Maar liefst elf ruimtebrokken zullen in de toekomst mogelijk toch met de aarde botsen.

De afgelopen jaren hebben onderzoekers heel veel (potentieel gevaarlijke) planetoïden ontdekt. Dat komt doordat er nu ook actief op gejaagd wordt. Het doel is om uiteindelijk alle planetoïden in kaart te brengen die zich in de buurt van de aarde kunnen begeven. Zo moet voorkomen worden dat we verrast worden door een planetoïde die op korte termijn een groot gevaar voor de aarde vormt. De database is op dit moment al behoorlijk uitgebreid. Maar toch blijkt nu uit onderzoek uitgevoerd door drie sterrenkundigen van de Universiteit van Leiden dat we in deze database een aantal aardscheerders over het hoofd hebben gezien.

Supercomputer
De onderzoekers berekenden met behulp van een supercomputer de banen van de zon, de planeten en de ruimterotsen in de komende tienduizend jaar. Daarna volgden ze de banen weer terug in de tijd terwijl ze planetoïden lanceerden vanaf het aardoppervlak. Uiteindelijk maakten ze zo een database van hypothetische planetoïden waarvan de onderzoekers weten dat die op het aardoppervlak landen. “Als je de klok terugdraait, zie je de bekende ruimterotsen weer op aarde terechtkomen,” legt onderzoeker Simon Portegies Zwart uit. “Zo kun je een bibliotheek maken van de banen van op aarde neergekomen planetoïden.” De bibliotheek van planetoïden diende vervolgens als trainingsmateriaal voor het neurale netwerk.


Neurale netwerk
De eerste serie berekeningen werd uitgevoerd op de nieuwe Leidse supercomputer ALICE. Vervolgens deden de onderzoekers de rest van hun studie met behulp van een kunstmatig neuraal netwerk. Dit neurale netwerk kan ook de bekende aardscheerders goed herkennen. De onderzoekers noemen hun methode Hazardous Object Identifier (HOI), wat een inderdaad gekscherende verwijzing is naar onze Nederlandse groet.

Toch gevaarlijk
Dankzij de nieuwe methode kregen de onderzoekers een goed beeld van de banen van de planetoïden die op dit moment door het heelal tuimelen. En daarbij kwamen ze tot een opvallende ontdekking. Met behulp van HOI identificeerden ze namelijk een aantal gevaarlijke objecten die niet als zodanig waren aangemerkt. De onderzoekers kwamen maar liefst elf planetoïden op het spoor die tussen het jaar 2131 en 2923 dichterbij dan tien keer de afstand aarde-maan komen en groter zijn dan honderd meter in doorsnee. Het betekent dat deze ruimterotsblokken in de toekomst mogelijk toch met de aarde kunnen gaan botsen.

Aardscheerders met maantjes
Onze aarde kan geregeld op aardscheerders rekenen. Afgelopen week meldden onderzoekers bijvoorbeeld dat de planetoïde 2020 BX12 op de aarde afstevende. Dit was trouwens niet zomaar een ruimterots, want hij bleek over een heus maantje te beschikken. Hoewel bekend is dat planetoïden soms maantjes hebben, komt het niet vaak voor dat we deze ook daadwerkelijk aantreffen. Tot op heden weten we van ongeveer 60 aardscheerders dat ze maantjes bezitten. Een aantal jaren terug kwamen astromen bovendien een aardscheerder tegen die zelfs twee manen herbergt. Een zeldzame vondst, want deze planetoïde die tot Florence is gedoopt, was pas de derde aardscheerder waarvan we weten dat deze twee manen heeft.

Op zich is het niet heel verwonderlijk dat deze planetoïden niet eerder als potentieel gevaarlijk zijn aangemerkt. De banen van de planetoïden blijken namelijk heel chaotisch te zijn. Daardoor worden ze niet opgemerkt door de huidige software van ruimtevaartorganisaties die gebaseerd is op kansberekeningen en op dure uitgebreide simulaties.


Oefening
Volgens Portegies Zwart is het onderzoek slechts een eerste oefening. ”We weten nu dat onze methode werkt,” zegt hij. “Maar we zouden het zeker verder willen uitzoeken met een beter neuraal netwerk en met meer input. Het lastige is namelijk dat kleine verstoringen in de baanberekeningen tot grote veranderingen in de conclusies kunnen leiden.” De onderzoekers hopen dat in de toekomst een kunstmatig neuraal netwerk gebruikt kan worden om mogelijk gevaarlijke objecten op te sporen. Zo’n methode is namelijk veel sneller dan de traditionele methodes van ruimtevaartorganisaties. En dat is heel belangrijk. Door planetoïden die op de aarde afstevenen tijdig op te merken, kunnen organisaties eerder een strategie bedenken om een inslag te voorkomen.

Op dit moment zijn er al wel wat ambitieuze ideeën in omloop over hoe we een planetoïde die op ramkoers ligt met de aarde, moeten afwenden. Maar al deze ideeën vereisen behoorlijk wat tijd en dus een tijdige detectie van de gevaarlijke planetoïde. Volgend jaar gaat NASA in ieder geval alvast even oefenen. Dan zal namelijk de DART-missie worden gelanceerd. Met deze missie willen onderzoekers proberen om de baan van planetoïde Didymos te veranderen. Didymos bevindt zich redelijk dicht in de buurt van de aarde. En door de baan waarin de planetoïde zich bevindt, is er een mogelijkheid dat de planetoïde de aarde heel dicht gaat naderen, met alle gevolgen van dien. Door de baan van de planetoïde te veranderen, kunnen we dus leren hoe we onze eigen planeet kunnen beschermen tegen een mogelijke impact van een planetoïde.