Om verloskundigen op te leiden werden in de achttiende eeuw oefenpoppen ingezet. Zo’n oefenpop bestaat uit een vrouwenromp en een babypop. Wetenschappers hebben nu ontdekt dat een oefenpop in de collectie van Museum Boerhaave echte botten bevat.

De zeemleren oefenpop werd geïnspecteerd met oog op een restauratie. Het oog van conservator Mieneke te Hennepe viel op botmateriaal onder de losgeraakte naden. Ze schakelde radioloog Dr. Monique Reijnierse in om een CT-scan van de oefenpop te maken. Uit de scan kwam naar voren dat in de vrouwenromp echte benige structuren van het bekken en de onderste rugwervel bevinden. De rest van de wervelkolom is gemaakt van hout.

CT-scan van de zeemleren pop. Het skelet is duidelijk zichtbaar.

CT-scan van de zeemleren pop. Het skelet is duidelijk zichtbaar.

De CT-scan van de vrouwenromp. In de pop zijn veel botten verwerkt.

De CT-scan van de vrouwenromp. In de pop zijn veel botten verwerkt.

Ook in de zeemleren babypop was bijna een compleet babyskelet verwerkt.

Het is niet opvallend dat er echte botten zijn verwerkt in de oefenpop. In de achttiende eeuw werden vaker echte botten gebruikt om de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen.

De oefenpop van Museum Boerhaave is de meeste complete verlospop ter wereld. Waarschijnlijk is de pop gemaakt door de Leidse arts Gottlieb Salomon. In een artikel uit 1803 vertelt Salomon namelijk over een verloskundige oefenpop die hij in 1798 heeft gerealiseerd. De beschrijving van deze pop komt exact overeen met het exemplaar dat Museum Boerhaave in 1970 van het toenmalige Academisch Ziekenhuis Leiden kreeg.

Volgend jaar is het mogelijk om de oefenpop in het echt te zien. Eind 2017 gaat Museum Boerhaave namelijk weer open, na een langdurige restauratie.