Nadat artsen de grote veroveraar doodverklaarden, zou hij nog zes dagen hebben geleefd.

Met die hypothese komt een Nieuw-Zeelandse onderzoekster op de proppen. In haar paper – verschenen in het blad The Ancient History Bulletin – onthult ze een nieuwe mogelijke doodsoorzaak die verschillende (mysterieuze) aspecten omtrent de dood van Alexander de Grote kan verklaren. Eén van die aspecten is het feit dat het lichaam van de beroemde veroveraar in de zes dagen na diens dood geen tekenen van ontbinding vertoonde. Volgens de mensen die dicht bij Alexander de Grote stonden, bewees het dat hij eigenlijk een god was. Maar onderzoeker Katherine Hall heeft een andere verklaring: Alexander de Grote stierf pas enige tijd nadat hij door artsen was doodverklaard.

Guillain-Barré syndroom
Over de dood van Alexander de Grote is al veel te doen geweest. Tot op de dag van vandaag is namelijk onduidelijk waaraan de beroemde heerser in het jaar 323 voor Christus overleed. Eerder geopperde doodsoorzaken zijn onder meer: een infectie, alcoholmisbruik en moord. Maar geen van die doodsoorzaken kan volgens Hall alle symptomen en bovenal het raadselachtige feit dat het lichaam van Alexander de Grote in de eerste zes dagen na zijn dood geen tekenen van ontbinding vertoonde, verklaren. Reden genoeg voor Hall om eens verder te kijken en dat leidde haar naar een heel nieuwe mogelijke doodsoorzaak van Alexander de Grote: het Guillain-Barré syndroom.


Symptomen
Het Guillain-Barré syndroom is een aandoening van het zenuwstelsel die veroorzaakt kan worden door een infectie met de bacterie Campylobacter pylori. Verschijnselen van de ziekte zijn onder meer: moeite met lopen, slikproblemen, ademhalingsproblemen en spierverlamming. Het past aardig bij de symptomen die Alexander de Grote – volgens oude bronnen – kort voor zijn dood vertoonde. Hij zou eerst koorts en buikpijn hebben gekregen. Daarna kon hij niet meer praten, waarna ook de rest van zijn lichaam vrij snel verlamd raakte. Wat echter opvallend is, is dat Alexander de Grote tot kort voor zijn dood bij bewustzijn en helder van geest was. Hall denkt dan ook dat hij leed aan een variant van GBS die leidt tot verlamming, maar waarbij de patiënt niet verward raakt of het bewustzijn verliest.

Doodverklaard
De verschijnselen van het Guillain-Barré syndroom komen dus overeen met de symptomen die Alexander de Grote had. Maar hoe kan het verklaren dat zijn lichaam zes dagen na zijn dood nog geen sporen van ontbinding vertoonde? Naarmate de ziekte vorderde, had zijn lichaam steeds minder zuurstof nodig, waardoor Alexander de Grote waarschijnlijk nauwelijks (zichtbaar) ademhaalde. En in zijn tijd keken artsen alleen naar de aan- of afwezigheid van ademhaling om vast te stellen of iemand nog in leven was. Het is gezien de verschijnselen van dit syndroom dan ook zeker niet ondenkbaar dat ze Alexander de Grote doodverklaarden toen hij nog in leven was. Zo’n onterechte doodverklaring werd verder wellicht mede mogelijk gemaakt doordat het syndroom ervoor zorgde dat Alexander de Grote zijn lichaamstemperatuur niet meer goed kon regelen (en koud aanvoelde) en zijn pupillen verwijdden en niet langer bewogen.

Coherent geheel
Volgens Hall vallen de puzzelstukjes met de diagnose Guillain Barré syndroom op zijn plek. “Het verklaart zoveel, diverse elementen en maakt er een coherent geheel van.”

Het is lastig om na zoveel jaren met zekerheid iets te zeggen over de doodsoorzaak van Alexander de Grote. Maar het Guillain-Barré syndroom lijkt een passende verklaring voor wat de veroveraar in de dagen voor zijn (schijn)dood overkwam. “Ik wil een nieuw debat aanzwengelen en de geschiedenisboeken mogelijk herschrijven door te stellen dat Alexander zes dagen later stierf dan over het algemeen werd aangenomen,” aldus Hall. “Zijn dood kan weleens het meest beroemde geval van schijndood zijn geweest dat tot op heden is vastgelegd.”