ijsvis

Antarctische vissen hebben ‘antivries’ in hun lijf: proteïnen die voorkomen dat de vissen bevriezen. Maar onderzoek toont nu aan dat diezelfde eiwitten voorkomen dat ijskristallen in het lijf van de vissen smelten.

Zo’n veertig jaar geleden ontdekten wetenschappers hoe sommige vissen er in slagen om in het ijskoude water rond Antarctica te overleven. In de vissenlijfjes troffen ze antivries-proteïnen aan. Deze proteïnen voorkomen dat de vissen bevriezen door zich te binden aan ijskristallen die het lichaam binnendringen. Doordat de proteïnen zich aan die ijskristallen binden, wordt voorkomen dat deze ijskristallen gaan groeien.

Smelten
Maar nu hebben onderzoekers een opmerkelijke nieuwe ontdekking gedaan. De proteïnen voorkomen niet alleen dat de ijskristallen in het lijfje van de vissen groeien. Ze voorkomen ook dat de ijskristallen smelten.

Experimenten
Onderzoekers ontdekten dat toen ze de vissen op een temperatuur brachten die hoger was dan het smeltpunt van de ijskristallen. Men zou verwachten dat de ijskristallen bij die temperaturen smolten, maar verrassend genoeg bleek het lijf van de vissen bij die temperaturen toch nog ijs te bevatten. De onderzoekers bestudeerden daarop wilde vissen rond Antarctica. En daar zagen ze hetzelfde. Wanneer het water rond Antarctica tijdens de zomer opwarmt en de temperatuur van dat water minstens één graad Celsius hoger ligt dan het smeltpunt van de ijskristallen in de vissenlijven, smelten die ijskristallen niet. Experimenten in het laboratorium toonden aan dat de proteïnen die voorkomen dat de vissen bevriezen tevens verantwoordelijk zijn voor het feit dat de ijskristallen niet smelten.

Maar..smelten de ijskristallen in het lijf van de vissen dan nooit? Om dat te achterhalen, plaatsten de onderzoekers temperatuursensoren in het water waar veel van deze vissen leven. Over een periode van elf jaar varieerden de temperaturen maar weinig. Nooit waren ze zo hoog dat ze het effect van de antivries-proteïnen overstegen. In andere woorden: het lijkt erop dat de ijskristallen nooit smelten en dat die zich in het lichaam van de vissen opstapelen. De onderzoekers vermoeden dat dat negatieve gevolgen heeft voor het lijfje van de vis, maar onduidelijk is nog welke. Als de vissen hun hele leven lang ijskristallen met zich meedragen, is het aannemelijk dat die ijskristallen haarvaten blokkeren of tot ontstekingsreacties leiden. “Maar aangezien het ijs zich verzamelt in de milt van de vissen, is er wellicht een mechanisme dat het ijs uit de circulatie haalt,” vertelt onderzoeker Paul Cziko.