We zijn weer een belangrijke stap dichter bij het bedwingen van COVID-19. In het Amsterdamse UMC hebben wetenschappers de meest doeltreffende anti-lichamen tot nu toe gevonden.

Bijzonder hieraan is, dat de antilichamen niet gevonden zijn in het SARS-virus uit 2003, zoals een aantal antilichamen tegen SARS-CoV-2 waarover al snel gerapporteerd werd. Uit recente onderzoeken aan de Universiteit van Washington in de Verenigde Staten, maar ook in Rotterdam en Utrecht, bleek bijvoorbeeld al dat sommige antilichamen die tegen SARS waren opgewekt, ook immuniteit boden tegen COVID-19. “Prima onderzoeken en prima bevindingen, maar uit ons onderzoek blijkt toch dat antilichamen die specifiek uit SARS-CoV-2 zijn opgewekt, doorgaans ook beter werken tegen COVID 19 zelf,” aldus professor in de virologie dr. Rogier Sanders, die met zijn team verantwoordelijk was voor de vondsten, samen met de teams van immunoloog dr. Marit van Gils en zowel infectioloog en immunoloog dr. Godelieve de Bree. Dat er snel werkzame antilichamen tegen SARS-CoV-2 uit het SARS-virus zijn gevonden, is geen verrassing, volgens Sanders. “Je kan de vriezer open te trekken en je kunt de antilichamen tegen het virus van toen onderzoeken. Dat ligt anders als je antilichamen wilt onderzoeken tegen het onlangs uitgebroken coronavirus.”

Geschikt voor risico-groepen
En toch is men er in het Amsterdamse UMC dus in geslaagd om krachtig antilichamen tegen SARS-CoV-2 te identificeren. De ontdekking heeft verstrekkende gevolgen in het geval van een tweede uitbraak. Op basis van de vondst van de krachtige antilichamen kunnen doeltreffende medicijnen ontwikkeld worden voor de behandeling van reeds besmette personen. Ook kan er een passief vaccin worden gemaakt, legt Sanders uit. “Dit vaccin zou geen geheugen-component hebben, je gaat er niet zelf antistoffen van aanmaken, maar je krijgt antistoffen geïnjecteerd. Je moet denken aan een vaccin dat tijdelijk bescherming biedt, maar wellicht toch wel zo’n 2 maanden.” Dit is een belangrijke uitkomst voor mensen in de zorg, die met coronapatiënten werken: zij zijn beschermd en kunnen hun werk veilig uitvoeren. Ook groepen die extra gevoelig blijken voor het virus, namelijk ouderen en mensen die een hoger risico hebben op complicaties, door onderliggende gezondheidsproblemen, zouden gebaat zijn bij een dergelijk tijdelijk vaccin. Dit zijn groepen die zeer mogelijk slecht zouden kunnen reageren op een normaal vaccin, omdat hun lichaam moeite heeft met het zelf aanmaken van antistoffen tegen het coronavirus.


Kwetsbaar eiwit
Één van de problemen die wetenschappers overal ter wereld tegenkwamen in onderzoek naar antilichamen, bleek het werken met het al snel ontdekte spike-eiwit van SARS-CoV 2. Het kwetsbare eiwit bleek onstabiel en daarom lastig om mee te werken. De Amsterdamse onderzoekers waren echter gespecialiseerd in het werken met lastige en kwetsbare eiwitten. In totaal konden zij dan ook maar liefst 19 neutraliserende antilichamen identificeren, waarbij met name twee gegadigden zeer potent blijken te zijn. Het gaat om Cova 1-18 en Cova 2-15. Het zijn de krachtigste antilichamen die op dit moment gevonden zijn. Waarom uitgerekend deze antistoffen zo effectief zijn in hun neutraliserende werking, is nog niet precies bekend.

Voorsprong in AMC
Ook elders worden belangrijke antilichamen ontdekt, maar in het UMC in Amsterdam had men een goede voorsprong. “We zijn in januari al begonnen met onderzoek, toen de wereld zich nog niet zo druk maakte om dit virus. Afgezien van China dan natuurlijk. We hebben ook snel bloed afgenomen bij de eerste bevestigde besmette patiënten hier in Nederland. Daarna hebben heel wat mensen, heel wat lange dagen gemaakt hier in het lab,” vertelt Sanders die niet voor het eerst met baanbrekend werk komt op het gebied van antilichamen tegen infectieziektes.

Technologie hiv-vaccin
De professor werkt al jaren aan een vaccin tegen hiv en is gespecialiseerd in experimentele vaccinologie. Zo wist hij bijvoorbeeld als eerste een stabiel envelop-eiwit te ontwikkelen dat antistoffen tegen hiv opwekt en zo het hiv-virus kan neutraliseren. De werkmethodes aan een hiv-vaccin bleken dan ook een belangrijk voordeel in de race naar het vinden van neutraliserende stoffen tegen SARS-CoV 2, op te leveren. “Het onderzoek naar antilichamen tegen SARS-CoV 2 vindt op veel plekken plaats, maar je ziet wel dat er veel belangrijke vondsten uit hiv-labs komen. Dat heeft wel iets te maken met de overeenkomsten tussen het hiv-virus en het coronavirus, daar zitten wel wat paralellen, maar dat is heel globaal. Het heeft eigenlijk meer te maken met de technologieën die we gebruiken bij het ontwikkelen van een vaccin tegen hiv. Die technologieën dragen nu goed bij aan onderzoeken van SARS-CoV 2,” merkt Sanders op.


Om de tijdelijke vaccins te maken en een medicijn te genereren, is het nu zaak door te ontwikkelen en klinische trials toe te passen op gezonde vrijwilligers en COVID-19-patiënten. Daar hebben de onderzoekers partners voor nodig, primair uit de farmaceutische hoek. De lange dagen in het lab van Sanders zijn waarschijnlijk dus nog niet voorbij.