Liepen er in de prehistorie al dierenartsen rond die zich aan chirurgische ingrepen waagden?

Dat zou zomaar kunnen, zo stellen onderzoekers in het blad Scientific Reports. In Frankrijk hebben ze namelijk een wel heel bijzondere schedel van een koe teruggevonden. De schedel zou uit de periode tussen 3400 en 3000 voor Christus stammen en lijkt te getuigen van een vrij heftige chirurgische ingreep. In het bot dat het voorhoofd van de koe vorm gaf, is een flink gat ontdekt.

Chirurgische ingreep
In theorie kan zo’n gat natuurlijk getuigen van een ongeluk of een heftige aanvaring met een soortgenoot. Maar dat is waarschijnlijk niet het geval, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen erop dat ze rond het gat geen breuken of scheurtjes zien die wel zouden zijn ontstaan als een ander rund zijn hoorn in het voorhoofdsbeen had geramd. Bovendien is ook de vierhoekige vorm van het gat opvallend en zijn rond het gat inkervingen te zien die lijken te zijn ontstaan doordat iemand er met een mes-achtig object in de weer is geweest. Dat alles wijst er dan ook op dat deze koe een chirurgische ingreep heeft ondergaan.

Op het bot zijn duidelijke inkervingen te zien die veroorzaakt lijken te zijn door een scherp, mes-achtig object. Afbeelding: Fernando Ramirez Rozzi.

Geen herstel
De onderzoekers wijzen erop dat er geen bewijs is gevonden dat de koe van de ingreep is hersteld. Dat kan twee dingen betekenen: de operatie vond plaats toen de koe al dood was óf het dier stierf kort na de operatie.

Dat er in de prehistorie al chirurgische ingrepen werden gedaan, is op zichzelf niets nieuws. Eerder zijn al bewijzen gevonden dat mensen meer dan 12000 jaar geleden al schedeloperaties op elkaar uitvoerden. De nu ontdekte koe is echter het oudste dier dat van vergelijkbare ingrepen getuigt. Het kan volgens de onderzoekers twee dingen betekenen: mensen opereerden ook dieren óf ze oefenden op hun vee om de geperfectioneerde technieken vervolgens op hun soortgenoten los te laten.