opwarming

Onderzoekers hebben de verwachtingen omtrent de temperatuurstijging op aarde net naar beneden bijgesteld en nu mogen ze hun verwachtingen weer aanpassen. Nieuw onderzoek suggereert dat de eerdere verwachtingen toch klopten en dat de aarde – ondanks dat de opwarming nu trager verloopt – dus sterker opwarmt dan onderzoekers nu denken.

Sinds 1951 zijn de temperaturen wereldwijd gemiddeld zo’n 0,12 graden Celsius per decennium gestegen. Maar sinds 1998 gaat de opwarming trager: temperaturen stijgen ‘slechts’ 0,05 graden Celsius per decennium. En dat ondanks dat de hoeveelheid CO2 nog altijd even sterk toeneemt als in vorige decennia. Het leidde tot de voorzichtige conclusie dat broeikasgassen blijkbaar niet zo’n grote invloed hebben op de aarde als gedacht. Voor het Intergovernmental Panel on Climate Change voldoende reden om de verwachte temperatuurstijging iets naar beneden bij te stellen. Maar dat is onterecht, zo stelt NASA nu.

Stijging
Wanneer de CO2-uitstoot op de huidige voet doorgaat – een toename van 1 procent per jaar – zal de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer uiteindelijk verdubbelen. Wanneer dat gebeurt, schatten onderzoekers eerder dat de temperatuur op aarde tussen de 1,0 en 1,4 graden Celsius zal stijgen. Hierbij werd op basis van de recente vertraging in opwarming gesteld dat de werkelijke opwarming waarschijnlijk dichter bij de onder- dan bij de bovengrens zou zitten. Maar NASA komt nu met een nieuwe schatting. De onderzoekers voorspellen een gemiddelde temperatuurstijging van 1,7 graden Celsius. Ook merken ze op dat het onwaarschijnlijk is dat die temperatuurstijging onder de 1,3 graden Celsius blijft.

Aerosolen
Maar hoe komen de onderzoekers aan deze nieuwe getallen? Het onderzoek richt zich op aerosolen. Kleine deeltjes in de lucht die op natuurlijke wijze tot stand kunnen komen – door toedoen van bosbranden en vulkanen bijvoorbeeld – en door de mens geproduceerd worden – bijvoorbeeld door onze auto’s. Sommige van deze aerosolen hebben een koelend effect. Anderen versterken de opwarming van de aarde. Wanneer onderzoekers de invloed van deze aerosolen op het wereldwijde klimaat berekenden, gingen ze er altijd vanuit dat de aerosolen – net als CO2 – min of meer uniform over de aarde verdeeld waren. En daar gaat het fout, zo stellen onderzoekers nu.

Groter effect
De invloed van aerosolen is aanzienlijk groter op het noordelijk halfrond dan op het zuidelijk halfrond. Dat heeft twee redenen. Op het noordelijk halfrond worden de meeste door mensen gemaakte aerosolen uitgestoten (want hier bevindt zich de meeste industrie). En ten tweede bevindt het grootste deel van de aardse landmassa zich op het noordelijk halfrond. Dat vergroot het effect dat aerosolen op het klimaat hebben, omdat land, sneeuw en ijs onder invloed van andere temperaturen nu eenmaal sneller veranderen dan de oceanen.

Maar wat betekent dat nu heel concreet? Het betekent dat we het koelende effect van de aerosolen onderschat hebben. Maar dat wil niet zeggen dat deze aerosolen ons nu redden van klimaatverandering. Want op korte termijn mogen ze dan een groter koelend effect hebben dan gedacht. Op lange termijn zet de opwarming gewoon door en komen de temperaturen – ondanks de vertraging – toch aanzienlijk hoger uit. Het onderzoek suggereert dat landen hun uitstoot van broeikasgassen nog verder moeten beperken om de meest schadelijke consequenties die klimaatverandering kan hebben, te voorkomen.