Vaak horen we dat Nederland een moeilijke taal is om te leren. Dit valt wel mee. Als er één moeilijke taal is om te leren, dan is het wel Arabisch. Israëlische wetenschappers zijn erachter gekomen wat er zo moeilijk is aan Arabisch. Mensen gebruiken normaal gesproken twee delen van de hersenen om een taal te leren, maar bij Arabisch is dit zinloos.

Volgens wetenschappers van de universiteit van Haifa is alleen het linkergedeelte nodig om Arabisch te leren. Het linkerdeel van de hersenen is namelijk beter in staat om details te onderscheiden.

Als iemand Arabisch probeert te lezen, dan moet diegene uitzoeken welke letters bij welke klanken horen. Kleine details, zoals de positie van punten, kunnen er al voor zorgen dat een letter of een woord anders uitgesproken wordt.

De onderzoekers gebruikten veertig studenten als proefpersonen. Sommige studenten konden aardig Hebreeuws praten, terwijl anderen goed Arabisch konden lezen en spreken. De proefpersonen kregen letters te zien, die in een fractie van een seconde verdwenen.

De studenten konden de Hebreeuwse en Engelse letters goed onderscheiden, omdat ze beide hersenhelften gebruikten om de letters te herkennen. De Arabische letters werden moeilijker herkend. Alleen de gevorderde Arabische lezers konden de letters een plekje geven door enkel het linkerdeel van de hersenen te gebruiken.

Het rechterdeel van de hersenen is globaler ingesteld, terwijl het linkerdeel meer op details let (lokaal). Door ‘links’ te denken vallen kleine details beter op en is de Arabische taal beter te leren.