Het Apolloprogramma, dat van 1969 tot 1972 resulteerde in zes bemande maanmissies – waarvan de eerste vandaag precies 51 jaar geleden gelanceerd werd – heeft zijn sporen op de maan achtergelaten.

Niet alleen gingen tijdens de Apollo-missies 382 kg aan bodemmonsters mee terug naar de aarde, een groot aantal ‘menselijke’ objecten bleef, al dan niet als afval, op de maan achter. Daartoe behoren onder meer de daaltrap van zes maanlanders, ruimtepakken, zakken met menselijk afval, herdenkingsplaquettes, wetenschappelijke instrumenten, camera’s, zes Amerikaanse vlaggen, drie maanrovers en zelfs een ultraviolettelescoop. Wat niet nodig was om de terugreis aan te vangen, werd achtergelaten op de maan om gewicht te besparen. Daarnaast namen de astronauten ook enkele persoonlijke bezittingen mee op hun missie, die soms wel en soms ook niet mee terugkeerden naar de aarde.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het blad ZENIT, waarin je elke maand alles kunt lezen over sterrenkunde, weerkunde en ruimteonderzoek.

Fallen Astronaut
Sommige astronauten hebben ook iets heel persoonlijks op de maan achtergelaten. Daarvan was slechts één object bij de NASA-leiding van te voren aangemeld en goedgekeurd. Dat gebeurde kort voor het vertrek terug naar de aarde van de Apollo 15, die in juli 1971 op de maan landde. Aan het einde van de derde en laatste EVA (extraverhicular activity, Apollojargon voor maanwandeling), toen de camera’s uit stonden, legde commandant David Scott een aluminium beeldje op de maan dat hij Fallen Astronaut noemde. Het 8,9 cm grote kunstwerk was, volgens Scott, samen met een bijbehorende plaquette bedoeld als monument voor veertien omgekomen astronauten en kosmonauten.


Onenigheid
Over dit beeldje, van de vrij bekende Belgische kunstenaar Paul van Hoeydonck, is echter onenigheid ontstaan. Volgens de kunstenaar zou het beeldje symbool staan voor de gehele mensheid en niet alleen voor omgekomen astronauten. Ook zou Van Hoeydonck geen inspraak hebben gehad in de naam van het kunstwerk en was het volgens hem de bedoeling dat het beeldje staande op de maan zou worden achtergelaten en niet liggend. Ook ontstond er verschil van mening over de vraag of de kunstenaar anoniem zou blijven. NASA zou met Van Hoeydonck anonimiteit overeengekomen zijn om commerciële exploitatie te voorkomen, maar de kunstenaar heeft dit betwist en kwam met NASA overhoop te liggen toen hij replica’s van het beeldje voor verkoop ging aanbieden. Uiteindelijk liggen er nu, voor zover mij bekend, enkele stuks in musea in Amerika, heeft de Belgische koning er één, bezit het museum voor Moderne Kunst in Oostende ook een beeldje en ligt er een exemplaar van 40 keer de ware grootte in het Musé d’Art te Duinkerken. De kunstenaar heeft van NASA uiteindelijk nog één van de drie beeldjes die ook echt mee naar de maan geweest zijn met de Apollo 15-missie, teruggekregen.

Het beeldje Fallen Astronaut (liggend) met gedenkplaquette, door Apollo 15-astronaut Dave Scott achtergelaten op de maan. Op de plaquette staan in alfabetische volgorde de namen van 14 omgekomen astronauten en kosmonauten. Afbeelding: NASA.

