De meteorietinslag die talloze organismen – waaronder de dinosaurussen – fataal werd, blijkt voor slangen juist dienst te hebben gedaan als een ‘creatieve verwoesting’.

Zo’n 66 miljoen jaar geleden werd de aarde getroffen door een flinke planetoïde. De inslag had verstrekkende gevolgen voor het leven op aarde; de meeste soorten op het land en in het water stierven uit. En de machtige dinosaurussen zijn daar natuurlijk een iconisch voorbeeld van. Maar temidden van de verwoestende effecten die de planetoïde-inslag had, gebeurde er iets bijzonders. Een handjevol slangensoorten overleefde al het tumult en bracht uiteindelijk duizenden nieuwe slangensoorten voort. Dat is te lezen in het blad Nature Communications.

Evolutie van slangen
In het blad beschrijft een internationaal team van onderzoekers hoe het de evolutie van slangen in kaart heeft gebracht. De onderzoekers bogen zich voor de studie over fossiele vondsten en analyseerden tevens de genetische verschillen die er vandaag de dag tussen slangen zijn.

Overlevenden
Het onderzoek onthult wanneer moderne slangen geëvolueerd zijn. En daarvoor moeten we 66 miljoen jaar terug in de tijd, zo schrijven de onderzoekers. Alle vandaag de dag levende slangen – behorende tot bijna 4000 verschillende soorten – stammen namelijk af van een handjevol soorten die de planetoïde-inslag aan het einde van het Krijt overleefden.

Ondergronds
Deze soorten zochten hun heil tijdens en na de inslag waarschijnlijk ondergronds. Zo ontkwamen ze aan de vernietigende effecten die de planetoïde-inslag op veel andere soorten had. Wat daarbij natuurlijk ook hielp, was dat de slangen vrij lang zonder voedsel konden.

Nieuwe soorten
Zodra het ergste achter de rug was, kwamen de slangen weer boven de grond, waar het leeuwendeel van hun concurrenten inmiddels het loodje had gelegd. En dat bood de overlevenden kansen; ze betrokken nieuwe niches, leefgebieden en continenten met nieuwe prooien. Ze pasten zich aan hun nieuwe leefomgeving aan en nieuwe soorten ontstonden in rap tempo.

Diversiteit
De grote diversiteit die we vandaag de dag onder slangen zien – van boom- en zeeslangen tot giftige adders en cobra’s, tot reuzenslangen zoals de boa constrictors en pythons – is allemaal terug te leiden naar de tijd ná de massa-extinctie. “Het is opmerkelijk,” vindt onderzoeker Catherine Klein. “De slangen overleven niet alleen de extinctie die zoveel andere soorten fataal wordt, maar binnen een paar miljoen jaar innoveren ze ook en gebruiken ze hun leefgebieden op nieuwe manieren.”

“Ons onderzoek suggereert dat de extinctie dienst deed als een soort ‘creatieve verwoesting’,” stelt onderzoeker Nick Longrich. “Doordat oude soorten verdwenen, konden overlevenden de in de ecosystemen gevallen gaten opvullen en experimenteren met nieuwe levensstijlen en leefgebieden. Dat lijkt een vrij algemeen kenmerk van evolutie te zijn – het is juist in perioden direct na massa-extincties dat we de meest wilde, experimentele en innovatieve kant van evolutie zien. De vernietiging van biodiversiteit maakt ruimte voor de opkomst van nieuwe dingen en het koloniseren van nieuwe landmassa’s. En uiteindelijk wordt het leven nog veel diverser dan het daarvoor was.”

Die conclusie wordt in het geval van de slangen onderschreven door een tweede ingrijpende verandering in hun leefgebied. Namelijk de overgang van een warme naar een veel koudere aarde, waarbij ook de ijskappen op de polen het levenslicht zagen. Ook dat resulteerde in een grotere diversiteit aan slangen. Het laat volgens de onderzoekers zien dat catastrofes een belangrijke drijvende kracht kunnen zijn achter evolutie.