De smelt van ijs op de polen en in de bergen kan op zichzelf al in 0,43 graad Celsius extra opwarming resulteren.

We zijn ondertussen in een heuse ‘klimaatfeedback’ terecht gekomen. Het betekent dat een gevolg van klimaatverandering vervolgens weer klimaatverandering versterkt. Anders gezegd, doordat ijs smelt, warmt de aarde nog sneller op. Wat precies de bijdrage is van dit smeltende ijs op mondiale temperatuurveranderingen was echter onbekend. Tot nu.

Klimaatfeedback
Laten we eerst wat dieper op het begrip ‘klimaatfeedback’ in gaan. Zoals gezegd betekent dit dat een gevolg van klimaatverandering, klimaatverandering versterkt. Simpelweg komt dit erop neer dat naarmate de aarde warmer wordt, de temperaturen in het noordpoolgebied sneller stijgen dan het mondiale gemiddelde. Een belangrijke reden hiervoor is dat het zee-ijs in de zomer snel afneemt. Zee-ijs reflecteert zonlicht. Wanneer het verdwijnt, komen de onderliggende wateren bloot te liggen. Deze zijn veel donkerder van kleur en reflecteren geen zonlicht, maar absorberen het juist. Bovendien wordt relatief warme oceaanwater in de winter niet meer zo goed afgeschermd door de isolerende eigenschappen van dik zee-ijs. En zo kan het verdwijnen van zee-ijs de lokale opwarming versterken.


Albedo
“Als de wereldwijde ijsmassa’s kleiner worden, verandert dit de hoeveelheid zonlicht dat op het aardoppervlak valt en teruggekaatst wordt naar de ruimte,” legt onderzoeker Nico Wunderling uit. “Door de afnemende ijsbedekking in het noordpoolgebied wordt meer van het donkere oceaanwater blootgelegd dat meer energie absorbeert.” Dat komt omdat de open oceaan een veel lager albedo heeft, van minder dan tien procent. Het zee-ijs heeft daarentegen juist een hoog albedo en weerkaatst 50 tot 90 procent van de zonnestraling. “Het is alsof je in de zomer witte of zwarte kleding draagt,” gaat Wunderling verder. “Als je donkere kleren draagt warm je gemakkelijker op.”

Wat is albedo?
Hoe lichter het oppervlak, hoe meer zonlicht er weerkaatst wordt. Onderzoekers drukken dat uit in albedo: een perfect zwart oppervlak heeft een albedo van nul procent, terwijl een perfect wit oppervlak een albedo van honderd procent heeft. De albedo van verse sneeuw ligt zo tussen de tachtig en negentig procent, terwijl de albedo van de oceaan (een heel donker oppervlak) onder de twintig procent zit.

Een ander gevolg van het smelten van meer ijs, is de toename van waterdamp in de atmosfeer. Warmere lucht houdt meer waterdamp vast en versterkt zo het broeikaseffect. Hoewel deze basismechanismen al langer bekend zijn, was het onduidelijk in hoeverre het smeltende ijs invloed uitoefent op de mondiale temperatuur. En dat hebben onderzoekers nu in een nieuwe studie onthuld.

De cijfers
De onderzoekers gebruikten verschillende computermodellen om een goed beeld te krijgen van de temperatuurstijging veroorzaakt door smeltende ijskappen. En ze ontdekten dat de smelt van ijs op de polen en in de bergen op zichzelf al in 0,43 graad Celsius extra opwarming kan resulteren. Als de gehele West-Antarctische ijskap wegkwijnt, zou dit kunnen leiden tot een temperatuurstijging van 0,05 graden Celsius. En wanneer het Arctische zee-ijs dat in de zomer op de oceanen rust volledig verdwijnt – een scenario dat mogelijk al binnen deze eeuw werkelijkheid kan worden – zou dit ongeveer 0,2 graden Celsius kunnen bijdragen aan de opwarming van de aarde. Om dit verder te duiden; 0,2 graden Celsius is een aanzienlijke stijging, aangezien de gemiddelde temperatuur op aarde momenteel ongeveer één graad hoger ligt dan in pre-industriële tijden. Bovendien hebben overheden met elkaar afgesproken om de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius te beperken.


Hoop
Er is echter nog hoop. Want deze resultaten zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de atmosferische CO2-concentraties vergelijkbaar blijven met die van vandaag de dag (boven de 400 ppm). Als we er dus alles aan doen om onze uitstoot terug te dringen, kunnen we het tij nog keren. Bovendien merken de onderzoekers op dat de genoemde opwarming niet in de loop van enkele jaren of decennia optreedt, maar eerder over eeuwen tot millennia (al zou het goed kunnen dat de Noordelijke IJszee nog vóór 2050 in de zomer tijdelijk ijsvrij zal zijn). “Het is geen risico op korte termijn,” aldus onderzoeker Ricarda Winkelmann. “De ijsmassa’s van de aarde zijn enorm. En dat betekent dat hun reactie op antropogene klimaatverandering – vooral die van de ijskappen op Groenland en Antarctica – zich ontvouwt over langere tijdschalen.” Toch moeten we niet achterover leunen. “Hoewel sommige veranderingen honderden tot duizenden jaren nodig hebben om zich te manifesteren, kunnen we deze wel binnen enkele decennia activeren,” waarschuwt Winkelmann.

Volgens de onderzoekers is het heel belangrijk om een beeld te hebben van de wereldwijde opwarming. “Elke tiende graad opwarming telt,” zegt Winkelmann. “Het is daarom urgenter dan ooit tevoren om feedback-loops en vicieuze cirkels van ons aardsysteem te voorkomen.”

Wist je dat…

…de West-Antarctische ijskap niet volledig ten dode is opgeschreven? Sneeuwkanonnen kunnen mogelijk de ijskap nog redden. Onderzoekers stellen voor om water uit de oceaan te halen, het zout eruit te verwijderen en het enigszins te verhitten (zodat het vloeibaar blijft en gemakkelijker getransporteerd kan worden) om het vervolgens met behulp van sneeuwkanonnen om te toveren tot sneeuw dat op de West-Antarctische ijskap kan worden afgezet. Daarbij hebben we het overigens niet over een klein beetje sneeuw; er is heel wat sneeuw nodig om de West-Antarctische ijskap te stabiliseren. Je moet dan toch al snel denken aan enkele honderden miljarden tonnen water per jaar en dat gedurende meerdere decennia.