Olijftak en golfballen
De eerste bemande maanlanding, in juli 1969 door Apollo 11, was natuurlijk een historische gebeurtenis van formaat. Op de daaltrap van de maanlander, die op de maan achterbleef, bevestigden Neil Armstrong en Buzz Aldrin een officiële herdenkingsplaquette met daarop geschreven: Hier zetten mensen van de planeet aarde voor het eerst voet op de maan. Juli 1969 A.D. We kwamen in vrede namens de gehele mensheid. Daaronder de handtekeningen van de Apollo 11-astronauten Armstong, Aldrin en Michael Collins (die tijdens de maanlanding in de Apollocapsule rond de maan bleef draaien), en de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon. Armstrong stond al op de ladder om na de historische maanwandeling terug te keren in de maanlander, toen hij Aldrin eraan herinnerde om enkele memorabilia op de maan achter te laten. Het zakje dat Aldrin daarop op de grond gooide, bevatte een schijfje met daarop gegraveerd (vredes)boodschappen van de Amerikaanse president en 73 leiders van andere landen, een embleem ter nagedachtenis aan de drie Apollo 1-astronauten die in 1967 tijdens een training op de grond verongelukten, medailles ter ere van de omgekomen Russische kosmonauten Joeri Gagarin en Vladimir Komarov en een ruim 10 cm grote vergulde olijftak. Ook dit sierraad stond symbool voor vrede.

Golf
Soms smokkelden de astronauten ook spullen zonder medeweten van NASA mee. Alan Shepard bijvoorbeeld, commandant van Apollo 14 en golffanaat, nam in januari 1971 stiekem golfballen en het hoofd van een golfclub mee naar de maan. Eenmaal op de maan, bevestigde hij het hoofd aan de steel van een stuk gereedschap waarmee de astronauten bodemmonsters konden bergen. Bij de eerste poging sloeg Shepard min of meer mis, maar bij de tweede poging vloog de bal in de zwakkere zwaartekracht op de maan ̶ 1/6de van de zwaartekracht op aarde ̶ een paar honderd meter ver. Shepards compagnon op de maan, Edgar Mitchell, gebruikte een stok van een zonnewindcollector als speer, die nog verder dan de golfbal van Shepard kwam. Veel tijd voor deze sportieve activiteiten op de maan hadden de astronauten niet omdat dit soort zaken natuurlijk niet in het strakke missiedraaiboek stonden. Maar voor de astronauten was dit natuurlijk wel leuk om te doen.


Postzegels
Sommige Apollo-memorabilia die mee op weg gingen naar de maan, keerden mee terug naar de aarde ten voordele van de astronauten. Want hoe gevaarlijk hun missie ook was, de Apollo-astronauten ontvingen een salaris overeenkomstig hun militaire rang in de luchtmacht of marine (verreweg de meeste astronauten waren militair). Geen gevarentoeslag en ook geen extra hoge levensverzekering. Niet zo vreemd misschien dat sommige astronauten ook enig financieel voordeel uit hun missie trachtten te halen. Zo namen de astronauten van Apollo 15 zonder medeweten van NASA 398 enveloppen met eerste druk-postzegels mee. Na terugkeer op aarde werden de enveloppen tegen $7000 per astronaut verkocht aan een Duitse postzegelhandelaar die ze weer met dikke winst doorverkocht. Het geld was bedoeld voor de studie van hun kinderen. In het verleden had NASA soortgelijke acties door de vingers gezien, maar nu dit schandaal de voorpagina’s haalde, besloten de astronauten zich uit de deal terug te trekken en het geld terug te storten. NASA was duidelijk niet gediend van deze negatieve publiciteit en geen van de drie astronauten is later nog geselecteerd voor een nieuwe ruimtemissie. Het ruimtevaartbureau nam een aantal enveloppen in beslag, maar gaf ze in 1983 terug aan de astronauten nadat Al Worden, piloot van de Apollo 15-capsule, een rechtszaak had aangespannen.

Privéspullen
Het was overigens gebruikelijk dat de astronauten tijdens hun ruimtereis privéspullen meenamen in de zogeheten personal preference kit (PPK). Zo nam Neil Armstrong een stukje hout van de propeller van de Wright Flyer, het eerste gemotoriseerde vliegtuig van de gebroeders Wright uit 1903, mee naar de maan en weer terug. Van te voren moesten de astronauten de inhoud van hun PPK opgeven, maar er werd natuurlijk wel eens wat zonder toestemming mee aan boord gesmokkeld. Vaak waren dat aandenkens aan de missie zoals buttons, vluchtvignetten en door de astronauten ondertekende brieven en enveloppen, bedoeld voor familie en vrienden.

De familiefoto van Charlie Duke op de maan. Afbeelding: NASA.

