Apen hebben veel betere numerieke vaardigheden dan gedacht, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Zolang de dieren de objecten die ze moeten tellen maar niet kunnen opeten.

De onderzoekers zetten een experiment op met enkele java-apen. De dieren kregen twee borden te zien met daarop rozijnen. Op het ene bord lagen meer rozijnen dan op het andere. Zodra een aap naar een bord wees, kreeg hij de rozijnen die op dat bord lagen.

Kleine hoeveelheid
Vreemd genoeg kozen de dieren vaak voor de kleine hoeveelheid. Onderzoekers Vanessa Schmitt denkt wel te weten hoe dat komt. “Hun impulsiviteit tastte hun oordeel aan.” En dus werd het experiment nog een keer herhaald, maar dan ietsje anders.

Nog een keer
De apen kregen weer de twee borden te zien, maar nu lagen er objecten op die niet eetbaar waren. De apen deden het direct een stuk beter.

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs een nieuwe soort aap ontdekt hebben? Een aap met een baardje!

En nog een keer
Om te achterhalen of de dieren werkelijk hoeveelheden konden inschatten, werd een derde experiment gestart. Weer kregen de dieren twee borden te zien, maar nu kregen de apen door te wijzen niet de rozijnen die op het bord lagen, maar die onzichtbaar waren en onder het bord lagen. In dit experiment deden de dieren het net zo goed als in het tweede proefje. “Dat betekent dat ze de rozijnen als vertegenwoordigers zien van de beloning die ze gaan ontvangen.” En dan zijn de dieren – hoewel men dat uit het eerste experiment niet zou afleiden – dus prima in staat om onderscheid te maken tussen grote en kleine hoeveelheden.

Kinderen
Kleine kinderen hebben ditzelfde probleem, zo weet onderzoeker Julia Fischer. “Je hebt twee stapels snoep: een grote en een kleine. Het kind wijst natuurlijk naar de grote en die wordt vervolgens aan een ander gegeven, terwijl het kind de kleine stapel krijgt. Kinderen kunnen moeilijk begrijpen dat ze naar de kleine stapel moeten wijzen om de grote te krijgen. Maar als je het snoep vervangt door nummers of andere symbolen dan kunnen ze het wel.”

Het onderzoek toont aan dat het bij apen net zo werkt. Waarschijnlijk heeft dat ervoor gezorgd dat veel wetenschappers tijdens experimenten moesten concluderen dat apen niet goed kunnen tellen. Terwijl de dieren dat wel kunnen.