De theorie dat vulkaanuitbarstingen een vinger in de pap hadden, kan van tafel.

Zo’n 66 miljoen jaar geleden veranderde de wereld compleet. Niet alleen verdwenen de dinosaurussen, ook 75 procent van al het leven op aarde stierf uit. Wetenschappers hebben lang gediscussieerd over de oorzaak. Was deze catastrofale gebeurtenis het gevolg van een planetoïde die op ramkoers met de aarde was komen te liggen, of had het te maken met flinke vulkaanuitbarstingen die onze planeet al tienduizenden jaren teisterden?

Oorzaak
In een nieuwe studie zijn onderzoekers op zoek gegaan naar de werkelijke oorzaak die het uitsterven van de dinosaurussen in de hand werkte. Om te bepalen of de planetoïde of vulkanisme de boosdoener is geweest, maakten de onderzoekers gebruik van krachtige wiskundige modellen. Dit combineerden ze met informatie over welke omgevingsfactoren – zoals regenval en temperatuur – elke dinosaurussoort nodig had om goed te gedijen. Vervolgens bracht het team in kaart waar deze omstandigheden nog voorkwamen in een wereld na een desastreuse planetoïde-inslag of enorme vulkaanuitbarstingen. “We hebben als het ware een ecologische dimensie aan de studie toegevoegd om te onthullen hoe klimaatschommelingen de ecosystemen van dinosaurussen ernstig hebben beschadigd,” legt onderzoeker Alex Farnsworth uit.


Planetoïde
De onderzoekers ontdekten dat de inslag van een planetoïde alle leefgebieden van dinosaurussen vernietigde, terwijl vulkanisme nog enkele leefbare gebieden rond de evenaar achterliet. Het betekent dat alleen een planetoïde-inslag fatale omstandigheden creëerde die zeer ongunstig waren voor dinosaurussen. “De planetoïde veroorzaakte een decennialange winter,” legt Alessandro Chiarenza uit. Deze winter werd gekenmerkt door kou en duisternis, veroorzaakt door stof en aerosolen die door de inslag de atmosfeer in werden geblazen, waardoor het zonlicht werd geblokkeerd. Op de meeste plekken op aarde lagen de temperaturen daardoor voor het grootste gedeelte van het jaar ver onder het vriespunt. “De effecten van enorme vulkaanuitbarstingen waren daarentegen niet sterk genoeg om mondiale ecosystemen aanzienlijk te verstoren.”

Zelfs deze gepantserde Ankylosaurus was niet opgewassen tegen de desastreuse planetoïde-inslag. Afbeelding: Fabio Manucci

Het klopt dat vulkaanuitbarstingen ook deeltjes en gassen produceren die zonlicht blokkeren. In het hedendaagse India vonden ten tijde van de massa-extinctie enorme vulkaanuitbarstingen plaats waarbij zo’n 500.000 kubieke kilometer lava zich een weg baande over het aardoppervlak en de bekende vulkanische vlakte Deccan Traps vormde. Op korte termijn zouden deze uitbarstingen er inderdaad voor hebben gezorgd dat zonlicht werd geblokkeerd, wat zou hebben geleid tot een heuse ‘vulkanische winter’. Vulkanen geven echter ook kooldioxide, een broeikasgas, vrij. En hoewel op lange termijn de verduisterende deeltjes weer naar beneden dwarrelen, bouwt kooldioxide zich juist op in de atmosfeer. Dit zou ervoor hebben gezorgd dat de planeet weer opwarmde.

Nieuw leven
Het betekent dat deze vulkaanuitbarstingen juist hebben bijgedragen aan het ontstaan van nieuw leven. Na een aanvankelijke drastische wereldwijde winter veroorzaakt door de planetoïde-inslag, suggereert het model van de onderzoekers dat vulkanische opwarming veel leefgebieden heeft helpen herstellen. En dit gaf leven een nieuwe kans. In plaats van dat vulkaanuitbarstingen dus het einde van het dino-tijdperk zouden hebben ingeluid, hielpen ze juist mee in de wederopbouw van leven. “De door vulkanisme veroorzaakte opwarming heeft de dieren en planten die de planetoïde-inslag wisten te overleven een handje geholpen,” zegt Chiarenza. “Veel groepen – waaronder vogels en zoogdieren – namen daarom in de onmiddellijke nasleep in aantallen toe.”


Hoe ontstond nieuw leven?
De één z’n dood is de ander z’n brood. Met het verdwijnen van onder meer de dinosaurussen en grote zeereptielen ontstond er ruimte voor de evolutie van andere soorten: zoogdieren en uiteindelijk de mens. Hoe dat leven zich naderhand kon ontpoppen? In feite werd de krater gekoloniseerd door overlevende soorten. Zo keerde het leven in de Chicxulubkrater binnen enkele maanden tot jaren alweer terug. Vervolgens bestond de krater zo’n 30.000 jaar na de inslag uit een nieuw, bloeiend ecosysteem. Fytoplankton ondersteunde een diverse gemeenschap van organismen in het oppervlaktewater en op de zeebodem. Evolutie zorgde er vervolgens voor dat er een groot aantal nieuwe soorten ontstond.

De bevindingen wijzen erop dat de enige schuldige voor het uitsterven van de dinosaurussen de tien kilometer grote planetoïde is geweest die in het hedendaagse Mexico een 200 kilometer brede krater creëerde. Deze fatale planetoïde had overigens geen slechtere koers kunnen aanhouden. De planetoïde stevende onder een steile hoek van wel zestig graden op zijn doelwit af. En dat was voor de dinosaurussen het worstcasescenario.