En dat moet anders, zo betoogt onderzoeker Charlotte Baker. Een betoog dat recent – eindelijk – gehoor vond bij de Verenigde Naties.

De term ‘heksenjacht’ is ons in het westen niet vreemd; nog regelmatig duikt deze in de media op, om een hetze tegen individuen of groepen aan te duiden. Ook kennen we de term uit de geschiedenisboeken, die verhalen over de wrede wijze waarop vermeende heksen lang geleden vervolgd en vermoord werden. Maar in grote delen van de wereld is de heksenjacht niet iets uit het verleden of een term die slechts metaforisch wordt gebruikt. In sommige gebieden is de letterlijke heksenjacht – met alle daarbij behorende wreedheden – nog springlevend. En hetzelfde geldt voor andere vormen van aan hekserij gerelateerd geweld.

20.000 meldingen
Dat blijkt onder meer uit onderzoek van professor Charlotte Baker, verbonden aan Lancaster University. “Ons voorlopig onderzoek onthult dat in het afgelopen decennium meer dan 20.000 meldingen zijn gemaakt van mensen die beschuldigd worden van hekserij en/of te maken hebben gekregen met aan hekserij gerelateerd geweld.” En dat is waarschijnlijk nog een conservatieve schatting. “We denken dat er nog veel meer gevallen zijn die niet gemeld zijn.” Baker wijst er daarbij op dat mensen die te maken krijgen met aan hekserij gerelateerd geweld, vaak in het geheim worden aangevallen. En zelfs als ze die aanval overleven, is het niet vanzelfsprekend dat ze er melding van maken. “Soms zijn ook familieleden bij de rituele aanvallen betrokken.”

Afrika
De 20.000 meldingen die Baker noemt, zijn mogelijk dus nog maar het topje van de ijsberg. Wel kan op basis van deze cijfers geconcludeerd worden dat aan hekserij gerelateerd geweld een wereldwijd probleem is; de meldingen komen uit 60 verschillende landen. Wat daarbij opvalt, is dat relatief veel meldingen afkomstig zijn uit Afrika. Maar dat kan wel eens een vertekend beeld geven, zo stelt Baker. “In Afrika is men zich redelijk bewust van dit probleem en wordt er ook relatief veel onderzoek naar gedaan.” Maar ook buiten Afrika is aan hekserij gerelateerd geweld springlevend, bijvoorbeeld in landen zoals India en Papoea-Nieuw-Guinea.

Schrijnende verhalen
Wie inzoomt op de 20.000 meldingen stuit op de schrijnende verhalen erachter. “Beschuldigingen van hekserij, rituele aanvallen, discriminatie en stigmatisatie en mensen die door hun familie of gemeenschap verbannen worden,” zo somt Baker op. “Of ze worden geslagen, verbrand of met messen gestoken. En soms worden ledematen geamputeerd.” De slachtoffers zijn meestal mensen die sowieso al kwetsbaar zijn. “Vrouwen, kinderen, ouderen en mensen met een beperking, waaronder bijvoorbeeld ook mensen met albinisme (zie kader, red.),” zo weet Baker, die uitgebreid onderzoek deed naar albinisme in Afrika.

Behalve gezondheidsrisico’s brengt albinisme met name in Afrika ook andere problemen met zich mee. In sommige gemeenschappen worden mensen met albinisme gezien als een vloek en om die reden al op jonge leeftijd gedood. Maar soms is men er ook van overtuigd dat mensen met albinisme magische eigenschappen hebben en dat hun lichaamsdelen geluk brengen. Ook die overtuiging kan er helaas voor zorgen dat mensen met albinisme met geweld te maken krijgen. Zo komt het voor dat mensen met albinisme worden aangevallen, waarbij ledematen worden geamputeerd. Of ze worden vermoord, waarna hun lichaamsdelen verkocht en in sieraden of drankjes verwerkt worden.

Resolutie
Hoewel deze wreedheden op vrij grote schaal plaatsvinden, grijpen lokale overheden zelden in. En dat moet anders, zo vinden deskundigen. “We moeten dit probleem nu aanpakken,” stelt Baker. En wat dat betreft is vorige maand, na jaren van voorbereiding, een belangrijke stap gezet. De Verenigde Naties hebben een resolutie aangenomen die ertoe moet leiden dat aan hekserij gerelateerd geweld straks overal tot het verleden behoort. “Het is voor het eerst dat een resolutie omtrent schadelijke praktijken die samenhangen met hekserij op een internationaal niveau is aangenomen,” stelt Baker, die de kwestie samen met collega’s al in 2017 bij de VN aanhangig maakte. En daarmee kan de resolutie historisch worden genoemd. Tegelijkertijd is deze resolutie – waarmee de VN een standpunt inneemt tegen de wreedheden en de wil toont om er iets aan te doen – nog maar een begin. Gehoopt wordt dat de resolutie er uiteindelijk tot leidt dat er richtlijnen komen voor de aanpak van deze wreedheden, waar regio’s die hiermee te maken hebben op terug kunnen vallen en die een einde maken aan het lichamelijke en mentale geweld waar de veelal toch al zo kwetsbare slachtoffers mee te maken hebben.

Zorgvuldigheid is geboden
Bij het opstellen van de resolutie was zorgvuldigheid geboden. “Geloven in hekserij is op zichzelf niet schadelijk,” onderstreept Baker. “Maar bepaalde met hekserij samenhangende overtuigingen kunnen wel schadelijk zijn.” De resolutie is dan ook niet gericht op het bestrijden van hekserij of geloof daarin, “maar in manifestaties van deze overtuigingen die resulteren in schadelijke praktijken”. Ikponwosa Ero, een onafhankelijk expert op het gebied van albinisme en nauw betrokken bij het aanhangig maken van deze kwestie bij de VN, vat het als volgt samen: “De resolutie beschermt de mensenrechten van degenen die beschuldigd worden van hekserij en slachtoffer zijn van rituele aanvallen, maar beschermt tegelijkertijd de traditionele genezers, de religieuze, inheemse en culturele overtuigingen en activiteiten die niet leiden tot schadelijke praktijken.”

Baker is voorzichtig optimistisch dat de resolutie betere tijden inluidt voor mensen die met door hekserij ingegeven geweld te maken hebben. Ze denkt dan met name aan mensen met albinisme, waar ze in Sub-Sahara-Afrika zo uitgebreid onderzoek naar heeft gedaan. “Mensen met albinisme zijn vaak slachtoffer van met hekserij samenhangende rituele aanvallen die voortvloeien uit de mystificatie van en onbegrip omtrent de genetische basis van albinisme. Het resulteert in discriminatie en stigmatisatie en lichamelijke schade, waaronder mutilatie en zelfs moord omwille van hun lichaamsdelen. Iemand met albinisme in Tanzania zal misschien nooit van deze resolutie weten, maar de resolutie die met hekserij samenhangende mishandeling veroordeelt en de richtlijnen die hieruit zullen voortvloeien zorgen voor bewustwording bij overheden en de internationale gemeenschap.” En wie zich bewust wordt van dit wereldwijde probleem, kan daar niet langer de ogen voor sluiten, zo is de hoop.