wiskunde

Sommige mensen zijn bang voor wiskunde en zodra ze met wiskundige vraagstukken geconfronteerd worden, klappen ze dicht. Dat komt deels door hun omgeving – bijvoorbeeld slechte ervaringen tijdens een wiskundeles – maar nieuw onderzoek toont nu aan dat het ook deels in de genen zit.

Onderzoekers van Ohio State University trekken die conclusie nadat ze twee- en eeneiige tweelingen bestudeerden. De kinderen startten hun deelname aan het onderzoek toen het kleutertjes waren. Gedurende hun deelname werden ze acht keer thuis door de onderzoekers bezocht. Voor dit onderzoek maakten de onderzoekers gebruik van informatie die tijdens de laatste twee bezoeken (toen de kinderen tussen de negen en vijftien jaar oud waren) verzameld waren. De kinderen kregen vragen over hun angsten (waaronder angst voor wiskunde) en er werd gekeken hoe goed ze in het oplossen van wiskundige problemen waren.

Op twee manieren
Uit het onderzoek bleek dat angst voor wiskunde deels genetisch bepaald is. De genen beïnvloeden die angst op twee manieren. Zo bepalen de genen deels hoe goed mensen zijn in wiskunde. Mensen die slecht zijn in wiskunde zullen er sneller een angst voor ontwikkelen. Daarnaast bepalen genen ook deels hoe snel mensen angstig zijn voor iets. Op die twee manieren dragen genen hun steentje bij aan angst voor wiskunde.

WIST U DAT…

…bij mensen die bang zijn voor wiskunde het denken aan wiskunde letterlijk pijn kan doen?

Veertig procent
De onderzoekers benadrukken dat hun resultaten er niet op wijzen dat de genen alleen verantwoordelijk zijn voor een angst voor wiskunde. Genetische factoren konden in dit onderzoek voor ongeveer 40 procent verklaren waarom mensen bang waren voor wiskunde. De overige procenten hingen samen met verschillen in de omgeving. Het onderzoek laat zien dat de kwaliteit van het onderwijs of andere factoren in de omgeving niet de enige reden is waarom de één wiskunde anders beleeft dan de ander. “Genetische factoren kunnen de kans dat iemand slecht presteert op het gebied van wiskunde vergroten of verkleinen,” stelt onderzoeker Stephen Petrill. “Als je deze genetische risicofactoren bezit en je vervolgens tijdens de wiskundelessen negatieve ervaringen hebt, kan dat het leren moeilijker maken.”

Belangrijk
Het onderzoek is belangrijk. “Wanneer je het woord ‘wiskunde’ zegt, kunnen sommigem mensen al in elkaar duiken,” vertelt Petrill. “Het is niet zoals met lezen, waarbij mensen normaal gesproken geen angst ervaren, tenzij ze moeilijkheden ondervinden tijdens het lezen.” En die angst voor wiskunde maakt het moeilijker om wiskunde te bedrijven. “Als je angstig bent, is het vaak moeilijker om problemen op te lossen,” voegt onderzoeker Zhe Wang toe. “De angstreactie remt onze vaardigheden. Wij moeten kinderen helpen om die emotie te reguleren, zodat de angst niet voorkomt dat ze op hun best presteren.”

Momenteel zijn de onderzoekers bezig met het bestuderen van hersenscans die ze maken wanneer mensen met een angst voor wiskunde wiskundige problemen oplossen. “Als we een beter beeld krijgen van wat deze angstreactie oproept, kunnen we in staat zijn om een betere interventie te ontwikkelen voor mensen met een angst voor wiskunde,” hoopt Petrill.