anne frank

Nieuw onderzoek van de Anne Frank Stichting suggereert dat Anne Frank niet tussen 1 en 31 maart 1945, maar ergens in februari van dat jaar al overleed. Datzelfde geldt voor haar zus: Margot Frank.

De officiële sterfdatum van Anne en Margot Frank werd door de Nederlandse autoriteiten vastgesteld op 31 maart. Dit mede op aangeven van het Rode Kruis dat concludeerde dat de twee zussen tussen 1 en 31 maart 1945 in concentratiekamp Bergen-Belsen overleden.

Onderzoek
De Anne Frank Stichting vroeg zich af of die sterfdatum wel klopte en startte een onderzoek. De onderzoekers doken onder meer in de archieven van het Rode Kruis en bestudeerden de relevante getuigenissen van mensen die het concentratiekamp Bergen-Belsen overleefden. Op basis van dat onderzoek reconstrueerden de onderzoekers de laatste maanden van Anne en Margot en stellen ze vast dat de twee meisjes iets eerder dan gedacht al moeten zijn overleden: ergens in februari 1945.

Nanette Blitz
De onderzoekers baseren hun conclusies voornamelijk op een aantal getuigenissen. De eerste is van Nanette Blitz die in december in Bergen-Belsen arriveerde. Zij kende Anne en ging naar haar op zoek. Blitz beschrijft Anne als “een geraamte” en stelt bovendien dat Anne in een deken gewikkeld was. “Ze kon haar eigen kleren niet meer aan, want die zaten vol van luizen.” Blitz zag Anne in januari 1945 voor het laatst.

Hanneli Goslar
De tweede getuigenis is van Hanneli Goslar, een Amsterdams vriendinnetje van Anne. De twee kwamen met elkaar in contact door toedoen van Auguste van Pels, een vrouw die bij Anne in de barak zat. Omdat Van pels op 7 februari 1945 naar Raguhn werd getransporteerd, moet het eerste contact daarvoor hebben plaatsgevonden. Hanneli herinnert zich dat ze Anne begin februari een pakketje gaf. Margot was toen al te ziek om bij die uitwisseling aanwezig te zijn. In de eerste helft van februari zag Hanneli Anne voor het laatst.

Vlektyfus
Vlektyfus nam in januari 1945 epidemische vormen aan in Bergen-Belsen. Dat kwam mede doordat het kamp in die tijd overvol was. De Russen rukten op en dus werden kampen in Polen ontruimd. In het overvolle kamp ontstonden grote problemen: er was bijna niets te eten, de watertoevoer stagneerde en de hygiëne was zeer gebrekkig. Omdat soms wel meer dan duizend mensen per dag stierven, kon het crematorium de lichamen niet allemaal verbranden en bleven lijken overal liggen.

Rachel van Amerongen en Jannie Brilleslijper
Meer aanwijzingen over de sterfdatum van Anne en Margot zien de onderzoekers in getuigenissen van Rachel van Amerongen en Jannie Brilleslijper. Zij namen beiden symptomen van vlektyfus waar bij Anne en Margot. Omdat Van Amerongen en Brilleslijper net als Van Pels op 7 februari 1945 naar Raguhn getransporteerd werden, dateren hun waarnemingen van voor die datum.

Luizen
Vlektyfus wordt gekenmerkt door symptomen als hoofdpijn, spierpijn en hoge koorts. Daarna volgen huiduitslag en verminderd bewustzijn. De voornaamste veroorzakers van de epidemische vlektyfus waren luizen. Van Blitz weten we dat Anne al langere tijd aan luizen was blootgesteld. Blitz zag Anne voor het laatst in januari en uit haar omschrijving blijkt wel dat Anne toen al erg ziek was. Van Margot weten we dat ze begin februari niet meer in staat was om Hanneli te ontmoeten en er toen dus nog slechter aan toe was dan haar zusje. Het kan mogelijk verklaren waarom Anne en Margot – in tegenstelling tot zo vele anderen – niet naar Raguhn werden getransporteerd.

Samengevat weten we dus dat Anne en Margot al voor 7 februari symptomen van vlektyfus vertoonden. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu doen bij deze ziekte de meeste sterfgevallen zich ongeveer twaalf dagen na de eerste symptomen voor. Volgens de onderzoekers is het dan ook niet aannemelijk dat de zusjes de maand maart haalden. Waarschijnlijker is dat ze al in februari overleden.