nevel

Het is er één graad Kelvin, oftewel -272.15 graden Celsius. Naar kosmologische begrippen is de Boemerangnevel dan ook ijskoud. Sterker nog: het is de koudste plek in het universum; zelfs kouder dan de kosmische achtergrondstraling, het overblijfsel van de oerknal.

Astronomen bestudeerden de Boemerangnevel met behulp van het Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA). “Dit ultrakoude object is heel intrigerend,” vindt onderzoeker Raghvendra Sahai.

Hubble
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers de Boemerangnevel bestuderen. Eerder deden ze dat bijvoorbeeld al met de Hubble-telescoop. Maar de studie met ALMA levert hele andere beelden op. “Toen astronomen in 2003 met Hubble naar dit object keken, zagen ze een heel klassiek zandloper-figuur,” vertelt Sahai. Maar ALMA laat zien dat de nevel geen smalle taille heeft, maar vrij breed is. “Wat vanaf de aarde met optische telescopen gezien lijkt op een dubbele kwab of boemerang is eigenlijk een veel bredere structuur die zich in rap tempo uitbreidt.” Dat optische telescopen onterecht dachten dat de nevel smaller was, komt door fijne stofdeeltjes die het licht van de ster in sommige richtingen blokkeren.

Warmer
De onderzoekers hebben ook ontdekt dat dit koude object langzaam begint op te warmen. De buitenste lagen van de nevel lijken warmer te worden – maar zijn nog altijd kouder dan de kosmische achtergrondstraling. Waarschijnlijk is de opwarming het resultaat van een proces waarbij licht geabsorbeerd wordt door vaste materialen die vervolgens elektronen afgeven.

De Boemerangnevel bevindt zich op ongeveer 5000 lichtjaar van de aarde. De nevel zoals we die vandaag de dag zien is een heel jonge planetaire nevel. Planetaire nevels ontstaan als de centrale ster op zijn laatste benen loopt en buitenste lagen reeds heeft afgestoten. Wat in het hart van de nevel overblijft is een witte dwerg die ultraviolette straling afgeeft, waardoor het gas van de nevel gaat gloeien. De Boemerangnevel is officieel eigenlijk nog geen planetaire nevel; de nevel bevindt zich in het stadium ervoor waarin de centrale ster nog niet warm genoeg is om ultraviolette straling af te geven. In dit stadium kunnen we de nevel alleen maar zien doordat licht van de ster reflecteert op de stofdeeltjes in de nevel.