Wetenschappers hebben voor het eerst de grootte en de helderheid van stervormingsgebieden in een afgelegen sterrenstelsel rechtstreeks gemeten. De ontdekking van de stervormingsgebieden was een gelukkig ongelukje en werd toevallig opgemerkt door de APEX-telescoop.

De stervormingsgebieden bevinden zich in een sterrenstelsel op een afstand van tien miljard lichtjaar bij de aarde vandaan. Toen was het heelal circa vier miljard jaar oud. Een kosmische zwaartekrachtlens vergroot het sterrenstelsel met een factor 32, waardoor wetenschappers het sterrenstelsel duidelijker kunnen zien. Zou de zwaartekrachtlens er niet zijn geweest, dan was het onmogelijk om het sterrenstelsel waar te nemen.

Het sterrenstelsel heeft de naam SMM J2135-0102 gekregen. De grote groep sterren is uitzonderlijk helder. Dit komt omdat kosmisch stof in het sterrenstelsel wordt verhit door het licht van sterren. De sterfabrieken in SMM J2135-0102 zijn honderd keer zo helder als stervormingsgebieden in de Melkweg. Qua grootte verschillen ze niet zoveel.

“We verwachten dat SMM J2135-0102 ongeveer 250 zonnen per jaar produceert”, vertelt Carlos De Breuck van ESO. Als dit zo is, dan produceren de stervormingsgebieden veel meer sterren dan ons Melkwegstelsel nu doet.


Een prachtige artistieke impressie van SMM J2135-0102. Jammer genoeg is het geen echte foto.