Het westen van China is getroffen door een aardbeving met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter. Er zijn zeker 400 doden gevallen. De beving sloeg hard toe op het bergplateau dat Tibet van Qinghai scheidt. Huizen zijn ingestort, waardoor de bergbewoners in extreme kou moeten zien te overleven.

Het epicentrum van de beving lag zo’n 241 kilometer ten noorden van Qamdo (Tibet) en vond op een diepte van zo’n tien kilometer plaats. De beving werd veroorzaakt door de twee tektonische platen: de Indische Plaat en de Euraziatische Plaat.

Het getroffen bergplateau ligt bijna 3000 meter boven de zeespiegel. Hoe de situatie hoger in de bergen is, is onbekend. Wegen zijn onbegaanbaar en er is geen communicatie mogelijk. In de heuvels rondom het getroffen gebied wonen voornamelijk rondtrekkende herders. De meeste slachtoffers vielen in de stad Jyeku. Zo’n 85 procent van de huizen is ingestort en er liggen nog veel mensen onder het puin.

De laatste keer dat een zware aardbeving het gebied trof, was in mei 2008. Deze had een kracht van 8 op de schaal van Richter en kostte aan 87.000 mensen het leven.