Mensen met anorexia nervosa voelen zich niet alleen dik. Ze bewegen zich ook alsof ze dik zijn. Dat blijkt uit onderzoek van Anouk Keizer, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Haar proefschrift bewijst dat het vertekende lichaamsbeeld van mensen met anorexia nervosa veel dieper zit dan gedacht.

Er is al veel onderzoek gedaan naar hoe anorexia nervosa-patiënten over hun eigen lichaam denken. Keizer ging een stap verder. Ze probeerde met experimenten vast te stellen of het vertekende lichaamsbeeld van mensen met anorexia nervosa ook invloed had op hoe zij zich bewogen en aanrakingen waarnamen.

Experimenten
Tijdens één experiment kregen proefpersonen – met en zonder anorexia nervosa – de opdracht om door poortjes van verschillende breedtes te lopen. Met behulp van infrarood camera’s werden de bewegingen van de proefpersonen geregistreerd. Uit het onderzoek bleek dat gezonde vrouwen hun schouders draaien als het poortje 1,25 keer zo breed was als hun schouders. Anorexiapatiënten draaiden al wanneer een poortje 1,4 keer zo breed was als hun schouders. Na afloop moesten de proefpersonen hun lichaamsafmetingen schatten. De anorexiapatiënten bleken hun lichaamsbreedte daarbij te overschatten. De resultaten tonen aan dat het verstoorde lichaamsbeeld van mensen met anorexia daadwerkelijk invloed heeft op hun bewegingen. “Anorexia nervosa-patiënten bewegen zich in de ruimte alsof hun lichaam dikker is dan het in werkelijkheid is,” concludeert Keizer in haar proefschrift.

“Anorexia nervosa-patiënten bewegen zich in de ruimte alsof hun lichaam dikker is dan het in werkelijkheid is”

Aanraking
Keizer onderzocht ook hoe mensen met anorexia nervosa aanrakingen ervaren. Uit experimenten blijkt dat ze op ‘een dikke manier’ aanrakingen voelen. Dat wil zeggen dat ze aanrakingen op de huid groter waarnemen dan deze zijn. Alsof hun huid opgerekt of opgeblazen is. Ook bleken mensen met anorexia gevoeliger te zijn voor aanrakingen op de buik. Zo konden zij hele zachte prikjes die daar gegeven werden, voelen terwijl gezonde vrouwen die niet voelden. Net zulke zachte prikjes op de onderarm voelden de mensen met anorexia dan weer niet. “Deze resultaten laten zien dat anorexia nervosa-patiënten aanrakingen niet alleen als groter waarnemen, maar dat zelfs hele basale informatie over aanraking het brein al op een verstoorde manier bereikt.”

Corrigeren
Tijdens een ander experiment maakte Keizer gebruik van de Rubber Hand Illusie (RHI). Hierbij zitten proefpersonen aan een tafel en voor hen ligt een rubberen hand. Hun echte hand ligt ernaast, maar bevindt zich achter een scherm waardoor de proefpersonen deze niet kunnen zien. Vervolgens strijkt een onderzoeker tegelijkertijd met twee kwastjes over de echte hand en de rubberen hand. Hierdoor voelt de proefpersoon het kwastje en ziet deze het kwastje bewegen op de rubberen hand. Het resultaat? De proefpersoon krijgt het idee dat de rubberen hand bij zijn lichaam hoort. “Deze methode is interessant om te gebruiken in een groep met mensen met anorexia nervosa, omdat tijdens de illusie de rubberen hand wordt opgenomen in het interne model van het lichaam. Dit interne model van het lichaam is verstoord bij anorexia nervosa-patiënten.” De proefpersonen schatten de omvang van hun eigen hand en de rubberen hand voor het experiment in. “Wat hierbij belangrijk is om op te merken, is dat patiënten alleen de afmetingen van hun eigen lichaam overschatten, ze zijn wel goed in staat om de afmetingen van objecten of het lichaam van anderen in te schatten.” Na het experiment schatten de proefpersonen de omvang van hun hand opnieuw in. Na afloop was de schatting van de omvang van de eigen hand veel accurater dan daarvoor. “Ze vertoonden niet langer een overschatting van de afmetingen van hun hand. Het lijkt er dus op dat het voordeel dat patiënten hebben wanneer ze een object inschatten (goede schatting maken) overslaat naar het schatten van de eigen hand.” En dat is hoopgevend. Het suggereert dat stoornissen in het interne model dat anorexia nervosa-patiënten van hun eigen lichaam hebben gecorrigeerd kunnen worden.

“Deze nieuwe inzichten impliceren dat de verstoorde ervaring van de omvang van het lichaam bij anorexia nervosa ernstiger is dan voorheen werd verondersteld”

Het bijzonder interessante onderzoek verandert onze kijk op anorexia. “Deze nieuwe inzichten impliceren dat de verstoorde ervaring van de omvang van het lichaam bij anorexia nervosa ernstiger is dan voorheen werd verondersteld.” Het kan ook leiden tot een betere behandeling van mensen met anorexia nervosa. “Tegenwoordig leren patiënten in therapie vooral hoe ze moeten omgaan met het zichzelf dik voelen. Uit klinische observaties blijkt dat deze gevoelens van dik zijn echter wel vaak blijven bestaan. Met andere woorden, in huidige therapeutische interventies lukt het nog niet altijd om het interne model van het lichaam daadwerkelijk te corrigeren, zodat er sprake is van een meer realistische beleving van lichaamsomvang. Op basis van de inzichten verkregen uit dit proefschrift hebben wij een nieuwe interventie opgezet. (…) Wat cruciaal lijkt te zijn in het veranderen van de hardnekkige overtuiging/ervaring van te dik zijn, is dat anorexia nervosa-patiënten tijdens therapie onomstotelijk bewijs moeten krijgen betreffende hun daadwerkelijke lichaamsafmetingen.” De patiënten moeten feedback krijgen met betrekking tot hun lichaamsomvang en ervaren dat ze smaller zijn dan ze denken. “Wanneer patiënten actief zelf bewegingen/acties uitvoeren die hun op het eerste oog onmogelijk leken (omdat ze verwachtten er te breed voor te zijn), dan ervaren ze daadwerkelijk het verschil tussen hun verwachte en echte lichaamsomvang.”