Onze telescopen worden steeds beter en kijken steeds verder. Maar of er binnenkort een alien voor springt? Astrobioloog Jean Schneider betwijfelt het. Volgens hem kan het nog eeuwen duren voordat we buitenaards leven haarscherp voor de lens krijgen.

“Helaas, we zijn wellicht net zo ver verwijderd van het zien van aliens als Epicurus drieëntwintig eeuwen geleden verwijderd was van het zien van de eerste planeten, waarvan hij het bestaan overigens al wel vermoedde,” concludeert Schneider. Samen met collega’s discussieert hij in het blad Astrobiology over de mogelijkheden van buitenaards leven.

Nieuwe generatie
Volgens de deskundigen zullen de komende vijftien tot 25 jaar twee nieuwe generaties missies ontstaan. Hierbij kunnen exoplaneten waarschijnlijk gedetailleerder bestudeerd worden. De eerste generatie zal in staat zijn om het licht van een ster te negeren en in de directe omgeving ervan naar superaardes en gigantische planeten te zoeken. De tweede generatie legt vervolgens bloot hoe die planeten er precies uitzien.

Sprong
Het zijn twee voorzichtige stappen waar decennia mee gemoeid zijn. Het geeft aan hoe de zoektocht naar eventueel buitenaards leven door onze beperkte technologie wordt opgehouden. Pas na de tweede generatie kan gezocht worden naar bewoonbare planeten. En dan zal de apparatuur een flinke sprong moeten maken om de gedetailleerde informatie die nodig is te kunnen leveren.

Filosofie
Toch is er alle reden om door te gaan. “De zoektocht naar aliens is filosofisch gezien heel belangrijk. Het vertelt ons wat zo essentieel is aan het bestaan van de mens.” Maar zelfs als er leven wordt gevonden dan zal het – heel frustrerend – nog eeuwen duren voor er echt contact kan zijn. Stel dat een alien zo’n negen meter hoog is en op de dichtstbijzijnde exoplaneet – Alpha Centauri AB b – woont. Deze planeet bevindt zich op een afstand van 4,37 lichtjaren. Om het buitenaards leven te kunnen zien, is dus een gigantische telescoop nodig. Het vermoeden dat de alien zich ook nog eens voortbeweegt, maakt het er niet gemakkelijker op.

Te langzaam
Het enige alternatief in zo’n situatie is het erop uitsturen van een ruimtevaartuig. Maar zo’n reis is gevaarlijk. De vaartuigen zijn tot op heden bovendien te langzaam en te zwaar voor zo’n reis. Stel dat we een vaartuig kunnen ontwikkelen dat met een snelheid van één procent van de lichtsnelheid kan reizen dan duurt het nog millennia voor de astronauten aankomen. We zullen dus sneller, veel sneller moeten. Maar kan dat wel? Komen de astronauten dan wel veilig aan? Die vragen moeten we met de technologie van tegenwoordig met een resolute ‘nee’ beantwoorden.

Schneider concludeert dat we het beste kunnen hopen op een revolutie in de wetenschap die alle belemmeringen wegneemt. Natuurlijk is er nog een mogelijkheid: de aliens kunnen ons opzoeken. Maar Schneiders collega Alan Boss heeft daar zijn twijfels over. “We hoeven ons geen zorgen te maken over aliens die naar de aarde komen om ons tot hun slaven te maken. Interstellaire reizen door levende wezens zijn science fiction, geen wetenschappelijk feiten.”