Ooit was Mars een vrij rustige planeet waar weinig te beleven viel. Maar tegenwoordig rijden er enkele robots rond en het zal niet lang duren voor er ook mensen rondwandelen. Wordt het niet tijd dat we de rode planeet – en misschien ook andere hemellichamen – tegen onszelf in bescherming gaan nemen?

De afgelopen decennia is de ruimtevaart in een stroomversnelling belandt. We bezochten de maan, stuurden ruimtesondes naar diverse planeten in ons zonnestelsel en zetten robots op Mars neer. En het lijkt erop dat de mensheid klaar is voor een volgende stap in onze verkenningsdrift: een bezoek aan een andere planeet in ons zonnestelsel. Er zijn serieuze plannen voor een bemande missie naar Mars. Daar zullen mensen zich bij de Marswagentjes die daar rondrijden of in het verleden hebben rondgereden, voegen en onderzoek gaan doen naar de meest uiteenlopende zaken. En aangezien Mars niet direct om de hoek is – een ritje die kant op duurt al snel 250 dagen – zullen we er niet alleen gaan werken, maar ook (tijdelijk) gaan wonen.

Zorgwekkend
Het zijn opwindende plannen. Maar ergens zijn ze ook zorgwekkend, zo stelde professor Charles Cockell, verbonden aan de universiteit van Edinburgh, enkele jaren geleden al in een paper. Het groeiende aantal robots dat op Mars rondrijdt en het plan om ook mensen naar de rode planeet te sturen, dreigt volgens hem een significante invloed te hebben op het Marslandschap. Vooral de invloed die de aanwezigheid van mensen en robots op mooie natuurgebieden en gebieden die belangrijk zijn voor de wetenschap hebben, baart Cockell zorgen. Hij is bang dat mensen gebieden ‘besmetten’ door er aardse bacteriën of afval (bijvoorbeeld onderdelen van ruimtevaartuigen) achter te laten.

Afval op Mars: het hitteschild van Marsrover Opportunity. Foto: NASA / JPL / Cornell.

Afval op Mars: het hitteschild van Marsrover Opportunity. Foto: NASA / JPL / Cornell.

Wetenschap
En Cockell heeft natuurlijk wel een punt. In de ogen van wetenschappers is Mars eigenlijk één groot plaats delict waar ze geen sporen van moord en doodslag, maar van leven hopen te vinden. Wanneer robots en mensen over de planeet struinen, vernietigen ze wellicht belangrijk ‘bewijsmateriaal’ of laten ze sporen achter die wetenschappers straks helemaal op het verkeerde been zetten. Maar ook afgezien van de wetenschap zijn er natuurlijk goede redenen om zuinig op het ‘pure’ Mars te zijn. We zijn het volgende generaties toch verplicht? Zij verdienen het toch ook om Mars te zien zoals het is, dus zonder afval en zonder dat we het landschap aantasten? Een andere reden om zuinig te zijn op Mars is de historische waarde die sommige gebieden op de planeet hebben of nog krijgen. Denk aan de gebieden waar de eerste rovers landden of de sterfplek van Marsrover Spirit en in de toekomst de plek waar de eerste mensen voet op Mars zetten.

Wat moeten we beschermen?

Welke gebieden op Mars moeten we beschermen? Cockell heeft er alvast zeven geselecteerd. Hij denkt onder meer aan de noordpool van Mars, Olympus Mons (de hoogste berg van het zonnestelsel en waarschijnlijk dus een geliefd doelwit voor toekomstige ruimtevaarders die graag bergen beklimmen) en de helft van Valles Marineris: het indrukwekkende klovensysteem op Mars.

