden sommige deskundigen die voor het rapport geraadpleegd werden. Sterker nog: onze reactie op een ziekteverwekker zou volgens deskundigen nog doorslaggevender zijn voor het verloop van een epidemie dan de eigenschappen van die ziekteverwekker of de mate waarin wij er vatbaar voor zijn. “Ik denk dat dit nieuwe coronavirus menselijke factoren (ontwijkend gedrag, de verkeerde maatregelen treffen, etc.) gebruikt heeft om de wereld te ontwrichten,” stelt Adalja in gesprek met Scientias.nl.

Ondanks dat Adalja en collega’s ons in 2018 reeds waarschuwden voor onszelf en onze reactie op naderend onheil in de vorm van een virus, overviel SARS-CoV-2 ons toch. En terwijl we ons wanhopig vastklemden aan de wereld en economie zoals we die voor de uitbraak van SARS-CoV-2 kenden, faciliteerden we de verspreiding ervan. Er kan wat Adalja betreft dan ook geen onduidelijkheid bestaan over de belangrijkste les die we na deze pandemie kunnen trekken. “Een succesvolle reactie op de pandemie vereist dat leiders tijdig actie ondernemen en daarbij luisteren naar de wetenschap.”

Aanbevelingen
Hoewel het voor nu mosterd na de maaltijd is, komt die wijze les in de toekomst ongetwijfeld nog eens van pas. Want het is niet de vraag óf er in de toekomst opnieuw pandemieën uitbreken, maar wannéér dat gebeurt. En dus blijft de dringende oproep van Adalja en collega’s om ons op zo’n toekomstige pandemie voor te bereiden, van kracht. In 2018 deden de onderzoekers in het kader daarvan al verschillende aanbevelingen waarvan volgens Adalja tijdens de pandemie van 2020 wel gebleken is dat ze heel belangrijk zijn. Zo pleitten de onderzoekers er in 2018 voor om ons niet alleen blind te staren op ziekteverwekkers die we nog kennen uit het verleden, maar juist ook uit te kijken naar ziekteverwekkers die we nog niet (goed) kennen en die nog nooit wereldwijd voor problemen hebben gezorgd. Daarbij keken de onderzoekers met name enigszins argwanend naar de RNA-virussen (waartoe ook SARS-CoV-2 behoort) die luchtweginfecties veroorzaken. Het ontwikkelen van universele vaccins en een breed scala aan antivirale middelen, gericht op deze virussen zou volgens het rapport de hoogste prioriteit moeten hebben. Daarnaast stelden de onderzoekers dat het belangrijk is om veroorzakers van infectieziekten waarmee mensen zich in ziekenhuizen melden, te identificeren. Nu wordt vaak wel een diagnose gesteld – bijvoorbeeld: sepsis of longontsteking – maar slechts zelden volgt een laboratoriumtest om het micro-organisme erachter te identificeren. En dat is wel de manier waarop we opkomende ziekteverwekkers die in staat zijn om een pandemie te veroorzaken, op de radar kunnen krijgen.

Waar de onderzoekers in 2018 met hun aanbevelingen en waarschuwingen nog een roepende in de woestijn waren, is dat twee jaar later wel anders, denkt Adalja. “Ik denk dat we – omdat deze pandemie elke persoon op de planeet raakt – nu de kans hebben om ons zodanig voor te bereiden dat we zodra de volgende pandemie dreigt, veel veerkrachtiger zijn. Ik denk dat de overheden en het grote publiek de dreiging van infectieziekten nu veel serieuzer nemen en onze waarschuwingen en aanbevelingen niet – zoals in het verleden wel gebeurde – aan dovemansoren gericht zijn.”