3D-printers worden al gebruikt om auto’s, voedsel en Rubiks kubussen te produceren. Wist u dat zelfs het beeld van De Denker (Singer Laren) is gerepareerd met hulp van een 3D-printer? Dit soort apparaten zijn niet meer weg te denken. Wetenschappers denken dat het in de toekomst mogelijk is om lichaamsdelen te printen, zoals kraakbeen, botten, oren en zelfs huid.

3D-printers werken vrij simpel: objecten worden laagje voor laagje geproduceerd. 3D-printers gebruiken of fijne poeders (gips, bioplastic, polyester, etc) of vloeistoffen om 3D-modellen te printen. De fijne poeders worden met elkaar verbonden, waardoor zij een vaste vorm aannemen. Vloeistoffen, zoals fotopolymeer, worden vast door UV-licht. 3D-printers zijn nog te duur voor gewone consumenten, aangezien de goedkoopste exemplaren voor circa vier- tot vijfduizend euro over de toonbank gaan. Tevens gaat 3D-printen niet erg snel. Het printen van een 3D-model neemt soms uren of dagen in beslag.

Toch bieden 3D-printers veel voordelen. Een 3D-printer die lichaamsdelen of huid kan uitprinten komt goed van pas in een oorlogsgebied. Een computer kan de wond van een militair scannen en vervolgens produceert een 3D-printer een laagje huid.

VOEDSELPRINTER

In de toekomst heeft u misschien wel een voedselprinter in de keuken staan. Hiermee hoeft u nooit meer te koken. Kies een recept en de voedselprinter produceert het voor u!

Van kraakbeen naar lever
De wetenschappers beginnen met het maken van kraakbeen. “Het is vormloos en de interne structuur is niet erg complex”, legt professor Hod Lipson van de universiteit van Cornell uit. “Vervolgens gaan we complexer weefsel produceren. Wellicht volgt daarna een bot, of misschien wel een lever.”

Aansluiten
Eén van de grootste uitdagingen is hoe wetenschappers kunstmatig weefsel, dat gemaakt is met een 3D-printer, gaan verbinden met het menselijk lichaam. Neem bijvoorbeeld een nieuw oor: dat moet aangesloten worden op kleine bloedvaten. En dan hebben we het nog niet eens over een complex onderdeel als bijvoorbeeld het hart of de longen.

20 jaar
“Ik denk dat deze technologie over twintig jaar volwassen is”, meent Lipson. “Daar ben ik van overtuigd.”