De meeste sterftes zijn te herleiden naar abnormaal lage temperaturen. Maar hittesterfte eist een steeds grotere rol op.

Dat schrijven onderzoekers in het blad The Lancet Planetary Health. Voor hun studie bogen ze zich over de sterftecijfers en temperatuurdata van tientallen landen, gelegen op vijf verschillende continenten. Het doel was om vast te stellen in welke mate abnormaal hoge en abnormaal lage temperaturen tot oversterfte leidden. De onderzoekers richtten zich daarbij op data verzameld tussen 2000 en 2019, een periode waarin de wereldwijde temperatuur met zo’n 0,26 graad Celsius steeg. “Dit is de eerste studie die een wereldwijd overzicht geeft van de sterfte die te wijten is aan niet-optimale temperaturen tussen 2000 en 2019, de heetste periode sinds het pre-industriële tijdperk,” aldus onderzoeker Yuming Guo.

Resultaten
In hun studie tonen de onderzoekers aan dat abnormaal hoge en lage temperaturen in de genoemde periode op jaarbasis verantwoordelijk waren voor meer dan zes miljoen doden. Maar liefst 9,43 procent van de sterftegevallen wereldwijd bleek toe te kunnen worden geschreven aan extreme kou of warmte, waarbij kou verantwoordelijk bleek voor veruit de meeste doden.

Kou
Zo kwamen tussen 2000 en 2019 in Afrika op jaarbasis 1,18 miljoen mensen door kou om het leven. In Azië eiste kou in dezelfde periode elk jaar 2,4 miljoen levens. En in Europa leidde kou elk jaar tot 657.000 doden. In China en India vielen tussen 2000 en 2019 elk jaar respectievelijk 967.000 en 655.400 doden door kou.

Warmte
Daarmee eisen abnormaal lage temperaturen een grotere tol dan abnormaal hoge temperaturen. Die waren in dezelfde periode in Afrika op jaarbasis verantwoordelijk voor 25.550 doden. En eisten in Azië en Europa respectievelijk 224.000 en 178.700 doden. In China en India werden tussen 2000 en 2019 op jaarbasis respectievelijk 71.300 en 83.700 doden aan abnormaal hoge temperaturen toegeschreven.

Minder sterfte door kou, meer door hitte
De onderzoekers gingen echter ook na hoe de sterftecijfers zich gedurende de studieperiode – die dus behoorlijk warm was – ontwikkelden. En al snel moesten ze concluderen dat de sterfte door kou tussen 2000 en 2019 met 0,51 procent afnam. Tegelijkertijd nam de hittesterfte in dezelfde periode met 0,21 procent toe.

Verdere toename van hittesterfte
Dat lijkt goed nieuws. Want netto gezien stierven er aan het eind van de studieperiode dus minder mensen door toedoen van abnormale temperaturen dan bij aanvang van de studieperiode. Maar er is weinig reden voor vreugde, aldus Guo. “De verwachting is dat klimaatverandering er op lange termijn voor zorgt dat de sterfte (door abnormale temperaturen, red.) toeneemt, omdat de hittesterfte verder toe zal blijven nemen.”

Eerdere studie
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers een inschatting proberen te maken van het aantal levens dat abnormale temperaturen eisen; in 2015 verscheen een vergelijkbare studie. Die studie – die met data van 13 landen aanzienlijk minder omvangrijk was – suggereerde dat 7,7 procent van de sterfte te herleiden is naar abnormale temperaturen. Guo en collega’s denken met hun schatting – die gebaseerd is op data van 43 landen – echter wat dichter op de werkelijkheid te zitten en stellen dus dat bijna 10 procent van de sterftes wereldwijd naar abnormale temperaturen te herleiden is.

Een betere inschatting van de impact die abnormale temperaturen hebben, is heel belangrijk, zo stellen Guo en collega’s. Het kan namelijk helpen om ons beter op die abnormale temperaturen – die in een opwarmende wereld naar verwachting vaker acte de présence gaan geven – voor te bereiden.