De pasgeboren baby werd 6000 jaar geleden in de armen van een vrouw (waarschijnlijk de moeder) begraven.

Archeologen ontdekten de baby toen ze zich over vier skeletten bogen die 6000 jaar lang in de klei hadden gelegen en uitzonderlijk goed bewaard zijn gebleven. De skeletten werden aangetroffen op een bedrijventerrein waar eerder al ruim 136.000 goed geconserveerde vondsten van de Swifterbant-cultuur (zie kader) zijn gedaan.

De Swifterbant-cultuur is vernoemd naar het dorp Swifterbant, waar de eerste sporen van deze cultuur zijn teruggevonden. De cultuur was tussen 5300 en 3400 voor Christus in waterrijke delen van Nederland en Duitsland te vinden.

Gebogen arm
Normaliter worden mensen binnen deze cultuur met gestrekte armen begraven. Vandaar dat één van de skeletten meteen in het oog sprong: de linkerarm van dit skelet ligt gestrekt naast het lichaam, maar het andere ligt iets gebogen. Vervolgonderzoek wees uit dat de mensen die deze persoon – een vrouw – ter ruste legden, een goede reden hadden voor die opmerkelijke houding. Bij de rechterarm van de vrouw zijn namelijk de botfragmenten van een baby teruggevonden. Daarmee bezit Nieuwegein het oudste baby-graf dat tot op heden in Nederland is ontdekt.

Links het graf en rechts een artistieke impressie van de vrouw en baby kort nadat zij in het graf ter ruste werden gelegd. Afbeelding: Gemeente van Nieuwegein.

DNA-onderzoek
De baby zou op het moment van overlijden tussen de 0 en 6 maanden oud zijn. Hoe de vrouw en baby om het leven zijn gekomen, is onduidelijk. Met het oog op de leeftijd van de baby kan niet worden uitgesloten dat zowel de vrouw als baby bij de geboorte zijn overleden. Maar het is ook goed mogelijk dat ze beiden enkele maanden na de geboorte zijn gestorven. De archeologen gaan er op dit moment vanuit dat de vrouw de moeder van de baby is, maar ook dat is nog niet bewezen. “Het ligt voor de hand dat de jonge vrouw de moeder is van de baby, waarvan overigens nog niet bekend is of het een jongen of meisje is,” vertelt archeoloog Kirsten Leijnse. “We hopen aan de hand van DNA-onderzoek op beide vragen antwoord te krijgen.”

De onderzoekers hebben verschillende botfragmenten van de baby ontdekt. Zo stuitten ze op delen van de sleutelbeentjes, schedel en een pijpbeen. Ook is de kaak met gebitselementen teruggevonden. “Botmateriaal van zeer jonge kinderen of baby’s vergaat relatief snel in de bodem,” aldus archeoloog Helle Molthof. “De vondst van deze baby uit de Swifterbant-cultuur is daarom heel bijzonder en uniek voor Nederland. In Nieuwegein lag de vindplaats onder twee meter klei en veen. Voor ons niet makkelijk om ze ‘boven water’ te krijgen, maar dit heeft wel voor een heel goede conservering gezorgd. Daardoor is botmateriaal bewaard gebleven, zelfs na 6000 jaar in de bodem, met als resultaat deze unieke vondst! Het is heel indrukwekkend om de kleine melktandjes (< 7 mm) van de baby na 6000 jaar in de klei te ontdekken en te zien hoe erg die lijken op de melktandjes die bij vele gezinnen thuis in luciferdoosjes worden bewaard.”