Wetenschappers zagen ze opeens in groepen die tot wel 200 bultruggen vormden, optrekken. Onduidelijk is waarom.

De bultrug is een einzelgänger. Meestal trekt deze alleen op. Wanneer er gejaagd moet worden, wil de bultrug zich nog wel eens bij een groepje aansluiten. Maar zo’n groep is dan nooit veel groter dan een twintig bultruggen en valt na een paar uur meestal weer uiteen.

Grote groepen
Groot was dan ook de verbazing van onderzoekers toen ze voor de kust van Zuid-Afrika ‘supergroepen’ bultruggen aantroffen. Dat gebeurde in november 2011 voor het eerst. Toen spotten ze een groep bultruggen die uit zo’n 30 exemplaren bestond. En die waarneming staat niet op zichzelf, want in 2014 en 2015 werden rond eind oktober/begin november nog meer van deze supergroepen gespot. In oktober 2014 werd zelfs een groep waargenomen die uit tot wel 200 bultruggen leek te bestaan. In totaal zagen onderzoekers in de drie jaren 22 supergroepen (groepen die uit meer dan 20 bultruggen bestonden) de revue passeren.

In beweging
“Over het algemeen leek het gedrag van de dieren in deze ‘supergroepen’ gericht te zijn op voeden,” zo schrijven de onderzoekers in het blad PLoS ONE. “Hoewel de ‘supergroepen’ als geheel in beweging waren tijdens de observaties, was de richting van de bultruggen in de groep niet altijd gelijk aan die van de groep, hoewel de bewegingen van het individu aan het oppervlak in de meeste gevallen (zeker in de grotere supergroepen) dezelfde richting hadden als die van de groep.” Soms zagen de onderzoekers in de supergroepen ‘sub-groepen’ ontstaan die uit tot wel vijf bultruggen bestonden die synchroon doken en voeding tot zich namen.

Een supergroep bultruggen. Afbeelding: Jean Tresfon.

Kleine bultruggen
Wat verder opvalt, is dat de supergroepen slechts enkele grote, volwassen bultruggen bevatten. De meeste bultruggen in de groepen waren klein (tussen de 8 en 10 meter lang). Er werd slechts één keer een kalf in de supergroep gespot.

Verklaring
De onderzoekers stellen dat de bultruggen met het vormen van grote groepen ‘nieuw gedrag’ vertonen. Grote vraag is natuurlijk: waarom? Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo zou de totstandkoming van grote groepen bultruggen het resultaat kunnen zijn van een verandering in de beschikbaarheid van prooien. Hierdoor moeten de bultruggen hun jachtstrategie wellicht aanpassen. Een andere optie is dat bultruggen in het verleden altijd zo met elkaar hebben opgetrokken en pas einzelgängers werden nadat hun aantallen drastisch afnamen. Op dit moment neemt het aantal bultruggen weer toe (onder meer omdat er niet meer op gejaagd mag worden) en wellicht vallen ze daarom weer terug in hun oude gedrag. Ook zou het kunnen dat bultruggen altijd – dus ook in de periode dat hun aantallen onder druk stonden – in supergroepen optrokken, maar dat we dat niet hebben gezien, omdat de kans dat je zo’n supergroep detecteert kleiner is als de populatie klein is. Nu de populatie groeit, groeit ook de kans op detectie van zulke supergroepen.

Het blijft dus een beetje gissen. En daarom pleiten de wetenschappers voor vervolgonderzoek.