Apollo-astronauten sterven vaker aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Komt dit door blootstelling aan straling of is het puur toeval?

In een nieuw paper in het wetenschappelijke vakblad Scientific Reports beweert de Amerikaanse onderzoeker Michael Delp dat de Apollo-astronauten die eind jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw naar de maan reisden aan veel meer straling zijn blootgesteld dan andere astronauten. Daar plukken de astronauten nu de wrange vruchten van. Delp stelt dat de maangangers opvallend vaak overlijden aan de gevolgen van hart- en vaatziekten.

Van de 24 Apollo-astronauten zijn er acht overleden. Zeven van de acht astronauten zijn opgenomen in het onderzoek, omdat de achtste astronaut – Edgar Mitchel – overleed nadat de data-analyse was afgerond. 43 procent van de inmiddels overleden Apollo-astronauten stierf aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Hiermee ligt het percentage vier tot vijf keer hoger dan bij andere astronauten.

Delp en zijn collega’s voerden ook nog een experiment uit. Zij stelden muizen aan dezelfde straling bloot als de straling die Apollo-astronauten te verwerken kregen. Na zes maanden – het equivalent van twintig mensenjaren – was de kwaliteit van de aderen van de muizen achteruit gegaan. Bij mensen kan zo’n achteruitgang leiden tot hart- en vaatziekten.

“In combinatie met de gegevens van onze experimenten met muizen toon ik aan dat straling in de ruimte schadelijk is voor bloedvaten”, concludeert Delp. Misschien is Delp iets te voorbarig, want de groep overleden Apollo-astronauten is niet zo groot dat er sprake is van een wetenschappelijk significant verschil. Toch lijkt hij wel iets op het spoor te zijn en het is interessant om er meer onderzoek aan te wijden.