Wat wel op de maan achterbleef was een familiefoto die de Apollo 16-astronaut Charlie Duke in april 1972 op de maan achterliet. Inmiddels bijna vijftig jaar na dato zal die foto wel door de intense zonnestraling op de maan, die niet door een atmosfeer gefilterd wordt, behoorlijk verbleekt zijn. Veel later na zijn maanreis biechtte Duke op dat hij ook nog een Bijbel op zijn zitplaats van de maanrover had achtergelaten. Apollo 15 was de eerste van de drie laatste Apollo-maanmissies waarin de astronauten zich in een door batterijen aangedreven voertuig over het maanoppervlak konden verplaatsten. En Apollo 17-commandant en laatste man op de maan Gene Cernan schreef aan het einde van zijn laatste maanwandeling, in december 1972, TDC in het naamstof: de initialen van zijn toen negenjarige dochter Tracy.

Cultuurhistorisch erfgoed
Met de komst van private en commerciële ruimtevaart is het niet ondenkbaar dat de Apollo-landingsplaatsen in de toekomst uitgroeien tot toeristische trekpleisters. NASA wil daarom dat de landingsplaatsen van de Apollo’s 11, 12, 14, 15, 16 en 17 speciale bescherming genieten en als monumentaal cultuurhistorisch erfgoed aangemerkt worden. Toekomstige maanlandingen zouden minstens twee kilometer van deze plekken uit de buurt moeten blijven. Deze claim stelt juridisch echter weinig voor omdat volgens het VN Ruimteverdrag, dat ook door de Verenigde Staten is ondertekend, soevereine staten geen aanspraak kunnen maken op grondgebied van en de soevereiniteit over hemellichamen. Over de activiteiten in de ruimte van private ondernemingen is echter niets geregeld, zodat de maan in dit opzicht een vrij gebied is. Bescherming van de Apollo-landingsplaatsen kan daarom wettelijk niet afgedwongen worden, maar laten we hopen dat toekomstige maanwandelaars voor deze historische plekken voldoende respect kunnen opbrengen.

Valproef
Persoonlijk vond ik het door Dave Scott tijdens de Apollo 15-missie op de maan uitgevoerde valexperiment een van de meest tot de verbeelding sprekende activiteiten op het maanoppervlak. Scott liet zien dat zonder atmosfeer en dus ook zonder wrijving met de lucht, lichte en zware voorwerpen die op gelijke hoogte op hetzelfde moment losgelaten worden gelijktijdig op de grond neerkomen. Op de atmosfeerloze maan kon hij dat prachtig demonstreren met in de ene hand een veer en in de andere een hamer. Toen beide gelijktijdig de grond raakten, riep Scott uit dat Galileo Galilei gelijk had. Er wordt immers beweerd dat de Italiaanse geleerde eind 16de eeuw een soortgelijk experiment uitvoerde vanaf de toren van Pisa. Alleen de wrijving door de aardse atmosfeer zorgt ervoor dat zware objecten sneller lijken te vallen dan lichte. Dat Scott dit zoveel eeuwen later echt kon aantonen, was natuurlijk uniek omdat miljoenen mensen daar via rechtstreekse tv-beelden getuige van waren. Samen met zoveel andere memorabilia uit het Apollotijdperk liggen de veer en de hamer van Scott nog steeds op het maanoppervlak.

ZENIT – actie voor bezoekers van Scientias.nl
Lees in het magazine ZENIT alles over sterrenkunde, ruimteonderzoek, weer en klimaat. Met iedere maand actuele sterrenhemel-informatie en ontwikkelingen uit de wetenschap beschreven door bekende onderzoekers. Het tijdschrift volgt de ontwikkelingen in de professionele wetenschap op de voet. De redactie zit bovenop het nieuws en streeft ernaar om dit voor de lezers in een breder verband te plaatsen. ZENIT verschijnt 11 keer per jaar.

Neem nu een proefabonnement voor slechts € 29,95.
Ontvang zes maanden ZENIT magazine. Het proefabonnement loopt automatisch af. Voor meer informatie en het afsluiten van jouw proefabonnement kun je hier terecht!