Nog niet eerder is buiten Afrika zulk oud bewijs gevonden voor het gebruik van pijl en boog.

We weten al langer dat onze voorouders ooit afreisden naar wat nu Sri Lanka is en zich daar thuis voelden. Eerder troffen onderzoekers op het eiland al de oudste Zuid-Aziatische fossiele resten van een Homo sapiens aan en werden er verschillende objecten teruggevonden die erop wezen dat onze voorouders zich vanaf 48.000 jaar geleden prima wisten te redden in de tropische regenwouden. En daarmee werd het idee dat onze voorouders de regenwouden liever vermeden, radicaal van tafel geveegd. Onduidelijk bleef echter al die tijd hoe ze er in slaagden om in die regenwouden aan voedsel te komen en bijvoorbeeld snelle prooien zoals apen en eekhoorns te pakken kregen. Een nieuw onderzoek geeft daar meer duidelijkheid over en suggereert dat de mensen die zich op Sri Lanka vestigden, zich met pijl en boog van voedsel verzekerden.

Pijlen
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze zich nog eens bogen over puntige van botten gemaakte objecten die eerder in een grot in het zuidwesten van Sri Lanka zijn teruggevonden. Met behulp van verschillende moderne technieken kunnen de onderzoekers nu aantonen dat deze objecten daadwerkelijk gebruikt werden als pijlen. En met een leeftijd van zo’n 48.000 jaar gaan ze de boeken in als de oudste pijlen die tot op heden buiten Afrika zijn teruggevonden.


Dat de puntje botten als pijlen gebruikt werden, leiden de onderzoekers onder meer af uit kleine scheurtjes die in de botten te zien zijn. Die wijzen erop dat de objecten daadwerkelijk zijn gebruikt om te jagen op prooien in het regenwoud. De scheurtjes zouden zijn ontstaan doordat de puntige objecten met grote kracht en snelheid op zo’n dier zijn geklapt.

Hier zie je de gereedschappen die wetenschappers eerder in een grot in Sri Lanka terugvonden en nu nog eens uitgebreid zijn bestudeerd. De gereedschappen zijn gemaakt van botten. Bij de gereedschappen staat middels kleine afbeeldingen vermeld van welk dier ze gemaakt zijn. Afbeelding: Langley et al., 2020.

Innovatief in het regenwoud
Eerder zijn in Afrika wel oudere objecten teruggevonden die erop wijzen dat mensen hier met pijl en boog op dieren joegen. Deze objecten werden eigenlijk altijd ontdekt langs de kust of op open graslanden. Hierdoor had men lang het idee dat de ontwikkeling van deze technologieën voornamelijk in dat soort landschappen plaatsvond. Maar de afgelopen jaren heeft de ontdekking dat moderne mensen zich ook in een breed scala van andere landschappen – van woestijnen tot ijzig koude, op hoge breedte gelegen gebieden – konden redden. En het onderzoek in Sri Lanka onderschrijft nog maar eens dat mensen ook in deze gebieden vindingrijk waren.

Kleding en netten
De onderzoekers bestudeerden niet alleen de puntige objecten die in de grot zijn teruggevonden. Ze bogen zich – met behulp van dezelfde technieken – ook nog eens over enkele andere objecten die lang geleden in de grot werden gebruikt. En zo ontdekten ze dat sommige gereedschappen – afgaand op de gebruikerssporen – waarschijnlijk werden gebruikt om netten en mogelijk zelfs kleding te maken. “Ook vonden we duidelijk bewijs voor de productie van gekleurde kralen,” vertelt onderzoeker Michelle Langley. Ook zijn er bewerkte schelpen teruggevonden die afkomstig zijn van de verderop gelegen kust en mogelijk zo’n 45.000 jaar geleden verhandeld werden. Samen wijzen de vondsten er volgens de onderzoekers op dat hier in de tropen van Zuid-Azië in die tijd al sprake was van een complex, menselijk sociaal netwerk.


In de grot zijn ook kralen en bewerkte schelpen teruggevonden. Afbeelding: Langley et al., 2020.

Maar wat de ontdekkingen bovenal laten zien, is dat het echt niet langer mogelijk is om specifieke technologische, symbolische en culturele ontwikkelingen in het Pleistoceen te herleiden naar één enkel gebied of landschap. “Het Sri Lankaanse bewijs laat zien dat de uitvinding van pijl en boog, kleding en symbolen meerdere malen en op meerdere verschillende plaatsen, plaatsvond, waaronder ook in de tropische regenwouden van Azië,” stelt onderzoeker Michael Petraglia. Waar men in het hoge noorden kleding ontwikkelde om zich te beschermen tegen de kou, werd het in de tropen misschien wel gemaakt om te beschermen tegen muggen. En waar men in Afrika wapens ontwikkelde om de grotere dieren op de savanne te kunnen grijpen, bedacht men in Azië wapens om juist de kleine, watervlugge en in bomen levende tropische dieren te pakken te krijgen. “Mensen spreiden in deze tijd een ongebruikelijke vindingrijkheid en het vermogen om een breed scala aan nieuwe landschappen te exploiteren, tentoon,” aldus onderzoeker Nicole Boivin. “Deze vaardigheden stelden ze in staat om tegen 10.000 jaar geleden bijna alle continenten op aarde te koloniseren en zo koers te zetten naar de wereldwijde soort die we vandaag de dag zijn.”