Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige planten invloed uitoefenen op de hoeveelheid hormonen in het lichaam van apen. Zo kunnen planten er voor zorgen dat apen agressiever worden of meer zin krijgen in seks.

De onderzoekers bestudeerden een groep apen uit het geslacht Procolobus in Oeganda. Ze ontdekten dat mannelijke apen meer cortisol en estradiol aanmaakten naarmate ze meer bladeren van de tropische boom Milettia dura aten. Doordat de apen meer van die hormonen in hun bloed hadden, werden ze ook agressiever en namen hun seksuele activiteiten toe. Ook besteedden de apen minder tijd aan de verzorging van elkaars vacht: iets wat heel belangrijk is voor het onderhouden van de onderlinge banden. M. dura heeft die invloed op apen, doordat de bladeren ervan fyto-oestrogenen bevatten (door planten aangemaakte oestrogeen-achtige stoffen).

Invloeden
“Het is één van de eerste studies in een natuurlijke setting die ons van bewijs voorzien dat chemische stofjes in planten de fysiologie en het gedrag van primaten kunnen beïnvloeden door invloed uit te oefenen op het endocrien systeem (klieren die hormonen afgeven, red.),” vertelt onderzoeker Michael Wasserman. De wetenschappers benadrukken daarbij dat we niet mogen stellen dat planten helemaal op eigen houtje het gedrag van dieren veranderen. Het eten van planten is slechts één van vele factoren die van invloed zijn op de hoeveelheid hormonen en daaruit voortkomend gedrag, zo schrijven de onderzoekers in het blad Hormones and Behaviour.

De mens
Het onderzoek heeft niet alleen implicaties voor onze kennis van apen, maar heeft mogelijk ook gevolgen voor ons. “Door de hoeveelheid hormonen en sociaal gedrag dat belangrijk is voor de voortplanting en gezondheid te veranderen, hebben planten mogelijk een grote rol gespeeld in de evolutie van primaten, waaronder mensen.”

WIST U DAT…

…uit eerder onderzoek al is gebleken dat planten die fyto-oestrogenen produceren de vruchtbaarheid en het gedrag van onder meer knaagdieren en schapen veranderen? Ook blijken fyto-oestrogenen te leiden tot meer agressie, minder lichamelijk contact en meer angst.

Soja
De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de stoffen die sommige planten aanmaken en die invloed hebben op het gedrag van de primaten, ook in voedsel dat wij mensen eten, zit. Bijvoorbeeld in soja. “Met alle zorgen die er vandaag de dag zijn over de inname van fyto-oestrogenen door mensen, is het heel nuttig om meer te weten te komen over blootstelling aan zulke stoffen in primaten en dus in menselijke voorouders,” vertelt onderzoeker Katharine Milton. “Dat is voornamelijk het geval wanneer we de invloed van fyto-oestrogenen op de voortplanting bestuderen, want de voortplanting is de hoeksteen van natuurlijke selectie.”

De onderzoekers proberen nu te achterhalen of planten dezelfde invloed hebben op de chimpansee: een primaat die nauw aan onze soort verwant is. Het is zeker niet bewezen dat ze daarbij dezelfde resultaten gaan vinden. Chimpansees eten in tegenstelling tot de apen die de wetenschappers nu bestudeerden, niet heel veel bladeren, maar meer fruit. “Als fyto-oestrogenen een belangrijk deel van het dieet van een fruit etende primaat uitmaken en die consumptie heeft vergelijkbare effecten op het lichaam en gedrag, dan speelden planten die deze stoffen aanmaken waarschijnlijk een belangrijke rol in de evolutie van mensen,” stelt Wasserman. “Nadat we bestudeerd hebben welke effecten fyto-oestrogenen op fruit etende primaten hebben, kunnen we een beter idee krijgen van hoe deze stoffen de menselijke gezondheid en het gedrag beïnvloeden.”