Vrouwen die studeren, vrouwen die stemmen: het was in de 19e eeuw ongewoon of zelfs ondenkbaar. Tot Aletta Jacobs zich ermee ging bemoeien.

Vandaag eert Google Aletta Jacobs met een Google Doodle. Een mooi moment om eens terug te blikken op het leven van deze bijzondere vrouw die een enorm stempel heeft gedrukt op het Nederland zoals wij dat vandaag de dag kennen. Aletta Jacobs in vijf vragen.

1. Wie was ze?
Aletta werd op 9 februari 1854 geboren in het gezin van Abraham Jacobs en Anna de Jongh. Ze was het achtste kind in een gezin dat uiteindelijk maar liefst elf kinderen zou tellen.

Johan Thorbecke.

2. Wat deed ze?
Aletta wist heel goed wat ze wilde. Ze wilde net als haar vader en oudste broer huisarts worden. Er was echter één probleem: in die tijd was het zeer ongebruikelijk dat vrouwen een universitaire studie genoten. En dus werd Aletta naar de jonge-damesschool gestuurd. Het werd een drama en uiteindelijk besloten haar ouders noodgedwongen om haar thuis verder te laten leren. In 1870 leek het tij te keren. Aletta kreeg te horen dat een meisje het examen voor apothekersassistent had afgelegd en besloot zich middels zelfstudie op datzelfde examen voor te bereiden. Nog datzelfde jaar wist ze het examen met goed gevolg af te leggen. Het smaakte naar meer. Sterker dan ooit trok de universiteit. Maar nog steeds lag deze vanwege haar geslacht buiten bereik. Aletta liet het echter niet bij zitten en schreef – zonder dat iemand in haar directe omgeving daarvan afwist – een brief aan de liberale staatsman Johan Thorbecke. Ze vroeg hem of hij ontheffing wil verlenen, waardoor ze toch naar de universiteit kan. Thorbecke willigde haar verzoek in: ze mocht – bij wijze van proef – colleges volgen en als ze aan haar eerste examens toe was, zou ze de gewenste ontheffing krijgen. Maar het liep allemaal ietsje anders. Thorbecke werd namelijk nog voor Aletta aan haar eerste examen toe was, ernstig ziek. De vader van Aletta was bang dat Thorbecke zou sterven alvorens er een ontheffing was verleend en drong aan op een beslissing. Thorbecke raadpleegde vervolgens de koning en enkele dagen na de dood van Thorbecke kwam het verlossende antwoord voor Aletta: ze mocht gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen.

3. Waarom was dit zo belangrijk?
De beslissing van de overheid had een enorme impact op het leven van Aletta: ze ging studeren en werd arts (de eerste vrouwelijke arts van Nederland). Maar de beslissing bracht ook – langzaam maar zeker – een verandering in Nederland op gang. Zo wordt er in de Hoger Onderwijswet van 1876 in ieder geval expliciet geen onderscheid gemaakt naar sekse. Het betekende niet dat het opeens geaccepteerd werd dat vrouwen studeerden, maar de deur kwam wel op een kier te staan.

Jacobs met één van haar patiënten.

4. Hoe ging het verder met Aletta?
Ze opende uiteindelijk een praktijk in Amsterdam waar ze voornamelijk vrouwen en kinderen behandelde. Tevens introduceerde ze daar het pessarium als anticonceptiemiddel. Haar feministische inslag bleef. Zo vroeg ze in 1883 aan de Gemeente Amsterdam om haar op de kieslijst te zetten. Officieel had ze daar – gezien haar nationaliteit, goede salaris en de belastingen die ze afdroeg – recht op. Maar ze werd niet op de kieslijst geplaatst. Sterker nog: een paar jaar werden maatregelen getroffen zodat Aletta niet langer aanspraak kon maken op kiesrecht. In 1887 volgde namelijk een grondwetswijziging en nu konden echt alleen mannen nog kiezen en gekozen worden. Het leidt in 1894 tot de oprichting van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, waar ook Aletta bij betrokken is geweest. In 1903 werd ze presidente van het hoofdbestuur en dat bleef ze tot in 1919 dan eindelijk de grondwetswijziging volgde die vrouwen in staat stelde om te stemmen en gekozen te worden.

5. Was daarmee het werk van Aletta gedaan?
Aletta bleef politiek actief en probeerde tijdens de eerste parlementsverkiezingen zelfs gekozen te worden. Het liep uit op een teleurstelling: ze werd geen volksvertegenwoordiger. Aletta stierf in 1929. Inmiddels zijn we bijna 90 jaar verder en is de klus die Aletta nog in de negentiende eeuw begon, nog altijd niet geklaard. Onderzoek wijst namelijk uit dat er in Nederland nog altijd sprake is van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zo is het nog heel gewoon dat vrouwen zelfs wanneer ze exact dezelfde functie bekleden als mannen, minder salaris ontvangen. Ook domineren mannen nog altijd de Nederlandse politiek. Dat er nog veel te verbeteren valt als het gaat om de ongelijkheid bleek eerder dit jaar wel toen de Global Gender Gap Index 2016 werd gepresenteerd. Het onderzoek resulteert in een lijstje met landen waar de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen het meest beperkt is. Nederland zakte flink op deze ranglijst en is al niet meer in de top 10 te vinden. Met stip op 1 staat IJsland, gevolgd door Finland, Noorwegen en Zweden. En ook Rwanda, Slovenië en Namibië moeten we nog boven ons dulden.