bubbel

Als panspermie (leven dat zich door de interstellaire ruimte verspreidt) plaatsvindt, dan kunnen we dat detecteren.

Op dit moment is er voor zover wij weten alleen leven op aarde te vinden. Maar dankzij steeds krachtigere telescopen lijkt het moment waarop we in staat zijn om leven op planeten hier ver vandaan te ontdekken, steeds dichterbij te komen. Mochten we in de toekomst buitenaards leven ontdekken, dan zal één van de eerste vragen die wetenschappers zich stellen als volgt luiden: hoe is dat leven daar ontstaan? Ontstaat het leven op die andere planeet spontaan? Of is het leven elders ontstaan en daarheen gereisd (dat laatste wordt ook wel panspermie genoemd)? “Leven kan zich verspreiden van de ene ster naar de andere, zoals een epidemie zich verspreidt,” legt onderzoeker Avi Loeb uit. “De Melkweg zou in dat geval geïnfecteerd worden met leven.”

Interstellair reizen
Er zijn twee manieren waarop het leven zich vanaf plek A door de interstellaire ruimte kan verplaatsen. Zo kan dat op natuurlijke wijze gebeuren. Bijvoorbeeld doordat een komeet of planetoïde op planeet A inslaat en materiaal de ruimte in wordt geslingerd. Het kan echter ook opzettelijk zijn: bijvoorbeeld doordat levensvormen ruimtevaartuigen gaan bouwen en door de ruimte reizen. Dit onderzoek gaat niet in op de wijze waarop panspermie plaatsvindt, maar richt zich enkel op de vraag: als panspermie voorkomt, kunnen we het dan detecteren?

Detecteren
De vraag die Loeb en collega’s zich nu stellen, is eenvoudig: kunnen we vaststellen dat het leven door de interstellaire ruimte reist? In andere woorden: als panspermie plaatsvindt, kunnen we het dan herkennen of detecteren? Het antwoord? Ja!

Leven ‘zaaien’
Het onderzoek van de wetenschappers toont aan dat als leven tussen de sterren kan reizen, het zich volgens een kenmerkend patroon zou verspreiden en dat we in staat moeten zijn om dat patroon – en dus het bewijs voor panspermie – te detecteren. De onderzoekers baseren zich op een model. Dit model gaat ervan uit dat leven zich van een levende planeet in alle richtingen verspreidt. Vergelijk het met een boer die gaat zaaien en het zaad in een brede kring om zich heen slingert. Als een zaadje in de aarde landt, kan het wortel schieten, groeien en zelf zaadjes produceren. Als een zaadje op de tegels landt, is er geen toekomst voor het zaadje weggelegd. Zo gaat het ook met leven dat in de interstellaire ruimte wordt ‘gezaaid’. Zodra het op een leefbare planeet belandt, kan het ‘wortel schieten’. Na verloop van tijd ontstaan zo wat onderzoekers ‘oases van leven’ noemen.

Bubbel van leven
“In onze theorie vormen zich clusters van leven en die clusters groeien en overlappen elkaar zoals bubbels in een pan met kokend water,” legt onderzoeker Henry Lin uit. Nu moet het met de telescopen van de toekomst – bijvoorbeeld de James Webb Telescoop – mogelijk zijn om signalen van leven in de atmosfeer van andere planeten aan te treffen. Zodra we die signalen vinden, moeten we volgens de onderzoekers op zoek gaan naar een patroon. Stel dat er sprake is van panspermie en een planeet met daarop leven zich aan de rand van zo’n ‘oase of bubbel van leven’ bevindt, dan betekent dat dat we alle nabijgelegen levende planeten aan de ene kant van die planeet zullen aantreffen, terwijl alle planeten aan de andere kant van deze planeet geen leven bevatten. Om nog even terug te grijpen op de metafoor van de zaaiende boer: als de akker waarop hij zaait omringd wordt door een breed tegelpad, dan hoeven we planten alleen aan de akkerzijde van dat tegelpad te verwachten.

Als er sprake is van panspermie, dan verspreidt leven zich volgens een bepaald patroon. En dat patroon kunnen we detecteren. Mits het leven zich vrij snel verspreidt, zo benadrukken de onderzoekers. Aangezien sterren in de Melkweg in beweging zijn, zullen sterren die nu buren zijn over enkele miljoenen jaren niet meer bij elkaar in de buurt staan en worden de ‘bubbels’ die getuigen van panspermie uitgesmeerd, waardoor ze ook lastiger te detecteren zijn.