In Nederland hebben weinig vrouwen een positie aan de academische top. Het percentage vrouwelijke hoogleraren is 11,7 procent en dat is veel lager dan de doelstelling van de EU: 25 procent vrouwelijke hoogleraren in 2010. Waarschijnlijk haalt Nederland deze doelstelling pas in 2030. Of de overheid moet ingrijpen.

Zonder extra initiatieven zullen de meisjes die nu in het basisonderwijs zitten, nog steeds vooral college krijgen van mannelijke docenten en nog steeds weinig vrouwelijke rolmodellen aan de universiteit hebben. Hoogleraar transplantatiebiologie Els Goulmy en FOM-directeur Wim van Saarloos vinden dat het anders kan en moet. Een versnelde groei van het aantal vrouwelijke hoogleraren is op zijn plaats.

Goulmy en Van Saarloos hebben de minister van OCW een ambitieus programma voor­gesteld dat in 2020 moet voorzien in minimaal twintig procent vrouwelijke hoogleraren in alle wetenschapsgebieden. Zij willen tot 2020 jaarlijks dertig vrouwelijke talenten middels een tenure-track fellowship een carrièrepad bieden dat bij positieve beoordeling in tien jaar leidt tot een positie als hoogleraar. Als tegenprestatie worden de wetenschappelijke instel­lingen die met dit programma (inter)nationaal vrouwelijk toptalent aan kunnen trekken, geacht om minstens twintig procent van hun wetenschappelijke vacatures te bezetten met vrouwen. Tevens moeten zij zich inspannen om een passende functie te vinden voor de partner van een fellow.

Als het plan doorgaat, betaalt de belastingbetaler 420 miljoen euro in twintig jaar tijd om de vrouwen aan de top te krijgen. Van Saarloos en Goulmy vinden het geld goedbesteed. Een evenredig aantal vrouwelijke hoogleraren leidt tot een beter werkklimaat voor vrouwen én mannen, beweren zij. Succesvolle fellows zullen fungeren als rolmodellen voor vrouwelijke studenten en promovendi.

Het is nu wachten op een reactie van het ministerie.