Wetenschappers hebben langs de rivier de Tjonger in ons land de restanten van een prehistorische maaltijd ontdekt.

De restanten zijn zo’n 7700 jaar oud. Het gaat om enkele resten van een oeros. Aan de hand van de restanten en gereedschappen konden de onderzoekers exact vaststellen hoe de maaltijd verliep.

Gevangen
“Het dier werd gevangen in een val en daarna op het hoofd geslagen of doodgeschoten met een pijl en boog,” stelt onderzoeker Wietske Prummel van de universiteit van Groningen. Nadat de oeros was gedood, sneden de mensen de poten af en zogen het merg eruit.

WIST U DAT…

…wetenschappers vorig jaar de resten van de eerste georganiseerde feestmaaltijd hebben gevonden?

Hapje
Daarna werd het dier gevild en geslacht. De huid en enkele grote stukken vlees werden bewaard en naar het nabijgelegen kamp gebracht. Maar de jagers hielden ook wat voor zichzelf, zo blijkt. Op enkele kleine botten zijn brandplekken aangetroffen. Dat wijst erop dat de jagers enkele stukken van de oeros boven een vuurtje kookten en opaten. “Hun beloning voor een succesvolle jacht.”

De oude mensen waren waarschijnlijk dol op oerossen en joegen er veelvuldig op. Toch was het niet de jacht die ervoor zorgde dat de dieren uiteindelijk in 1627 uitstierven. Zo’n duizend jaar nadat de maaltijd aan de rivier de Tjonger had plaatsgevonden veranderde de mens van jager en verzamelaar in een boer. En boeren hebben land nodig. Daardoor werd het leefgebied van de oeros steeds kleiner en stierf de soort uiteindelijk uit.