Wetenschappers hebben het eerste directe bewijs gevonden dat de aarde 56 miljoen jaar geleden is geraakt door een komeet. Dit gebeurde ten tijde van de overgang van het Paleoceen naar het Ecoceen: een periode waarin de temperatuur op aarde flink steeg.

55,8 miljoen jaar geleden vond er plotseling een snelle en grote klimaatverandering plaats, wat wetenschappers het Paleocene-Eocene Thermal Maximum noemen. De gemiddelde temperatuur steeg wereldwijd – in een periode van slechts 20.000 jaar – ongeveer zes graden Celsius. Dit kwam mede doordat gashydraten op de zeebodem instabiel werden, waardoor er veel methaan in de atmosfeer terecht kwam.

Deze bolletjes troffen de onderzoekers aan.

Deze bolletjes troffen de onderzoekers aan.

Wetenschappers denken al een tijdje dat het PETM is veroorzaakt door een kettingreactie. Door een komeetinslag, toenemend vulkanisme of een andere gebeurtenis ging het kwik omhoog aan het eind van het Paleoceen, waardoor de gashydraten op de zeebodem oplosten en het methaan vrijkwam. Dit resulteerde in het PETM. Toch weten onderzoekers nog steeds niet welke gebeurtenis de kettingreactie in gang zette.

Wetenschapper Morgan Schaller en zijn collega’s hebben bodemlagen geanalyseerd op de grens van het Paleoceen-Eoceen. Zij troffen glazen silicaatbolletjes en piepkleine kraters aan. Mogelijk zijn deze ontstaan toen ruim vijftig miljoen jaar geleden een object insloeg, waardoor veel materiaal in de atmosfeer terecht kwam, dat vervolgens weer terug op aarde viel. De onderzoekers suggereren dat het object een komeet was.

Hoewel er nu direct bewijs is dat een komeet de aarde ten tijde van de overgang van het Paleoceen naar het Ecoceen raakte, is dit nog geen doorslaggevend bewijs dat het PETM is veroorzaakt door deze inslag. Daarvoor is vervolgonderzoek nodig. “Het is nog te vroeg om te zeggen waar de komeet insloeg en hoe groot het object was”, zegt Schaller. “Op basis van wat we weten zijn er twee scenario’s mogelijk: de komeet was klein en de inslag vond dichtbij de bestudeerde lagen plaats of het object was groot en de inslag vond op grote afstand van de bestudeerde lagen plaats.”