Planetaire parken
Maar hoe kunnen we Mars tegen onszelf beschermen? De gebieden die het beschermen waard zijn, zijn namelijk vaak ook de gebieden die het bestuderen waard zijn. Cockell heeft een idee en liet zich daarbij inspireren door de plekken op aarde die ook tegen mensen beschermd moeten worden, maar die tegelijkertijd de moeite van het bestuderen waard zijn. Dergelijke gebieden worden door overheden aangewezen als nationale parken. Mensen hebben slechts beperkt toegang tot de parken, maar tegelijkertijd is er – onder bepaalde voorwaarden – wel een mogelijkheid om in de parken onderzoek te doen. Cockell ziet er wel iets in om ook op Mars van die ‘nationale parken’ aan te wijzen: planetaire parken. Regels die in dergelijke parken zouden moeten gelden, zijn bijvoorbeeld: onbemande ruimtevaartuigen mogen er niet landen, mensen mogen geen afval of ruimtevaartuigen in het gebied achterlaten, alle apparaten, pakken en andere gereedschappen die in het park gebruikt worden, moeten zorgvuldig gesteriliseerd worden, mensen die het park bezoeken mogen niet overal wandelen, maar moeten bepaalde routes door het park volgen (de ‘gebaande paden’), enzovoort.

Maan
Hoewel de papers waarin Cockell zijn plannen voor de planetaire parken uit de doeken doet al enkele jaren oud zijn, zijn ze nu actueler dan ooit. De plannen voor bemande missies naar Mars worden immers steeds concreter. Denk bijvoorbeeld aan de plannen van de organisatie Mars One. Maar er staat meer te gebeuren. Zo zijn er ook weer serieuze plannen voor missies naar de maan. En ook dat is een hemellichaam dat we met behulp van planetaire parken tegen onszelf in bescherming kunnen nemen, benadrukt Cockell.

Een stukje Mars met linksonder (omcirkeld) de lander die Marswagentje Spirit op Mars achterliet. De inzet laat de lander van ietsje dichterbij zien. Afbeelding: NASA / JPL / Cornell.

Een stukje Mars met linksonder (omcirkeld) de lander die Marswagentje Spirit op Mars achterliet. De inzet laat de lander van ietsje dichterbij zien. Afbeelding: NASA / JPL / Cornell.

COSPAR
Maar hoe zou dat heel concreet in zijn werk moeten gaan? Wie zou bijvoorbeeld een gebied op Mars als nationaal park moeten aanwijzen? Zoals eerder uit een interview met drs. Tanja Masson-Zwaan, werkzaam bij de faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden en expert op het gebied van lucht- en ruimterecht, al bleek behoort Mars (net als andere hemellichamen) aan niemand toe. “Er is geen eigendom in de ruimte. Staten (en dus hun onderdanen) mogen zich geen hemellichamen toe-eigenen, maar ze mogen ze wel vrij gebruiken,” vertelde Masson-Zwaan toen. Wie kan dan de beslissing nemen om een deel van Mars als nationaal park te bestempelen? We vroegen het Cockell. “Dat zou moeten gebeuren middels COSPAR: het Committee on Space Research dat op dit moment al de regelgeving omtrent de bescherming van planeten overziet.”

En ook de nieuwste Marsrover laat (letterlijk en figuurlijk) zijn sporen na op Mars. Foto: NASA.

En ook de nieuwste Marsrover laat (letterlijk en figuurlijk) zijn sporen na op Mars. Foto: NASA.

Respect
Zoals gezegd keek Cockell zijn idee voor nationale parken op Mars af van nationale parken op aarde. Maar zoals u weet krijgen die nationale parken lang niet overal het respect dat ze verdienen. In sommige landen dringen stropers ze bijvoorbeeld gewoon binnen. Zou dat in de ruimte anders gaan? Cockell denkt van wel. Hij wijst erop dat landen nu al veel maatregelen treffen om te voorkomen dat ze met hun apparatuur bacteriën op andere planeten brengen. “Veel ruimtevaartorganisaties en private ondernemingen hebben het idee dat dit soort protocollen de moeite waard zijn.”

Cockell heeft duidelijk goed over zijn idee nagedacht. Maar is het niet al te laat? Op Mars bevindt zich reeds afval en op de maan crashten onlangs nog twee ruimtesondes. Hadden we deze nationale parken niet veel eerder al in het leven moeten roepen? Cockell meent van niet. “Hoewel zich op Mars en andere planeten ruimtevaartuigen bevinden, dragen ze nog maar bij aan het besmetten van een klein gebied en het idee van de parken is dat we ons ervan verzekeren dat grote gebieden vrij blijven van (aards, red.) materiaal.” We zijn dus nog niet te laat, maar we moeten er ook niet te lang meer mee wachten…